Ontbinding huurovereenkomst niet betalende huurder

De huurder heeft een huurachterstand en wilt dit verrekenen met de vele kosten die hij heeft moeten maken. Zo zijn er bijvoorbeeld reparaties van lekkage in de badkamer niet volgens afspraak uitgevoerd. Ook zou er een kamer die bij de huur hoort missen. Al deze  punten worden  door de verhuurder gemotiveerd weersproken. Het is nu aan de huurder om zijn punten verder toe te lichten, maar de huurder maakt van deze gelegenheid geen gebruik. Omdat de huurachterstand zo hoog is, rechtvaardigt het de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming.

Datum: 24 mei 2013
Rechtbank: Rotterdam
Zaaknummer: 1375392 CV EXPL 12-42495

Vonnis

in de zaak van

Eiser, wonende te, gemeente, eiser,

gemachtigde: mr. E.Y. Cheung van IntoCash, tegen

Gedaagde, wonende te, gedaagde,  in persoon verschenen.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eiser" en "Gedaagde".

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:
de inleidende dagvaarding van 9 augustus 2012, met producties;
het proces-verbaal met het mondelinge antwoord van Gedaagde ter rolzitting van 29 augustus 2012;
de conclusie van repliek tevens akte wijziging van eis, met producties;
de schriftelijke reactie voor dupliek van Gedaagde;
het tussenvonnis van 26 april 2013, waarbij een comparitie van partijen is gelast.

Op 17 mei 2013 heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden. Ter comparitie is Eiser verschenen, vergezeld van zijn gemachtigde, en heeft hij zijn vordering nader toegelicht. Gedaagde is ter comparitie, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekening gehouden.

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, mede producties, staat tussen partijen het volgende vast:

Tussen Eiser als verhuurder en Gedaagde als huurder bestaat een huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de (hierna het gehuurde). Op grond van de huurovereenkomst is Gedaagde maandelijks bij vooruitbetaling een huurprijs verschuldigd van thans €281,57.

Het geschil

Eiser heeft - na wijziging van eis - gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de hiervoor onder 2.1 genoemde huurovereenkomst te ontbinden, Gedaagde te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde, alsmede Gedaagde te veroordelen tot betaling aan Eiser van de door hem genoemde bedragen, als hierna genoemd, met veroordeling van Gedaagde in de kosten van de procedure.

Aan zijn vordering legt Eiser - in samengevatte vorm weergegeven - ten grondslag dat Gedaagde, ondanks herhaalde aanmaning, in gebreke is gebleven met betaling van hetgeen zij ingevolge de huurovereenkomst aan Eiser verschuldigd is geworden. De huurachterstand bedraagt tot en met de maand oktober 2012 € 6.876,67 na aftrek van door Gedaagde verrichte betalingen ad € 1.150,00 op 2 februari 2012 en ad

€ 382,00 op 5 maart 2012. In verband met de uitblijvende betaling is Gedaagde wettelijke rente verschuldigd, tot 29 oktober 2012 berekend op € 465,26, en € 847,00 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. BTW).

Gegeven de wanprestatie van Gedaagde dient de huurovereenkomst thans te worden ontbonden en dient zij veroordeeld te worden tot ontruiming van het gehuurde.

Op hetgeen Gedaagde heeft aangevoerd, zal hierna worden ingegaan.

De beoordeling

Blijkens de door Eiser bij conclusie van repliek overgelegde specificatie heeft de huurachterstand betrekking op de huurtermijnen vanaf december 2009. Gedaagde heeft de gestelde huurachterstand tot en met oktober 2012 niet (onderbouwd) weersproken.

Gedaagde heeft bij antwoord aangevoerd dat bij de huur nog een kamer hoort, dat zij veel kosten heeft moeten maken aan de verwarmingsketel en dat in het verleden reparaties van een lekkage in de badkamer door Eiser niet volgens afspraak zijn uitgevoerd. Eiser heeft deze stellingen, waarvoor Gedaagde geen onderbouwing heeft gegeven, bij conclusie van repliek gemotiveerd weersproken.

Gedaagde is vervolgens in de gelegenheid gesteld om tijdens een comparitie van partijen haar verweer toe te lichten. Nu Gedaagde van deze gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt, is de kantonrechter van oordeel dat zij haar verweer onvoldoende (nader) heeft onderbouwd en dat het reeds om die reden dient te worden verworpen.

Nu Gedaagde de gevorderde huurachterstand ad € 6.876,67 overigens niet heeft betwist, zal dit bedrag worden toegewezen.

De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. De vordering zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de ontruimingstermijn naar redelijkheid op 14 dagen wordt gesteld en de gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen. Op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de deurwaarder immers, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van Gedaagde komen.

Met betrekking tot de gevorderde betaling van toekomstige maandelijkse huurtermijnen wordt het volgende overwogen. Indien Gedaagde het gehuurde na de eventuele ontbinding van de huurovereenkomst in gebruik houdt, is zij op grond van artikel 7:225 BW een vergoeding verschuldigd gelijk aan de laatst geldende huurprijs. Dit deel van de vordering wordt toegewezen, zoals hierna bepaald.

De gevorderde rente zal als onweersproken eveneens worden toegewezen zoals hierna bepaald.

Voldoende gesteld is dat door de incassogemachtigde van Eiser werkzaamheden zijn verricht, welke meer hebben omvat dan de verrichtingen waarvoor de in artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding toekennen. De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten (inclusief BTW) zal als onweersproken, gelet op de toewijsbare hoofdsom en de gebruikelijke en redelijk geachte tarieven voor buitengerechtelijke kosten, tot een bedrag van € 833,00 worden toegewezen.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen. Op grond van de artikelen 556 lid 1 en 557 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is de deurwaarder immers, zonder rechterlijke tussenkomst, bevoegd de hulp van de sterke arm van politie in te roepen, waarbij de kosten van de ontruiming ingevolge het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders voor rekening van Gedaagde komen.

Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partijen in de proceskosten worden veroordeeld. De door Eiser gevorderde informatiekosten zijn niet toewijsbaar, nu over dit bedrag tevens BTW berekend is en daarmee niet is gehandeld overeenkomstig het Besluit tarieven ambtshandelingen gerechtsdeurwaarders.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt Gedaagde, om tegen bewijs van kwijting aan Eiser te betalen € 6.876,67, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over het saldo dat vanaf 29 oktober 2012 aan hoofdsom, exclusief kosten, telkens, na elke credit- en debetmutatie, heeft uitgestaan, tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde om, tegen bewijs van kwijting aan Eiser te betalen de wettelijke rente tot 29 oktober 2012 ad € 465,26, alsmede ter zake buitengerechtelijke kosten inclusief BTW € 833,00;

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen Eiser en Gedaagde en veroordeelt Gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met al de hare en al het hare en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser te betalen € 281,57 per maand met ingang van de maand november 2012 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiser vastgesteld op € 290,64 aan verschotten en € 750,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kampert en uitgesproken ter openbare terechtzitting.