Naast hoofdsom ook de incassokosten toegewezen

Tussen partijen zijn er koopovereenkomsten overeengekomen. De facturen die de eiser hiervoor heeft verzonden zijn onbetaald gelaten, waardoor de eiser de vordering uit handen heeft gegeven aan IntoCash. Ook de incassogemachtigde heeft de gedaagde herhaaldelijk herinnert aan zijn betalingsverplichting, maar ook hierop heeft de gedaagde niet gereageerd. Vervolgens is de eiser overgegaan tot dagvaarding. In de procedure betwist de gedaagde de hoogte van de vordering niet. Wel is de gedaagde het niet eens met de incassokosten. Volgens hem is er nauwelijks contact geweest, behalve een paar standaard brieven. De kosten hiervan moeten volgens de gedaagde voor rekening van de eiser komen. Als toelichting geeft intocash dat ze de gedaagde ruim de gelegenheid hebben gegeven om een betalingsregeling af te spreken. Dit staat in alle verzonden berichten. Hierop heeft de gedaagde nooit gereageerd, waardoor er genoodzaakt een procedure opgestart moest worden. In augustus is de dagvaarding betekend. Pas twee dagen voor de zitting in september heeft de gedaagde voor het eerst contact opgenomen over een betalingsregeling. De gerechtelijke procedure was op dit moment al aan de gang. Voor wat betreft de incassokosten bepaalt de wet dat er in overeenkomsten als deze geen wettelijke verplichting is om aanmaningen te versturen, voordat er incassokosten in rekening mogen komen. Deze kosten voldoen aan de eisen van de wet en zijn redelijk, mede aangezien de eiser 15 aanmaningen en een aangetekende brief heeft verstuurd voordat de vordering ter incasso is overgedragen. De rechter oordeelt dat de eiser voldoende heeft onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en deze kosten zullen worden toegewezen. Verder is de hoofdsom niet betwist, waardoor ook deze zal worden toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde.

Datum: 18 februari 2016
Rechtbank: Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummer: 4432150 / CV EXPL 15-5862

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser B.V.

gevestigd te

eiseres

hierna te noemen: Eiser gemachtigde: IntoCash

tegen

de besloten vennootschap met beperkte Gedaagde B.V.

gevestigd te

gedaagde

hierna te noemen: Gedaagde gemachtigde: mr. drs. S.A, V

De procedure

Eiser heeft Gedaagde gedagvaard op 28 augustus 2015. Gedaagde heeft schriftelijk geantwoord. Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft Eiser schriftelijk op het antwoord gereageerd. Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld heeft Gedaagde daarop geen reactie meer gegeven.

De vordering

Eiser vordert (samengevat) veroordeling van Gedaagde tot betaling van € 6.955,21. De vordering bestaat uit € 5.865,1 1 aan hoofdsom, € 421,84 aan wettelijke handelsrente tot 19 augustus 2015 en € 668,26 aan buitengerechtelijke incassokosten. Een en ander nog te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 19 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten vanaf 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. Dit alles met veroordeling van Gedaagde tot betaling van de kosten van deze procedure.

Eiser legt aan de vordering ten grondslag dat Gedaagde in gebreke is gebleven ten aanzien van de betaling van facturen die voortvloeien uit met Eiser overeengekomen koopovereenkomsten. Ondanks herhaalde herinnering en sommatie door Eiser heeft Gedaagde het opeisbare bedrag onbetaald gelaten, reden waarom Eiser haar vordering ter hand heeft gesteld aan IntoCash. Ook de incassogemachtigde heeft Gedaagde herhaaldelijk tot betaling aangemaand. Betaling is tot dusver achterwege gebleven, waardoor Eiser over is gegaan tot dagvaarding.

Het verweer

Gedaagde betwist de hoogte van het bedrag van de hoofdvordering niet. Gedaagde voert echter aan dat zij niet in staat was het bedrag direct te betalen en heeft gepoogd een betalingsregeling te treffen met Eiser. Dit werd onverkort door de gemachtigde van Eiser van de hand gewezen.

Gedaagde betwist voorts dat Eiser buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. Er is nauwelijks contact geweest tussen partijen, anders dan enkele standaard aanmaningsbrieven. Voor zover er al buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, zijn deze niet voor rekening van Eiser gekomen en kan Eiser deze derhalve niet van Gedaagde vorderen. Uit de website van Eiser (IntoCash) blijkt dat zij haar werkzaamheden gratis verricht. Letterlijk staat op deze website het volgende te lezen: "Wij verrichten onze werkzaamheden namelijk gratis, d. w.z. wij verhalen onze kosten op de debiteur. Betaalt de debiteur niets, dan betaalt u ons ook niets. Betaalt de debiteur alles, dan betaalt u ons ook niets." Nu Eiser geen buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt, kan zij deze ook niet vorderen van Gedaagde.

