Moeilijke omstandigheden geen grond voor afwijzing vordering

Een huurder wilt niet tijdig zijn huur betalen maar erkent dat er een huurachterstand is. De huurder is bezig om met terugwerkende kracht zijn huurtoeslag te verkrijgen Dit bedrag kan dan worden gebruikt om de huurachterstand te betalen. Bovendien staat de huurder op de urgentielijst voor een goedkopere huurwoning. De rechter begrijpt dat de huurder het financieel niet breed heeft, maar dit is geen grond om de gevraagde vordering af te wijzen. De ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde wordt dan ook toegewezen.

Datum: 2 mei 2012
Rechtbank: Zwolle - Lelystad, sector kanton, locatie Lelystad
Zaaknummer: 589305 CV 12-596

Vonnis

in de zaak van:

EISER 1, en EISER 2, beiden wonende te , eisende partijen, hierna: Eisers,

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung van IntoCash te Rotterdam,

tegen

GEDAAGDE 1, wonende, procederend in persoon, en

GEDAAGDE 2, wonende te, niet verschenen, gedaagde partijen .

De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

de dagvaarding d.d. 28 december 2011 het antwoord van de gedaagde partijen

de nadere toelichting van Eisers, waarna Gedaagde niet meer heeft gereageerd.

Het geschil en de beoordeling daarvan

1. Eisers hebben bij dagvaarding gevorderd de hoofdelijke veroordeling van Gedaagden, uitvoerbaar bij voorraad, om aan hen te betalen € 2.710,00 wegens een tot en met november 2011 berekende huurschuld, te vermeerderen met € 535,50 aan buitengerechtelijke incassokosten, inclusief btw, met € 90,34 aan tot 9 november 2011 verschenen rente en met de wettelijke rente over € 2.710,00 vanaf 9 november 2011, met veroordeling van Gedaagden in de proceskosten. Ook hebben Eisers op grond van wanprestatie ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde door Gedaagde gevorderd, met nevenvorderingen. Aan hun vordering hebben Eisers ten grondslag gelegd dat zij aan Gedaagde verhuurt de woning gelegen aan te tegen een huurprijs van laatstelijk € 652,00 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen. Gedaagde sub 2 heeft zich voor de financiële verplichting van Gedaagde garant gesteld. Gedaagde is volgens Eisers ondanks aanmaningen in gebreke gebleven met de tijdige en volledige betaling van de verschuldigde huurpenningen, waardoor Eisers de vordering uit handen heeft gegeven aan haar incassogemachtigde en zij vervolgens tot dagvaarding van Gedaagden zijn overgegaan.

2. Gedaagde sub 2 is in deze procedure niet verschenen. Tegen hem wordt verstek verleend.

3. Gedaagde heeft de huurovereenkomst niet betwist en heeft erkend dat er een huurachterstand is van vier maanden. Volgens Gedaagde c.s. wordt de huur vanaf februari 2012 door tussenkomst van   betaald en is met terugwerkende kracht huurtoeslag aangevraagd. Dat bedrag kan worden gebruikt om de huurachterstand in te lopen, aldus Gedaagde. Gedaagde heeft voorts naar voren gebracht dat zij op de urgentielijst van  staat voor een goedkopere huurwoning.

4. Eisers hebben daarop bij akte gesteld dat zij voor februari en maart 2012 huur hebben ontvangen (€ 650,00 in plaats van € 652,00). Volgens Eisers bedraagt de huurachterstand inmiddels meer dan zes maanden. Eisers hebben hun vordering gehandhaafd.

5. Gedaagde heeft niet gereageerd op hetgeen Eisers bij akte hebben aangevoerd en heeft niet betwist dat de huurachterstand inmiddels meer dan zes maanden huur bedraagt. Nu Eisers naar het oordeel van de kantonrechter hun vordering voor wat betreft de bij dagvaarding gevorderde, tot en met november 2011 berekende huurachterstand van € 2.710,00 voldoende deugdelijk hebben onderbouwd, zal de vordering tot betaling van dit bedrag worden toegewezen. De kantonrechter begrijpt uit hetgeen Gedaagde heeft aangevoerd, dat zij financieel in moeilijke omstandigheden verkeert, doch die omstandigheden, hoe betreurenswaardig ook voor Gedaagde, zijn rechtens geen grond om de vordering van Eisers af te wijzen.

6. De onbetwist gebleven rente van € 90,34 zal eveneens worden toegewezen, alsook de verdere rente.

7. Hetgeen is gesteld of gebleken rechtvaardigt niet de slotsom dat sprake is geweest van meer dan een (herhaalde) aanmaning of sommatie door de incassogemachtigde, zodat niet aangenomen kan worden dat andere werkzaamheden zijn verricht dan die waarvoor de proceskosten een vergoeding insluiten. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten zal dan ook worden afgewezen.

8. Voor wat betreft de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, met nevenvorderingen, dient de vordering te worden toegewezen, nu gelet op de hoogte van de huurachterstand sprake is van zodanige wanprestatie dat ontbinding en ontruiming gerechtvaardigd wordt geacht. De ontruimingstermijn zal worden bepaald op twee weken na betekening van dit vonnis. De toekomstige huurtermijnen zullen worden toegewezen vanaf 1 december 2011 tot de dag van ontruiming.

9. Nu gedaagde sub 2 niet heeft weersproken dat hij zich garant heeft gesteld voor de nakoming van de financiële verplichtingen van Gedaagde voortvloeiend uit de huurovereenkomst, is de hoofdelijke veroordeling van hem tot betaling van de achterstallige huurpenningen, alsmede de gebruiksvergoeding tot de ontruiming van de woning als niet ongegrond of onrechtmatig toewijsbaar.

10. Gedaagden zullen als de overwegend in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen Eisers en Gedaagde bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan te, met ingang van heden;

veroordeelt Gedaagde om binnen twee weken na betekening van dit vonnis genoemde woning te ontruimen en te verlaten en onder afgifte der sleutels ter vrije beschikking van Eisers te stellen, bij gebreke waarvan Eisers de woning kunnen doen ontruimen door een deurwaarder, die daarbij zonodig de hulp van de sterke arm kan inroepen;

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk verder om tegen bewijs van kwijting aan Eisers te betalen een bedrag van € 2,800,34 vermeerderd met de wettelijke over € 2.710,00 vanaf 9 november 2011, alsmede een bedrag van € 652,00 aan maandelijkse huur vanaf 1 december 2011 tot de dag der ontruiming;

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Eisers begroot op:

€ 90,81 voor explootkosten

€ 207,00 voor vastrecht;

€ 262,50 voor salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. CJ. Hofman, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 mei 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.