Ongedateerde brief aangemerkt als conclusie van antwoord

Eiser heeft in opdracht van Gedaagde sloopwerkzaamheden uitgevoerd en hier twee facturen voor gezonden. Gedaagde heeft deze facturen niet (geheel) voldaan. Gedaagde zegt dat hij het bedrag contant aan eiser heeft betaald. Hij onderbouwt dit met kwitanties. Voordat de rechter dit geschil kan beoordelen moet er beoordeeld worden of de ongedateerde brief van de gemachtigde van de gedaagde aangemerkt moet worden als conclusie van antwoord. Omdat deze brief is getekend door een persoon met dezelfde naam als de gemachtigde van Gedaagde gaat de rechtbank er van uit dat deze brief bedoeld is als conclusie van antwoord. De rechter oordeelt verder over de kwitanties. Deze zijn niet aan de rechtbank overlegd en onderbouwen dus ook niet het verweer. De vordering wordt toegewezen.

Datum: 25 mei 2011
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie 's-Gravenhage
Zaaknummer: 1030571 RL EXPL 11-1908

Vonnis

in de zaak van

EISER h.o.d.n. EISER, gevestigd te, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y Cheung, tegen

de besloten vennootschap GEDAAGDE,

gevestigd te, gedaagde partij, gemachtigde

Partijen worden hierna aangeduid als 'Eiser' en ‘Gedaagde'.

De procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van:

de dagvaarding van 5 januari 2011, met bijlagen;

de ongedateerde brief op briefpapier met de vermelding van naam gemachtigde gedaagde, ter griffie binnengekomen op 1 maart 2011, houdende conclusie van antwoord.

Op 13 april 2011 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. Gedaagde is ter comparitie niet verschenen.

De feiten

Eiser heeft in opdracht van Gedaagde sloopwerkzaamheden uitgevoerd. Er zijn twee facturen aan Gedaagde gezonden. Voor zover hier relevant staat op de facturen het volgende vermeld:

Faktuur nr. 2007/11

week 46 Aangenomen werk € 660,00

week 47 Aangenomen werk € 456,00

week 48 Aangenomen werk € 684,00

Totaal faktuur bedrag € 1800,00

Afboeking: Te voldoen op giro rekening nr.: 3279847 €1.800,00

Faktuur nr. 2007/012

week 49 Aangenomen werk € 630,00

week 50 Aangenomen werk € 630, 00

week 51 Aangenomen werk € 630,00

Totaalfaktuur bedrag € L890,00

Afboeking: Contant betaald € 1.890,00

De vordering

Eiser vordert de veroordeling van Gedaagde tot betaling van € 3.336,54 vermeerderd met de wettelijke rente over 6 2.574,- vanaf 22 december 2010 tot de dag der voldoening alsmede buitengerechtelijke kosten k € 4S0,- excl. BTW en de proceskosten, Eiser heeft daaraan, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat Gedaagde tekortschiet in de nakoming van de gesloten overeenkomst. Eiser heeft zijn werkzaamheden in opdracht van Gedaagde uitgevoerd en daarvoor facturen gestuurd. Ten onrechte heeft Gedaagde deze facturen niet (geheel) voldaan.

Het verweer

Gedaagde heeft aangevoerd dat het gevorderde bedrag reeds contant aan Eiser is betaald. Ter onderbouwing hiervan refereert Gedaagde ten aanzien van beide facturen aan kwitanties. Ten aanzien van de factuur met het kenmerk 2007/012 wijst Gedaagde bovendien op de vermelding 'contant betaald' zoals die op deze factuur voorkomt.

De beoordeling

Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen komen dient te worden beoordeeld of de ongedateerde brief van gemachtigde gedaagde aangemerkt dient te worden als conclusie van antwoord namens Gedaagde. Gelet op het feit dat de brief is getekend door een persoon met dezelfde naam als de gemachtigde van Gedaagde, alsmede de inhoud van de brief, gaat de rechtbank er van uit dat de brief is bedoeld als conclusie van antwoord namens Gedaagde in deze procedure.

Ten aanzien van beide facturen zijn de kwitanties waaraan Gedaagde refereert niet aan de rechtbank overgelegd. De rechtbank zal dit onderdeel van het verweer derhalve als onvoldoende onderbouwd passeren. Nu ten aanzien van de vordering met betrekking tot factuur 2007/011 geen ander verweer is gevoerd zal de rechtbank deze vordering toewijzen.

Ten aanzien van de factuur met het kenmerk 2007/012 is de louter vermelding van de woorden 'contant betaald', zonder een datum van ontvangst of handtekening van de ontvangende partij, onvoldoende onderbouwing van de door Gedaagde gestelde betaling aan Eiser. Gedaagde heeft verder niets aangevoerd ter onderbouwing van haar verweer, is ter comparitie van partijen niet verschenen, waardoor zij haar verweer niet nader heeft kunnen toelichten en heeft ook overigens geen bewijs aangeboden. De rechtbank zal het verweer derhalve als onvoldoende onderbouwd passeren en de vordering ook op dit punt toewijzen.

Tegen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten is geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat de rechtbank deze, nu zij voldoen aan Voorwerk II, zal toewijzen.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Gedaagde worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van een bedrag van 6 3.786,54 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.574,- vanaf 22 december 2010 tot het tijdstip van betaling;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding, aan de zijde van Eiser tot op deze uitspraak vastgesteld op € 618,31, waarvan € 400,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. B.C. Vink en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 mei 2011.