Niet versturen van een (annulerings)mail komt voor rekening van de gedaagde

Eiser vordert veroordeling van Gedaagde tot betaling van € 809,83. Eiser is een escortservice en heeft een vordering op een lid. Gedaagde is lid geworden via de website van Eiser en is daarmee akkoord gegaan met de algemene voorwaarden. Hij heeft een date geboekt. Gedaagde geeft bij de rechter aan dat hij in de veronderstelling was dat hij de date had geannuleerd. Hij heeft echter de e-mail met de opzegging nimmer verzonden naar Eiser met als gevolg dat escortdame Vera voor de deur stond. Eiser heeft bij factuur van 12 november 2016 een bedrag van € 700,- voor de niet geannuleerde date met Vera aan Gedaagde in rekening gebracht. Dit berust op de toepasselijke algemene voorwaarden waarin is bepaald dat bij annulering binnen 4 uur van het afgesproken tijdstip de kosten van aan minimumboeking verschuldigd. Ondanks aanmaningen heeft Gedaagde de factuur onbetaald gelaten. Naast de hoofdsom heeft Eiser op grond van de wet rente en buitengerechtelijke incassokosten gevorderd.

De gedaagde heeft verweer gevoerd. Toen vera voor de deur stond heeft gedaagde gezegd dat hij verrast was, andere plannen had, meende gecanceld te hebben. Hij had haar binnen gevraagd om te bekijken hoe het kon worden opgelost. Zij weigerde echter en heeft zich resoluut omgedraaid. Naar mening van de gedaagde annuleerde Vera daarmee formeel de ontmoeting. Volgens Gedaagde had Vera zich professioneel moeten opstellen en binnen stappen om op zijn minst even te overleggen. Zijn standpunt is dat hij zakelijk gezien recht had op de minimale prestatie van twee uur. Binnen die twee uur had Vera niet mogen vertrekken.

Naar aanleiding van het verweer heeft Eiser nader toegelicht dat zij op 14 november 2016 een e-mail van Gedaagde heeft ontvangen, waarin hij heeft gemeld dat hij meende een (annulerings)mail verstuurd te hebben, maar dat die in de "drafts" was blijven hangen. Gedaagde heeft daarbij erkend dat de verantwoording bij hem ligt. Volgens Eiser heeft Gedaagde eerst niet open gedaan voor Vera en toen hij wel open deed herkende hij Vera zogenaamd niet. Volgens verklaring van Vera speelde Gedaagde een raar spelletje en is zij daarom niet ingegaan op zijn verzoek om binnen te komen. Gezien de gang van zaken vertrouwde ze het niet meer. Eiser heeft betwist dat Vera de boeking heeft geannuleerd. Op grond van de algemene voorwaarden (onder kopje "Clienten weigeren") was Vera gerechtigd om de boeking te weigeren als zij zich niet comfortabel voelde. Het in rekening brengen van de minimumboeking komt overeen met de algemene voorwaarden. Van verzachtende omstandigheden was geen sprake.

Nu Gedaagde zijn verweer, tegenover de gemotiveerde weerlegging daarvan door Eiser, niet nader heeft gestaafd, is de kantonrechter van oordeel dat Gedaagde zijn verweer onvoldoende onderbouwd heeft. Dit leidt ertoe dat het verweer zal worden verworpen en dat de vordering van Eiser zal worden toegewezen alsmede alle extra kosten van de procedure.

Datum: 31 augustus 2017
Rechtbank: Rechtbank Den Haag
Zaaknummer: 5905276 \ CV EXPL 17-1782

Vonnis

van de kantonrechter d.d. 31 augustus 2017 in de zaak:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

Gedaagde,

wonende te, gedaagde partij, procederende in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eiser" en "Gedaagde".

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding d.d. 6 april 2017; de conclusie van antwoord; de conclusie van repliek.

Op de rolzitting van 6 juli 2017 is aan Gedaagde een termijn verleend tot de rolzitting van 3 augustus 2017 voor het nemen van een conclusie van dupliek. Dit is op de zitting aan Gedaagde meegedeeld, dan wel hem nadien bij brief van de griffier meegedeeld. Gedaagde is op de daarvoor aangewezen zitting echter niet verschenen en heeft evenmin op andere wijze gereageerd. Op grond daarvan is de uitspraak van het vonnis bepaald op heden.

Vordering

Eiser vordert veroordeling van Gedaagde tot betaling van € 809,83 (hoofdsom € 700,=; wettelijke rente tot 31 maart 2017 € 4,83; buitengerechtelijke incassokosten € 105,=), vermeerderd met de wettelijke rente over € 700 = vanaf 31 maart 2017 en over € 105,= vanaf 14 dagen na dit vonnis, telkens tot de dag der algehele voldoening met veroordeling van Gedaagde in de kosten van het geding met rente en nakosten als in de dagvaarding is vermeld.

