Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte na huurachterstand

Huurder huurt een restaurant (bedrijfsruimte). Huurder en verhuurder zijn in 2010 een huurkoopovereenkomst aangegaan met betrekking tot het restaurant. De huurder lukt het echter niet om stipt te betalen van zowel de huur als de aflossing van de huurkoopovereenkomst. De verhuurder vordert een bedrag van €19.046,69 wat bestaat uit huurachterstand, borg, aflossingen ingevolge de huurkoopovereenkomst en verwarmingskosten. De huurder betwist de hoogte van dit bedrag niet, waardoor de rechter het bedrag toewijst. De hoogte van de huurachterstand zorgt ervoor dat het de ontbinding van de huurovereenkomst en de gevorderde bedrijfsontruiming rechtvaardigt.

Datum: 14 november 2012
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie Leiden
Zaaknummer: 1173554 \ CV EXPL 12-3619

Vonnis

in de zaak van

Eiser, wonende te, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y Cheung (IntoCash) tegen

Gedaagde, tevens handelend onder de naam Gedaagde, wonende te, zaakdoende te, gedaagde partij, verschenen bij Gedaagde.

Partijen worden aangeduid als "Eiser" en "Gedaagde".

1. Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

de dagvaarding d.d. 24 mei 2012 met producties;
de aantekening van de mondelinge conclusie van antwoord;
de akte wijziging van eis;
het verhandelde ter comparitie van partijen, gehouden d.d. 18 september 2012;
de akte van uitlating aan de zijde van Eiser.

2. Feiten

Op grond van de onweersproken inhoud van de stukken gaat de kantonrechter van het volgende uit.

Gedaagde huurt met ingang van 1 januari 2011 van Eiser de bedrijfsruimte (restaurant) op de begane grond aan de (hierna: het gehuurde). De huurprijs, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen, bedraagt thans € 1.620,00 per maand. De huurovereenkomst is aangegaan voor een periode van vijf jaar.

Tevens zijn Eiser en Gedaagde op 25 november 2010 een huurkoopovereenkomst aangegaan met betrekking tot het restaurant "X". De koopsom bedraagt € 41.000,00, te betalen door € 916,67 per maand aan Eiser door Gedaagde.

Gedaagde is in gebreke met stipte betaling van de ingevolge de huurovereenkomst te betalen huurpenningen alsmede de maandelijkse aflossing op grond van de huurkoopovereenkomst.

3. Vordering

Eiser vordert, na wijziging van eis:

de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde, met nevenvorderingen, betaling van:

€ 19.046,69 huurachterstand t/m september 2012, borg, verwarmingskosten en aflossingen huurkoop;

€ 952,00, inclusief BTW, buitengerechtelijke incassokosten;

€ 534,64 wettelijke rente tot 5 september 2012 en de wettelijke rente over iedere huurpenning vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning;

€ 1.620,00 per maand voor iedere maand te rekenen vanaf 1 oktober 2012 dat Gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft;

veroordeling van Gedaagde in de kosten van het geding.

Gedaagde voert verweer. Dit verweer komt, voor zover van belang, bij de beoordeling
van de vordering aan de orde.

4. Beoordeling

Tijdens de comparitie van partijen heeft Eiser aangevoerd dat een drietal betalingen niet waren meegenomen in de akte wijziging van eis. Het betreft de volgende betalingen: € 250,00 op 18 mei 2012, € 400,00 op 23 mei 2012 en € 300,00 op 25 juni 2012 Eiser erkent dat hij die betalingen ad € 950,00 op voornoemde data heeft ontvangen. Het bedrag van € 950,00 is in mindering gebracht op de vordering.

Eiser heeft bij dagvaarding en akte wijziging van eis zijn vordering deugdelijk gespecificeerd. De betalingsachterstand bedraagt per 6 september 2012 € 19.046,69. Daarbij gaat het om de huurachterstand, borg, aflossingen ingevolge de huurkoopovereenkomst en verwarmingskosten. Gedaagde heeft geen betalingen meer verricht na de laatste door Eiser ontvangen betaling op 4 september 2012 van € 250,00 met als gevolg dat de huurachterstand nog verder is opgelopen. De huur van oktober 2012 is namelijk vervallen en ook niet voldaan door Gedaagde.

Gedaagde heeft de door Eiser opgestelde specificatie onvoldoende betwist zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Het door Eiser gevorderde bedrag ad € 19.046,69 zal de kantonrechter dan ook toewijzen. Dit betekent dat moet worden vastgesteld dat Gedaagde in ernstige mate tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen ingevolge de huurovereenkomst en huurkoopovereenkomst. De met Gedaagde getroffen betalingsregeling is ook niet stipt nagekomen. De lopende huren en/of aflossingen worden ook niet voldaan. Ter zitting heeft gedaagde uiteengezet dat haar restaurant thans goed loopt en dat zij in staat is een substantieel deel van de gevorderde bedragen te voldoen. Niet gebleken is echter dat Gedaagde na de zitting een betaling aan Eiser heeft gedaan zodat de kantonrechter aan het betoog voorbij gaat.

De kantonrechter is van oordeel dat de hoogte van de huurachterstand de door Eiser gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de gevorderde ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Van Eiser kan thans niet gevergd worden dat Gedaagde nog langer in het gehuurde verblijft. De vorderingen zijn dus toewijsbaar. Ook de door Eiser gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zal de kantonrechter toewijzen. Op grond van de stukken is genoegzaam gebleken dat de gemachtigde van Eiser meer inspanningen heeft verricht dan die ter voorbereiding van de gedingstukken en instructie van de zaak. Daarnaast voldoet het bedrag dat Eiser aan buitengerechtelijke kosten vordert, aan de redelijk geachte maatstaf van het rapport Voorwerk II. De door Eiser gevorderde wettelijke rente kan als onvoldoende weersproken worden toegewezen.

De door Eiser gevorderde machtiging om de ontruiming zelf uit te voeren, zal worden afgewezen, omdat de bevoegdheid tot reële executie van de veroordeling tot ontruiming reeds voortvloeit uit de artikelen 555 e.v. juncto artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De vordering wordt derhalve toegewezen met veroordeling van Gedaagde als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten.

5. Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan de;

veroordeelt Gedaagde om het gehuurde binnen 21 dagen na betekening van het vonnis met al wie en al wat zich daarin van de zijde van Gedaagde mocht bevinden te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 20.533,33 vermeerderd met de wettelijke rente over € 19.046 69 vanaf 5 september 2012 tot die der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.620,00 (onder voorbehoud van huurverhoging), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldatum, voor iedere maand gedurende welke Gedaagde in gebreke blijft het gehuurde te ontruimen, met ingang van 1 oktober 2012 een ingegane maand voor een hele maand gerekend;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding tot hiertoe aan de zijde van Eiser vastgesteld op € 1.524,17, waarvan € 1.000,00 aan salaris voor de gemachtigde van Eiser;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. G.M.A. van Zaltbommel-Uittenbogaard en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2012.