Ontbinding huurovereenkomst bij 3 maanden betalingsachterstand

De eiser verhuurt aan de gedaagde een woning tegen een maandelijkse betaling. Deze huurder voldoet hier niet aan waardoor er een huurachterstand is ontstaan. De verhuurder wilt dan ook dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en het huis ontruimt. De huurder erkent dat er een huurachterstand is en zegt meerdere malen geprobeerd te hebben een betalingsregeling te treffen, maar hier had de verhuurder geen zin in. De rechter zegt dat een verhuurder niet verplicht is mee te werken aan een betalingsregeling en aangezien de huurder de huurachterstand erkent, wordt deze toegewezen.

Datum: 2 maart 2012
Rechtbank: Arnhem, Sector kanton, Locatie Nijmegen
Zaaknummer: 790652 \ CV EXPL 11-8511 \ 157

Vonnis

in de zaak van

Eiser wonende te ,eisende partij

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung tegen

GEDAAGDE

wonende te Wijchen gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna Eiser en Gedaagde genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 9 december 2011

de brief van 24 januari 2012 van de gemachtigde van Eiser, met een productie ten behoeve van de comparitie

de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 2 februari 2012.

De feiten

Eiser verhuurt aan Gedaagde de woning aan   te   tegen een maandelijks bij vooruitbetaling te betalen huurprijs van € 700,00. Gedaagde heeft de maandelijks verschuldigde huur niet volledig voldaan waardoor, gerekend tot en met november 2011, een achterstand is ontstaan van € 2.400,00, bestaande uit € 2.100,00 aan huurpenningen en € 300,00 aan resterende borg.

De vordering en het verweer

Eiser vordert bij dagvaarding de ontbinding van de huurovereenkomst, de ontruiming van het gehuurde binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis onder afgifte van de sleutels en een machtiging om, wanneer Gedaagde de woning niet ontruimt, de ontruiming door de deurwaarder te doen bewerkstelligen met behulp van de sterkte arm en op kosten van Gedaagde. Daarnaast vordert Eiser betaling van € 2.951,78, vermeerderd met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 8 november 2011 tot aan de dag van algehele betaling en met de proceskosten. Het gevorderde bedrag bestaat uit € 2.100,00 aan huurachterstand, € 700,00 aan borg, € 16,28 aan wettelijke rente tot 8 november 2011 en € 535,50 aan buitengerechtelijke kosten. Hierop heeft Gedaagde € 400,00 in mindering op de borg betaald. Tot slot vordert Eiser 6 700,00 per maand vanaf 1 december 2011 tot aan de ontruiming. Eiser baseert zijn vordering op de vaststaande feiten en op de volgende, zakelijk weergegeven, stellingen. Hij heeft de vordering uit handen gegeven. Ondanks sommatie heeft Gedaagde het bedrag van de huurachterstand en de borg niet volledig betaald. Gedaagde moet Eiser daarom ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke kosten betalen. Gedaagde voert gemotiveerd verweer. Op dat verweer gaat de kantonrechter hierna zo nodig in.

De beoordeling

Eiser heeft ten behoeve van de comparitie een specificatie van de huurachterstand overgelegd, waarin de huur tot en met de maand januari 2012 is verwerkt. Gedaagde erkent de daarin vermelde huurachterstand van € 3.800,00, de borg daarin begrepen, met dien verstande dat zij de huur van de maand januari 2012 inmiddels heeft betaald. Verder voert Gedaagde aan dat zij meerdere malen heeft verzocht om een betalingsregeling, maar dat zij daarop geen enkele reactie heeft ontvangen. Eiser betwist de ontvangst van de gestelde betaling van de huur van januari 2012. Nu Gedaagde de huurachterstand tot en met november 2011 inclusief de resterende borg van € 2.400,00 erkent, wijst de kantonrechter de gevorderde hoofdsom toe.

De gevorderde betaling van de huurtermijnen vanaf 1 december 2011 wordt toegewezen, met dien verstande dat daarbij rekening gehouden dient te worden met eventueel door Gedaagde verrichte betalingen.

Met betrekking tot de door Gedaagde gevraagde betalingsregeling overweegt de kantonrechter dat Eiser niet verplicht is om mee te werken aan een betalingsregeling.

De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding en ontruiming, zodat deze worden toegewezen.

Gedaagde heeft de buitengerechtelijke kosten niet betwist. Het gevorderde bedrag is in overeenstemming met de gebruikelijke tarieven en wordt daarom toegewezen.

De gevorderde wettelijke rente is niet betwist, zodat ook deze zal worden toegewezen.

De gevorderde machtiging om de hulp van de politie in te roepen wordt afgewezen, omdat deze, gelet op het bepaalde in artikel 2 Politiewet, niet nodig is.

Gedaagde wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

ontbindt de huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de   te  ;

veroordeelt Gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis de woning met alles wat van Gedaagde is en ieder die bij Gedaagde hoort, te verlaten en te ontruimen en de sleutels af te geven aan Eiser;

machtigt Eiser om, als Gedaagde niet tot ontruiming overgaat, die ontruiming zelf te laten uitvoeren;

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen een bedrag van € 2.951,78, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 8 november 2011 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt Gedaagde tot betaling van een bedrag van € 700,00 voor iedere maand of gedeelte daarvan dat Gedaagde de woning vanaf 1 december 2011 in gebruik heeft tot aan de ontruiming, verminderd met eventueel door Gedaagde verrichte betalingen;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Eiser begroot op € 90,81 aan dagvaardingskosten, € 202,00 aan griffierecht en € 350,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.