Eiser heeft aan de vordering ten grondslag gelegd dat Gedaagde een date met Vera bij haar heeft geboekt. Hij had zich daartoe aangemeld als lid via de website van Eiser. Daarbij is hij akkoord gegaan met de algemene voorwaarden van Eiser. Gedaagde was in de veronderstelling dat hij de date had geannuleerd. Hij heeft echter de e-mail met de opzegging nimmer verzonden naar Eiser met als gevolg dat Vera voor de deur stond. Eiser heeft bij factuur van 12 november 2016 een bedrag van € 700,= voor de niet geannuleerde date met Vera aan Gedaagde in rekening gebracht. Dit berust op de toepasselijke algemene voorwaarden waarin is bepaald dat bij annulering binnen 4 uur van het afgesproken tijdstip de kosten van aan minimumboeking verschuldigd. Ondanks aanmaningen heeft Gedaagde de factuur onbetaald gelaten. Naast de hoofdsom heeft Eiser op grond van de wet rente en buitengerechtelijke incassokosten gevorderd.

Verweer

Gedaagde heeft het verweer gevoerd dat hij bezwaar heeft gemaakt tegen het in rekening brengen van € 700,= maar dat hij de bereidheid heeft getoond het bedrag onder voorwaarden alsnog te voldoen. Eiser was echter onverbiddelijk. Volgens Gedaagde is het verwijtbaar dat Vera niet even binnen wilde komen. Hij had slechts gezegd dat hij verrast was, andere plannen had, meende gecanceld te hebben. Hij had haar binnen gevraagd om te bekijken hoe het kon worden opgelost. Zij weigerde echter en heeft zich resoluut omgedraaid. In feite annuleerde Vera daarmee formeel de ontmoeting. Volgens Gedaagde had Vera zich professioneel moeten opstellen en binnen stappen om op zijn minst even te overleggen. Zij standpunt is dat hij zakelijk gezien recht had op de minimale prestatie van twee uur. Binnen die twee uur had Vera niet mogen vertrekken. Eiser heeft daarom geen recht op de minimale vergoeding.

Reactie op het verweer

Naar aanleiding van het verweer heeft Eiser nader toegelicht dat zij op 14 november 2016 een e-mail van Gedaagde heeft ontvangen, waarin hij heeft gemeld dat hij meende een (annulerings)mail verstuurd te hebben, maar dat die in de "drafts" was blijven hangen. Gedaagde heeft daarbij erkend dat de verantwoording bij hem ligt. Volgens Eiser heeft Gedaagde eerst niet open gedaan voor Vera en toen hij wel open deed herkende hij Vera zogenaamd niet. Volgens verklaring van Vera speelde Gedaagde een raar spelletje en is zij daarom niet ingegaan op zijn verzoek om binnen te komen. Gezien de gang van zaken vertrouwde ze het niet meer. Eiser heeft betwist dat Vera de boeking heeft geannuleerd. Op grond van de algemene voorwaarden (onder kopje "Clienten weigeren") was Vera gerechtigd om de boeking te weigeren als zij zich niet comfortabel voelde. Het in rekening brengen van de minimumboeking komt overeen met de algemene voorwaarden. Van verzachtende omstandigheden was geen sprake.

Beoordeling

Eiser heeft bij conclusie van repliek het door Gedaagde bij antwoord gevoerde verweer deugdelijk gemotiveerd weersproken en de juistheid van haar stellingen voorshands voldoende aannemelijk gemaakt. Het had daarom op de weg van Gedaagde gelegen om inhoudelijk op de repliek van Eiser te reageren. Hoewel Gedaagde daartoe naar behoren in de gelegenheid gesteld is, heeft hij dat nagelaten. Nu Gedaagde zijn verweer, tegenover de gemotiveerde weerlegging daarvan door Eiser, niet nader heeft gestaafd, is de kantonrechter van oordeel dat Gedaagde zijn verweer onvoldoende onderbouwd heeft. Dit leidt ertoe dat het verweer zal worden verworpen en dat de vordering van Eiser zal worden toegewezen zoals hierna wordt vermeld.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld, met dien verstande dat de wettelijke rente over de proceskosten toewijsbaar is, ingaande de 15e dag na de datum van betekening en bevel van dit vonnis. De nakosten zijn daarbij inbegrepen voor zover deze kosten daadwerkelijk worden gemaakt. De nakosten worden begroot op een halve salarispunt met een maximum van € 100,=.

Beslissing

De kantonrechter:

1            veroordeelt Gedaagde tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiser te

betalen de som van € 809,83, met de wettelijke rente over € 700,= vanaf 31 maart 2017 en de wettelijke rente over € 105,= ingaande de 15e dag na de datum van betekening en bevel van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

2            veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de

zijde van Eiser begroot op € 800,42, waaronder begrepen een bedrag van € 200,= als het aan de gemachtigde van Eiser toekomende salaris en de nakosten van € 50,00, voor zover gemaakt, onverminderd de eventueel over de verschotten verschuldigde btw, en vermeerderd met de wettelijke rente, ingaande de 15e dag na de datum van betekening en bevel van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

3.           verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4.           wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter jhr. mr. M.W.C. de Jonge en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 augustus 2017.