Ondanks omstandigheden dient opposant de openstaande rekeningen te betalen

Opposant komt in verzet tegen een eerdere uitspraak van de rechter. Bij deze zaak was ze niet verschenen. Wat er speelt is dat er tussen partijen een zorgovereenkomst is opgesteld. Geopposeerde zou tegen betaling Opposant begeleiden. Daarnaast hebben partijen een huurovereenkomst gesloten. In de zorgovereenkomst is de moeder van de Opposant als haar vertegenwoordiger aangewezen. Het was de bedoeling dat alle kosten van de overeenkomst werden voldaan uit het Persoonsgebonden Budget (PGB) van Opposant. De facturen die Geopposeerde heeft gestuurd zijn onbetaald gebleven. Hierdoor is Geopposeerde naar de rechter gestapt, welke Opposant veroordeeld heeft tot het betalen van de facturen. Geopposeerde heeft zich namelijk gehouden aan de overeenkomst en alle overeengekomen zorg en begeleiding gegeven. Het eerder gewezen vonnis zou volgens hun dan ook in stand gehouden moeten worden. Volgens Opposant zou ze geen zorg hebben ontvangen, maar bij de zitting bleek dit toch wel het geval te zijn. Bij de zitting bleek het standpunt van Opposant te zijn dat haar moeder het PGB zonder haar toestemming voor andere doeleinden heeft gebruikt. De rechter oordeelt dat dat niets te maken heeft met de verleende zorg en de huurvordering die zij wel dient te voldoen. Zij was de contractspartij en niet haar moeder. Ook wordt haar kritiek op de verleende zorg niet onderbouwd. Opposant dient de openstaande rekeningen dus gewoon te voldoen.

Datum: 3 februari 2016
Rechtbank: Rechtbank Noord-Nederland
Zaaknummer: 4528039 CV EXPL 15-14020

Vonnis

inzake

Opposant,

Wonende te, opposant, hierna te noemen Opposant,

gemachtigde mr. H.G.B. van der W. tegen

Geopposeerde,

gevestigd te, gemeente, geopposeerde, hierna te noemen Geopposeerde,

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam (Westzeedijk 106,3016 AH).

PROCESVERLOOP

Ingevolge het tussenvonnis van 18 november 2015 heeft op 19 januari 2016 in aanwezigheid van partijen - Geopposeerde deugdelijk vertegenwoordigd - en hun gemachtigden een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden. Daarna is vonnis bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1. De feiten

1.1 Tussen partijen is per 23 augustus 2014 een zorgovereenkomst tot stand gekomen in het kader waarvan Geopposeerde zich heeft verplicht Opposant tegen betaling te begeleiden.

1.2  Daarnaast hebben partijen, Geopposeerde als verhuurder en Opposant als huurder, een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot het appartement V6-0 aan de Rozenstraat 2 te Beerta. De huur bedroeg laatstelijk €185,00 per maand.

1.3  In de zorgovereenkomst is de moeder van Opposant, J. van Steenbergen, als haar vertegenwoordiger aangewezen.

1.4 De kosten verbonden aan de zorgovereenkomst werden geacht te worden voldaan uit het aan Opposant toegekende Persoonsgebonden Budget (PGB). Het PGB over de in het geding zijnde periode is door de SVB/Menzis aan de moeder van Opposant betaald.

1.5  Over de periode september 2014 tot en met december 2014 heeft Geopposeerde ter zake begeleiding bij diverse facturen in totaal een bedrag van € 6.316,70 aan Opposant in rekening gebracht.

1.6  Over de periode november 2014 tot en met januari 2015 heeft Geopposeerde ter zake huur bij diverse facturen een bedrag van in totaal € 555,00 aan Opposant in rekening gebracht.

1.7 Opposant heeft voormelde facturen ondanks herhaalde sommatie onbetaald gelaten.

1.8  Bij verstekvonnis van 8 september 2014 heeft de kantonrechter Opposant, kort gezegd, veroordeeld om aan haar betalingsverplichtingen jegens Geopposeerde te voldoen, met veroordeling van Opposant in de kosten van de procedure.

2.          Het standpunt van partijen

2.1 Geopposeerde heeft betoogd dat zij de overeenkomsten naar behoren heeft uitgevoerd en dat zij derhalve recht heeft op betaling van de door haar geleverde zorg en begeleiding, alsmede op de huurpenningen. Zij meent dan ook dat het vonnis waarvan verzet op goede gronden is gewezen en in stand dient te blijven, een en ander kosten rechtens.

2.2  Opposant heeft erkend dat zij drie maanden huurachterstand heeft. Voorts heeft zij aanvankelijk aangevoerd geen zorg te hebben ontvangen. Ter zitting heeft zij dat standpunt evenwel niet (expliciet) gehandhaafd. Wel heeft zij er nadrukkelijk op gewezen dat haar moeder het PGB zonder haar toestemming heeft aangewend voor andere doeleinden. Zij heeft inmiddels aangifte gedaan bij de politie.

3.          De beoordeling

3.1  Aangezien Opposant de huurvordering heeft erkend, ligt de vordering ter zake voor toewijzing gereed.

3.2  Ook de vordering met betrekking tot de verleende zorg en begeleiding dient te worden toegewezen. Weliswaar heeft Opposant bij dagvaarding in oppositie gesteld dat aan haar geen zorg is verleend door Geopposeerde, maar dit standpunt heeft zij ter comparitie niet (expliciet) gehandhaafd.

3.3  Indien Opposant in haar aanvankelijke standpunt zou hebben gepersisteerd, zou haar dat evenmin hebben kunnen baten, waar de geformuleerde kritiek op de door Geopposeerde verleende zorg en begeleiding relevante onderbouwing ontbeert, van te geringe aard is om opschorting te rechtvaardigen, Geopposeerde nimmer heeft bereikt en, niet in de laatste plaats, omdat Geopposeerde aan de hand van naar uur en bedongen uurtarief gespecificeerde facturen genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt dat aan Opposant de afgesproken zorg en begeleiding is verleend.

3.4  Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is Opposant gehouden de nog opstaande rekeningen van Geopposeerde te voldoen. De omstandigheid dat haar moeder zich jegens haar (wellicht) onrechtmatig heeft gedragen, doet, hoe triest ook, aan die verplichting niet af, aangezien zij, Opposant, contractspartij is en niet haar moeder. Indien Opposant meent dat haar moeder jegens haar strafbaar en/of onrechtmatig heeft gehandeld, staat het haar vrij om dienaangaande strafvervolging uit te lokken en/of een civiele procedure te entameren.

3.5 Samenvattend komt de kantonrechter tot de slotsom dat de vorderingen in oppositie moeten worden afgewezen.

3.6  Als in het ongelijk gestelde partij wordt Opposant in de kosten van de procedure veroordeeld.

BESLISSING in oppositie

De kantonrechter:

wijst af de vordering(en) van Opposant en bekrachtigt het vonnis waarvan verzet, onder zaak/rolnummer 4322894 CV EXPL 15-9942 op 8 september 2015 door de kantonrechter in de Rechtbank Noord-Nederland, afdeling privaatrecht, locatie Groningen, tussen partijen gewezen;

veroordeelt Opposant in de kosten van deze procedure en stelt deze vast op € 250,00 aan salaris van de gemachtigde;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 3 februari 2016 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.