Mondelinge overeenkomst is rechtsgeldig

De eiser is een radiozender en die heeft in de aanloop naar een door gedaagde georganiseerd evenement 70 radioreclamespotjes uitgezonden. De gedaagde heeft hiervoor de factuur niet betaald. Gedaagde erkent de factuur niet te hebben betaald. Het evenement waarop de radioreclame­spotjes gericht waren is namelijk niet doorgegaan. Daar komt bij dat er nooit een contract is ondertekend. De rechter oordeelt dat het duidelijk is dat de overeenkomst mondeling is aangegaan. Dat hiervoor niets schriftelijk is vastgelegd betekent niet dat er geen overeenkomst is. Dat het evenement waarop de reclame betrekking had niet is doorgegaan, betekent daarnaast niet dat Gedaagde niet voor de gemaakte reclame hoeft te betalen. Er is niet gebleken dat partijen zijn overeengekomen dat alleen voor de reclame betaald hoefde te worden als het evenement zou doorgaan.

Datum: 20 mei 2011
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Rotterdam
Zaaknummer: 1209689 CV EXPL 11-9043

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EISER, gevestigd te, eiseres,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung (IntoCash) te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GEDAAGDE., gevestigd te, gedaagde,

verschenen bij.

Partijen worden hierna aangeduid met 'Eiser' en 'Gedaagde'.

Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

het exploot van dagvaarding van 8 februari 2011 met producties;

de schriftelijke reactie daarop van Gedaagde;

het vonnis van 17 maart 2011 waarbij een comparitie van partijen is bepaald;

het proces-verbaal van comparitie van partijen van 28 april 201L

De kantonrechter heeft de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

De stellingen van partijen

Eiser vordert bij dagvaarding bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde te veroordelen aan haar te betalen € 2.289,26, met rente en met veroordeling van Gedaagde in de kosten van de procedure. Eiser legt aan haar vordering ten grondslag dat partijen mondeling zijn overeengekomen dat Eiser - een radiozender - in de aanloop naar een door Gedaagde te organiseren evenement 70 radioreclamespotjes zou uitzenden. Dit heeft Eiser ook gedaan. Gedaagde heeft de daarvoor verstuurde factuur van 28 juli 2010 van  €Mindelk 1.915,78 echter niet betaald. In verband met de uitblijvende betaling is Gedaagde de wettelijke rente verschuldigd, tot 2 februari 2011 berekend op  € 73,48, en € 300,00 aan buitengerechtelijke incassokosten.

Gedaagde erkent de factuur niet te hebben betaald. Het evenement waarop de radioreclame­spotjes gericht waren is namelijk niet doorgegaan. Daar komt bij dat er nooit een contract is ondertekend.

De beoordeling

Eiser stelt onweersproken dat partijen de overeenkomst mondeling zijn aangegaan. Dat, zoals Gedaagde aanvoert, de overeenkomst niet schriftelijk is vastgelegd en voorzien van een handtekening van beide partijen doet aan het bestaan van die overeenkomst niet af. Dat het evenement waarop de reclame betrekking had niet is doorgegaan, betekent daarnaast niet dat Gedaagde niet voor de gemaakte reclame hoeft te betalen. Gesteld noch gebleken is immers dat partijen zijn overeengekomen dat alleen voor de reclame betaald hoefde te worden als het evenement zou doorgaan. Gelet op het voorgaande verwerpt de kantonrechter het verweer van Gedaagde. Gedaagde erkent de factuur van 28 juli 2010 van € 1.915,78 niet te hebben betaald. Dit onderdeel van de vordering en de daarover gevorderde rente (inclusief de vervallen rente van  € 73,48) worden daarom toegewezen. Nu onweersproken is gesteld dat het gaat om verrichtingen die meeromvattend zijn dan de verrichtingen waarvoor de artikelen 237-240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een vergoeding toekennen, wijst de kantonrechter ook de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 300,00 toe.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen kwijting te betalen € 2.289,26, vermeerderd met de wettelijke rente op grond van artikel 6:119a BW over € 1.915,78 vanaf 2 februari 2011 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiser vast­gesteld op € 360,31 aan verschotten en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. V,M. de Winkel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.