De beoordeling

Eiser heeft bij repliek de vordering nader toegelicht en met (nadere) stukken onderbouwd. Eiser heeft het door Gedaagde gevoerde verweer gemotiveerd weerlegd. Eiser heeft daartoe - samengevat - het volgende gesteld. Gedaagde heeft meer dan voldoende gelegenheid gehad om tot betaling over te gaan of om een regeling af te spreken. Gedaagde heeft zowel op de aanmaningen van Eiser als op de aanmaningen van de gemachtigde van Eiser niet gereageerd. In deze brieven staat dat Gedaagde contact kan opnemen voor een betalingsregeling in geval Gedaagde niet in staat is de vordering ineens te voldoen. Gedaagde heeft geen contact gezocht met als gevolg dat Eiser genoodzaakt was een gerechtelijke procedure te starten. De dagvaarding is op 28 augustus 2015 betekend, twee dagen voor de zitting op 15 september 2015 neemt Gedaagde voor het eerst contact op inzake een betalingsregeling. Eiser had er toen geen vertrouwen meer in dat Gedaagde een betalingsregeling zou nakomen.

Nu er sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a lid 1 BW en omdat Gedaagde niet binnen de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen heeft betaald, is Gedaagde conform artikel 6:96 lid 4 BW de buitengerechtelijke kosten verschuldigd zonder dat daarvoor een aanmaning verstuurd hoeft te zijn. Op de website van Eiser staat duidelijk vermeld dat "gratis" inhoudt dat de kosten op de debiteur worden verhaald. De kosten zijn in redelijk gemaakt, gezien het feit dat Eiser pas na een jaar en het versturen van meer dan 15 aanmaningen en een aangetekende brief de vordering ter incasso heeft overgedragen. De hoogte van de kosten is conform het forfaitaire tarief van het Besluit vergoeding buitengerechtelijke kosten. De kosten voldoen derhalve aan de dubbele redelijkheidstoets. De Hoge Raad heeft bepaald dat buitengerechtelijke kosten op basis van no cure no pay voor vergoeding door de debiteur in aanmerking komen (ECLI:NL:HR:2014:2797).

Gedaagde heeft die nadere stellingen van Eiser onweersproken gelaten. De hoogte van hef bedrag van de hoofdvordering is door Gedaagde niet betwist en zal door de kantonrechter derhalve als niet weersproken worden toegewezen.

Nu Gedaagde de facturen in kwestie niet tijdig heeft voldaan, is zij de wettelijke handelsrente verschuldigd. De wettelijke handelsrente wordt berekend met ingang van de vervaldata van de facturen, zijnde de data gelegen 30 dagen na de dag volgend op die waarop Gedaagde de facturen heeft ontvangen.

De kantonrechter oordeelt dat Eiser voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De kantonrechter acht de in dat kader door Eiser gemaakte buitengerechtelijke incassokosten aan te merken als redelijk gemaakte kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. De kantonrechter stelt vast dat dergelijke kosten op de voet van artikel 6:96 lid 2 BW als vermogensschade in aanmerking komen voor vergoeding door de aansprakelijke partij, in het onderhavige geval aldus door Gedaagde. De tekst en strekking van artikel 6:96 lid 2 BW stellen geen eisen aan de wijze van berekening van de kosten. Uit de parlementaire geschiedenis van die bepaling is niet af te leiden dat is beoogd kosten uit te sluiten van vergoeding op de grond dat zij zijn gemaakt op basis van een overeenkomst als de onderhavige tussen de benadeelde en diens incassogemachtigde. De kantonrechter oordeelt derhalve dat Eiser aanspraak maakt op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente.

De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Daarbij wordt Gedaagde ook veroordeeld tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser worden gemaakt.

De beslissing

De kantonrechter:

-   veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van € 6.955,21, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 5.865,11 vanaf 19 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met de wettelijke rente over € 668,26 vanaf 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening;

-   veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Eiser tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd,
dagvaarding     € 77,84

griffierecht        € 466,00

salaris gemachtigde      € 500,00,

een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 14 dagen na het ten deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

-   veroordeelt Gedaagde tot betaling van € 100,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser worden gemaakt;

-  verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr, C,J. Baas, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.