Late betwisting gaat niet op dankzij eerdere e-mails

Bij een eerder vonnis is een huurovereenkomst inzake opslagruimte ontbonden en is X (nu opposant) veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van een huurachterstand. X gaat hiertegen in verzet. Y (nu geopposeerde) stelt dat X te laat in verzet is gekomen, maar de rechter oordeelt dat X wel tijdig in verzet is gekomen. Echter heeft X erkend dat hij een tijd geleden aan IntoCash een betalingsregeling heeft aangeboden. Hierdoor heeft X tegenover Y het vertrouwen gewekt dat hij geen verweer zal voeren tegen de oorspronkelijke vordering van Y. De tegenvordering van X in de verzetprocedure wordt afgewezen en X wordt daarbij veroordeelt in de kosten van de verzetprocedure.

Datum: 2 juni 2010
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie 's-Gravenhage
Zaaknummer: 877015/09-19269

Vonnis

in de zaak van:

de vennootschap naar vreemd recht Eiser, statutair gevestigd op de, eiseres,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung;

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Gedaagde, statutair gevestigd te en kantoorhoudende te, gedaagde,

gemachtigde: P. Jonas.

Procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken waarvan de inhoud als hier ingelast wordt beschouwd:

de dagvaarding d.d. 28 juli 2009 met aangehechte bescheiden;

de conclusie van antwoord d.d. 21 oktober 2009 met aangehechte bescheiden;

een brief van eiseres d.d. 10 november 2009 met aangehechte bescheiden; een door gedaagde overgelegde brief d.d. 17 november 2009 met aangehechte bescheiden;

het proces-verbaal van de comparitie na antwoord d.d. 18 november 2009; de conclusie van repliek d.d. 16 december 2009;

de conclusie van dupliek d.d. 10 februari 2010 met aangehechte bescheiden;

een akte van eiseres d.d. 10 maart 2010;

een antwoord-akte van gedaagde d.d. 7 april 2010.

Feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende dan wel niet langer betwist en ten dele gestaafd door overgelegde niet bestreden bescheiden staat - voorzover thans van belang - het volgende vast:

In opdracht en voor rekening van gedaagde heeft eiseres op basis van een uurtarief een mailing en telemarketingcampagne gevoerd.

In het emailbericht van eiseres aan gedaagde d.d. 27 september 2008 is onder meer vermeld:

"Momenteel voeren we diverse outbound/telesales opdrachten voor Nederlandse en
Belgische opdrachtgevers uit

Ons team bestaat uit getrainde agents waarvan een deel gewoond en gewerkt heeft in Nederland.

Het managementteam onder leiding van mijn persoon heeft ook werkervaring opgedaan
in Nederland "

Gedaagde heeft eiseres op 14 maart 2009 per email bericht:

"De lc betaling zal worden doorgevoerd, de 2C op 15 april en de 3C op 15 mei." Op 19 mei 2009 heeft gedaagde de gemachtigde van eiseres per email meegedeeld: "Ik heb vandaag contact gehad met uw collega de heer Cheung voor het opstellen van een betalingsplan; deze krijgt u uiterlijk morgen van mij.**.

Vordering

Eiseres vordert de veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 5.000,-terzake van werkzaamheden verricht in de periode van week 52 in 2008 tot en met week 10 in 2009, vermeerderd met rente en kosten.

Verweer

Gedaagde, die zich op het standpunt stelt dat de overeenkomst ontbonden is in verband met tekortkomingen van eiseres, beroept zich op haar bevoegdheid betaling op te schorten in verband met een tegenvordering.

Reactie op dat verweer

Eiseres heeft er op gewezen dat gedaagde betaling (in termijnen) heeft toegezegd ook aan haar gemachtigde.

Beoordeling

Partijen gaan er kennelijk van uit dat eiseres afstand heeft gedaan van het meerdere dat zij boven het bedrag van € 5.000,— te vorderen had; eiseres, die de zaak aan de kantonrechter heeft voorgelegd, heeft zich niet het recht op het meerdere voorbehouden en gedaagde heeft zich niet op onbevoegdheid van de kantonrechter beroepen.

Met partijen gaat de kantonrechter er vanuit, gelet op het onder 1.2 vastgestelde en gelet ook op het bepaalde in de artikelen 3 en 4 van het EG-verbintenissenverdrag, dat Nederlands recht van toepassing is op de overeenkomst tussen partijen.

Gedaagde heeft de onder 4 vermelde reactie op haar verweer niet bestreden.

De kantonrechter is van oordeel, gelet ook op het hiervoor onder 1.3 vastgestelde, dat gedaagde haar recht heeft verwerkt om alsnog verweer te voeren.

De overige stellingen van partijen doen niet (langer) terzake en behoeven derhalve geen bespreking.

Het gevorderde dient te worden toegewezen met verwijzing van gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het geding.

Beslissing

De kantonrechter

Veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 5.000,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 28 juli 2009 tot de dag der voldoening.

Veroordeelt gedaagde in de kosten van het geding tot deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 280,25 wegens verschotten en op € 400,— wegens salaris van de gemachtigde van eiseres.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr, H J.M. Wouterse en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juni 2010.