Ontruiming toegewezen na ernstige mate van huurachterstand

Gedaagden huren van Eiseres een bedrijfsruimte. Hierbij hebben ze een huurachterstand laten ontstaan. Gedaagden begruipen dat de huurachterstand betaald moet worden, maar zij zijn op dit moment in de financiële problemen. De huurder (eiseres) zou in gesprekken dan ook hebben toegezegd dat zij nog enige tijd krijgen om de huurachterstand gefinancierd te krijgen. Gedaagden verzoeken de kantonrechter om hen nog drie maanden te gunnen om het op te lossen. De rechter geeft aan dat aangezien er geen termijn is afgesproken voor het uitstel, de eiseres vrij stond om op enig moment een termijn te bepalen waarbinnen de achterstand diende te zijn voldaan. De huurders kunnen zich dan ook niet meer tot uitstel beroepen. Naar het oordeel van de kantonrechter is er ook geen plaats voor het verlenen van een term de grace aan Gedaagden, nu het huur van bedrijfsruimte betreft.

Datum: 15 november 2007
Rechtbank: Dordrecht, Sector kanton, Locatie Dordrecht
Zaaknummer: 199398 CV EXPL 07-3799

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van:

Eiseres,

wonende te,

gemachtigde drs. A.J.C. Jonker (IntoCash te Rotterdam),

tegen:

Gedaagden, wonende,

Gedaagden, wonende,

gemachtigde mr. N.A.M. de Bie.

Partijen worden hierna aangeduid met Eiseres respectievelijk Gedaagden.

Verloop van de procedure

De kantonrechter wijst vonnis op de volgende processtukken

1.         de dagvaarding van 29 juni 2007;

2.         de conclusie van antwoord;

3.         het tussenvonnis van 16 augustus 2007;

4.         de aantekeningen van de griffier van de gehouden zitting van 30 oktober 2007;

5.         de overgelegde producties.

Omschrijving van het geschil

De feiten

Als gesteld door de ene partij en niet of onvoldoende weersproken door de andere partij, staat tussen partijen het volgende vast.

Gedaagden huren van Eiseres de bedrijfsruimte gelegen aan de, te, zulks tegen een huurprijs van laatstelijk € 2.890,24 per maand, welk bedrag bij vooruitbetaling moet worden voldaan.

Gedaagden hebben een huurachterstand laten ontstaan.

De vordering

Eiseres vordert, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde aan de en te met nevenvorderingen. Daarnaast vordert Eiseres - na vermindering van eis - Gedaagden hoofdelijk te veroordelen tot betaling van:

het bedrag van € 77.741,47 vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten en de vervallen rente;

De wettelijke rente over een bedrag van € 77.741,47 vanaf 12 juni 2007 tot de dag der algehele voldoening, en over iedere huurpenning vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning;

het bedrag van € 2.890,24 per maand, voor iedere maand of gedeelte daarvan dat Gedaagden het gehuurde vanaf 1 juli 2007 in bezit houden;

de kosten van deze procedure.

Eiseres stelt in dit verband - samengevat - het volgende.

Gedaagden zijn in ernstige mate in gebreke gebleven met de betaling van huurpenningen. Met inachtneming van de gedane betaling van 13 augustus 2007 ad € 2.890,24 bestaat er tot en met de maand juni 2007 een huurachterstand van € 77.741,47. Ter zake wettelijke rente zijn Gedaagden het bedrag ad € 1.105,95 en ter zake buitengerechtelijke kosten het bedrag ad € 800,- verschuldigd aan Eiseres.

Het verweer

Gedaagden betwisten de vordering en voeren - samengevat - het volgende aan.

Gedaagden begrijpen dat de huurachterstand betaald moet worden, maar zij verkeren op dit moment in financiële problemen. Eiseres heeft in gesprekken aan Gedaagden toegezegd dat zij nog enig tijd krijgen om de huurachterstand gefinancierd te krijgen. Daarnaast is voor wat betreft de huurachterstand over de jaren 2004 en 2005 destijds afgesproken dat deze bedragen werden bevroren. Gedaagden verzoeken de kantonrechter om aan hen nog een term de grace van drie maanden toe te kennen. De buitengerechtelijke kosten zijn niet toewijsbaar omdat de door IntoCash gestuurde brieven slechts dienden tot inleiding van de procedure.

Beoordeling van het geschil

Gedaagden erkennen de huurachterstand, doch voeren aan dat er met Eiseres een afspraak is gemaakt dat zij nog enige tijd krijgen om de huurachterstand in te lopen. Ter zitting heeft gedaagde verklaard dat er geen termijn is afgesproken voor dit uitstel. Het stond Eiseres dan ook vrij om op enig moment een termijn te bepalen waarbinnen de achterstand diende te zijn voldaan. Toen de achterstand niet binnen die periode was voldaan, konden Gedaagden zich niet meer op uitstel beroepen. De huurachterstand is daarmee opeisbaar en zal evenals de wettelijke rente daarover worden toegewezen.

Naar het oordeel van de kantonrechter is er geen plaats voor het verlenen van een term de grace aan Gedaagden, nu het huur van bedrijfsruimte betreft.

De door Gedaagden geschetste omstandigheden omtrent hun financiële situatie kunnen er niet toe leiden dat de vordering van Eiseres wordt afgewezen, omdat van Eiseres in redelijkheid niet kan worden gevergd dat zij met die omstandigheden rekening houdt.

Nu de huurachterstand meer dan drie maanden bedraagt, is de gestelde toerekenbare tekortkoming van dien aard dat deze de ontbinding van de huurovereenkomst met nevenvorderingen rechtvaardigt. Eiseres heeft geen ontruimingstermijn gevorderd, zodat deze door de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid wordt vastgesteld op 14 dagen.

De gevorderde wettelijke rente over toekomstige huurtermijnen wordt afgewezen, nu van verzuim aan de zijde van Gedaagden nog geen sprake is.

De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat de werkzaamheden waarvan vergoeding wordt gevorderd, zijn aan te merken als verrichtingen anders dan die "ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak" en dat die werkzaamheden meer omvatten dan het verzenden van een standaardaanmaning en/of het inwinnen van inlichtingen.

Gedaagden worden als de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten.

Ter overvloede overweegt de kantonrechter dat deze aan partijen geen betalingsregeling kan opleggen. Daartoe dienen Gedaagden zich rechtstreeks te wenden tot (de gemachtigde van) Eiseres.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de huurovereenkomst van partijen met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen aan de  en  te ;

veroordeelt Gedaagden om voormeld gehuurde binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen met al de hunner en het hunne en de sleutels ter beschikking van Eiseres te stellen;

machtigt Eiseres om, zo Gedaagden daarmede in gebreke blijven, de ontruiming te doen uitvoeren, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie;

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk om aan Eiseres te betalen een bedrag van € 78.847,42, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 77.741,47 vanaf 12 juni 2007 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagden aan Eiseres hoofdelijk te betalen ter zake van huur de somma van € 2.890,24 per maand vanaf juli 2007 tot heden en ter zake van schadevergoeding voormeld bedrag vanaf heden zolang Gedaagden in gebreke blijven of zullen zijn met de ontruiming van het gehuurde;

veroordeelt Gedaagden hoofdelijk in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van de Eiseres bepaald op:

aan explootkosten € 84,31

aan griffierecht €199,00

aan salaris gemachtigde €1200,00

totale kosten €1483,31

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.C. Vink, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2007, in tegenwoordigheid van de griffier.