Misbruik van omstandigheden: Budgetcoach koopt auto van cliënt en betaalt niet

Eiser heeft met twee personen een budgetbeheerovereenkomst gesloten, waarbij eiser financieel werd begeleid bij het oplossen van zijn schulden. Deze twee personen zijn de gedaagden. De gedaagden hebben een voorstel gedaan om de auto van de eiser te kopen voor €1000,-, waardoor hij schuld kon aflossen en nog iets over hield. In de koopovereenkomst staat dat de eiser het recht heeft de auto binnen zes maanden terug te kopen en als daar geen gebruik van wordt gemaakt de auto zal worden overgenomen tegen de dagwaarde (€2.300,-). Dit bedrag willen gedaagden echter niet betalen. De gedaagden willen een bedrag van budgetbeheerswerkzaamheden verrekenen, maar hier is nooit een factuur voor gestuurd, waardoor deze vordering niet opeisbaar is. Daarnaast zou zo'n vordering ook niet oor verrekening in aanmerking komen, aangezien het gaat over een nakoming van een koopovereenkomst.

Datum: 27 maart 2013
Rechtbank: Noord-Nederland, Afdeling Privaatrecht, Sectie Kanton, Locatie Alkmaar
Zaaknummer: 420888 \ CV EXPL 12-5869

Vonnis

in de zaak van

Eiseres, wonende te, gemeente, eisende partij verder ook te noemen: Eiseres,

gemachtigde: IntoCash te Rotterdam

tegen

Gedaagde sub 1., wonende te, gemeente, gedaagde partij, verder ook te noemen: Gedaagde sub 1., procederend in persoon

Gedaagde sub 2. wonende te, gemeente, gedaagde partij verder ook te noemen: Gedaagde sub 2., procederend in persoon.

Het procesverloop

Eiseres heeft bij dagvaarding van 17 oktober 2012 een vordering jegens Gedaagde sub 1. ingesteld en bij dagvaarding van 18 oktober 2012 heeft Eiseres een vordering jegens Gedaagde sub 2. ingesteld. Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. hebben afzonderlijk schriftelijk geantwoord. Na beraad heeft de kantonrechter bij vonnis van 21 november 2011 een verschijning van partijen ter terechtzitting bevolen. Die zitting heeft plaatsgevonden op 29 januari 2013, waar Eiseres in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. E.C.Y. Cheung, en waar Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. in persoon zijn verschenen. Beide partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht.

Vervolgens is vandaag uitspraak bepaald.

De feiten

De kantonrechter neemt de volgende feiten als vaststaand aan, omdat deze door de ene partij zijn gesteld en door de andere partij niet of niet voldoende zijn betwist.

Eiseres heeft met Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. een budgetbeheerovereenkomst gesloten, waarbij Eiseres door Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. financieel werd begeleid bij het oplossen van schuldenproblematiek.

In verband met een schuld van Eiseres - van ongeveer € 350,00 - is, op enig moment in 2010, een openbare verkoop aangekondigd. Eiseres beschikte niet over (voldoende) geld om deze te voorkomen.

Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. hebben Eiseres een voorstel gedaan inhoudende dat zij de auto van Eiseres zouden "overnemen" (in pand zouden nemen/kopen) en daarbij Eiseres een bedrag van € 1.000 ter beschikking te stellen waarvan Eiseres de schuld kon aflossen en ook nog wat over had.

Eiseres heeft aldus, op 28 april 2010, aan Gedaagde sub 1. een auto, een Peugeot 407, verkocht en geleverd en een bedrag van € 1000,- van Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. ontvangen. In de schriftelijke koopovereenkomst is onder meer opgenomen dat Eiseres het recht heeft de auto binnen zes maanden terug te kopen en dat indien daarvan geen gebruik wordt gemaakt de auto zal worden overgenomen tegen de dagwaarde (minus € 1.000,-) en voorts:

“Artikel 6
De auto is voor risico van koper op de datum van overdracht Koper zal de auto verzekeren en de wegenbelasting voldoen.
(…)
Artikel 9
Er is geen garantieperiode na acceptatiedatum. Koper zal zonder uitstel en voor rekening van verkoper alle gebreken herstellen die benodigd zijn voor het goed laten functioneren van de auto. Koper dient verkoper hiervan van te voren schriftelijk op de hoogte te stellen en verkoper dient hiermee schriftelijk akkoord te gaan (...)"

In augustus 2011 is tussen partijen gesproken over de definitieve overname van de auto, waarbij uitgangspunt was de dagwaarde van € 3.850,-, waarop in mindering strekte het bedrag van € 1.000,- dat aan Eiseres beschikbaar was gesteld alsmede een bedrag van € 507,65 voor een vooraf aan Eiseres voorgelegde en door haar goedgekeurde reparatie van de auto, zodat resteerde € 2.300,- (afgerond).

Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. hebben ondanks aanmaningen niets aan Eiseres voldaan.

Het geschil

Eiseres vordert betaling van een bedrag van € 2.300,- van Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2.. Ook vordert Eiseres betaling van rente en incassokosten.

Eiseres baseert haar vordering mede op de hiervoor weergegeven vaststaande feiten en omstandigheden. Eiseres maakt aanspraak op een bedrag ad € 363,- aan buitengerechtelijke incassokosten en € 94,34 aan wettelijke rente, berekend tot 11 oktober 2012.

Gedaagde sub 2. heeft verweer gevoerd, waarop - voor zover van belang - nader bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

Gedaagde sub 1. heeft een deel van de vordering, groot € 786,18 erkend, welk deel niet is voldaan aan Eiseres. Volgens Gedaagde sub 1. dient op de koopsom in mindering te strekken, naast de reeds door Eiseres in mindering gebrachte € 1000,- en de kosten van een reparatie van € 507,65, een tweede reparatie van € 917,17 alsmede een vordering die Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. op Eiseres hebben in verband met verrichte werkzaamheden budgetbeheer ten bedrage van € 585,-. Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. wensen deze bedragen te verrekenen.

De beoordeling

Ten aanzien van de vordering jegens Gedaagde sub 2. overweegt de kantonrechter als volgt. Gedaagde sub 2. heeft aangevoerd dat hij geen auto heeft gekocht van Eiseres, hetgeen ook is komen vast te staan. Nu de vordering (een deel van) de koopprijs betreft, moet de vordering tegen Gedaagde sub 2. worden afgewezen. Eiseres dient te worden veroordeeld in de proceskosten van Gedaagde sub 2.

Ten aanzien van de vordering jegens Gedaagde sub 1. overweegt de kantonrechter als volgt. Voldoende gebleken is dat de tweede reparatie niet vooraf aan Eiseres is voorgelegd en niet door haar is goedgekeurd, hetgeen volgens de tussen partijen op schrift gestelde overeenkomst wel had gemoeten. De door Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. gestelde mondelinge goedkeuring is daarentegen, nu dit door Eiseres wordt betwist en Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. geen bewijs daarvan hebben aangeboden, niet komen vast te staan.

Gelet hierop kan het bedrag van de tweede reparatie niet in mindering worden gebracht op de vordering. Dit is ook overigens niet onredelijk nu Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. ruim een jaar van de auto gebruik konden maken, zonder dat hiervoor een vergoeding is betaald door Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2.

Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. wensen voorts nog een bedrag van € 585,- ten behoeve van budgetbeheerswerkzaamheden te verrekenen. Voldoende is komen vast te staan dat Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2. hiervoor nimmer een factuur hebben gestuurd, zodat de gestelde vordering (nog) niet opeisbaar is. Daarnaast zou een dergelijke vordering, die blijkbaar eigendom is van Bedrijf X, ook niet voor verrekening in aanmerking komen, nu de onderhavige vordering ziet op de nakoming van een koopovereenkomst tussen Eiseres en Gedaagde sub 1.

Het bovenstaande betekent dat de vordering tegen Gedaagde sub 1. zal worden toegewezen, inclusief de vervallen rente.

Nu Eiseres er in redelijkheid toe kon besluiten haar vordering uit handen te geven, dient Gedaagde sub 1. ook buitengerechtelijke incassokosten te betalen.

Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat het kopen van de auto van Eiseres - iemand die vanwege schuldenproblematiek hulp heeft gezocht bij Gedaagde sub 1. en Gedaagde sub 2., nota bene professionals - misbruik van omstandigheden oplevert.

De uitslag van de procedure brengt mee dat de proceskosten voor rekening van Gedaagde sub 1. komen.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Gedaagde sub 1. om aan Eiseres te betalen een bedrag van € 2.757,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.300,00 vanaf 11 oktober 2012 tot de dag van betaling.

Veroordeelt Gedaagde sub 1.in de proceskosten, die tot heden voor Eiseres worden vastgesteld op een bedrag van € 666,10 (€ 109,10 aan dagvaardingskosten, € 207,00 aan griffierecht en een bedrag van € 350,00 voor salaris van de gemachtigde van Eiseres).

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Wijst de vorderingen jegens Gedaagde sub 2. af.

Veroordeelt Eiseres in de proceskosten, die tot heden voor Gedaagde sub 2. worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. van der Heijden, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en op 27 maart 2013 in het openbaar uitgesproken.