Opdrachtbevestiging niet getekend, overeenkomst blijkt uit gedragingen

Gedaagde in deze zaak betwist dat er een overeenkomst tussen partijen is, nu zij de opdrachtbevestiging van Eiser nooit ondertekend heeft geretourneerd. De eiser heeft de opdracht wel voor de gedaagde uitgevoerd. De kantonrechter ziet dat gedaagde wel een beroep doet op de inhoud van die opdrachtbevestiging. Bovendien zijn de facturen die naar aanleiding van de opdrachtbevestiging door Eiser aan Gedaagde zijn gestuurd zonder protest behouden en voldaan. Een en ander leidt ertoe dat de schriftelijke opdrachtbevestiging tussen partijen heeft te gelden als een overeenkomst. Er is immers sprake van een aanbod en aanvaarding daarvan. Gedaagde zal dan ook de factuur moeten betalen.

Datum: 19 juni 2012
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Brielle
Zaaknummer: 1301999 \ CV EXPL 11-5810

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X, gevestigd te, eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung van IntoCash te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Y, gevestigd te en kantoorhoudende te, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr. A.D. Lindenbergh, advocaat te Rotterdam.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als "X" en "Y".

Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

het exploot van dagvaarding van 29 november 2011 met producties;

de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

de conclusie van dupliek in conventie, tevens vermeerdering van eis in reconventie;

de conclusie van dupliek in reconventie met productie, en

de akte uitlaten producties zijdens Y, ter griffie ontvangen op 8 mei 2012.

De datum voor de uitspraak van dit vonnis is door dé kantonrechter bepaald op heden.

De vordering in conventie en het verweer in reconventie

in conventie

X heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Y te veroordelen aan haar te betalen € 2.070,-- aan hoofdsom, € 984,22 aan verschenen rente berekend vanaf de vervaldatum tot 11 november 2011, vermeerderd met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 11 november 2011, alsmede de buitengerechtelijke kosten ad € 600.00, met veroordeling van Y in de kosten van de procedure.

Aan haar vordering legt X - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat Y ondanks diverse aanmaningen in gebreke is gebleven met volledige (tijdige) voldoening van de factuur van 23 oktober 2008 ter zake van uitgevoerde werkzaamheden voor villa's 2 en 3 volgens de opdrachtbevestiging van 16 mei 2008.

Voornoemde factuur bedroeg totaal € 3.570,- (inclusief BTW), waarvan Y na sommatie op 31 juli 2011 een bedrag van € 1.500,- heeft voldaan.

in reconventie

X doet een beroep op artikel 6:89 BW en stelt dat Y nu, na ongeveer 3,5 jaar, met meer kan stellen dat er sprake is van onverschuldigde betaling of ongerechtvaardigde verrijking. Bovendien is X op geen enkele manier tekort geschoten en evenmin in gebreke gesteld, althans in verzuim. De door Y aan zichzelf toebedeelde korting van € 5.000,- is voorts op geen enkele wijze onderbouwd of gespecificeerd.

Het verweer in conventie en de eis in reconventie

in conventie

Y betwist de vordering. Daartoe voert zij allereerst aan dat X de verkeerde partij heeft gedagvaard, nu Y als architect slechts als vertegenwoordiger van haar klanten is opgetreden en niet zij maar haar opdrachtgevers gebonden zijn.

Y betwist de verschuldigdheid van het in de opdrachtbevestiging opgenomen bedrag van € 3.000,- voor de werkzaamheden voor de villa's 2 en 3. Die prijs is volgens Y te hoog, zeker in relatie bezien met de € 15.000,-- die betaald is voor de bouwvoorbereiding van drie niet gerealiseerde villa's. Y acht het ter zake reeds door haar betaalde bedrag van € 1.500,- een meer dan redelijke vergoeding voor de werkzaamheden die reeds waren uitgevoerd voor de villa's 2 en 3.

Y betwist de verschuldigdheid van enige rente en kosten.

in reconventie

Y vordert in reconventie een bedrag van € 6.500,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat Y de daarin begrepen betalingen van respectievelijk € 5.000,00 en € 1.500,00 aan X heeft gedaan tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van X in de kosten van de procedure in reconventie zulks uitvoerbaar bij voorraad.

Aan de vordering tot (terugbetaling van een bedrag van € 5.000,-- legt Y ten grondslag dat X niet alle werkzaamheden heeft uitgevoerd zoals omschreven in de opdrachtbevestiging d.d. 16 mei 2008 onder de bouwvoorbereidingsfase (o.a. omdat het nooit tot verkoop van de villa's 2 en 3 is gekomen), zodat zij een gedeelte van € 5.000,-- van het totale factuurbedrag van € 15.000,- onverschuldigd aan X heeft betaald. Y voert aan dat enkele posten (slechts) voor villa 1 zijn uitgevoerd. Ten aanzien van de volgende posten stelt Y dat deze in het geheel niet zijn uitgevoerd:

in het model worden de deelontwerpen, indien aanwezig, van de overige adviseurs geïntegreerd;
staat van hoeveelheden op basis van de opgegeven materialisatie;
het inzichtelijk maken van de realisatierisico's in het model (risico/non risico), en
vastleggen van het compleet gemaatvoerde bouwproject in het virtuele model.

Ten aanzien van de post 'het model kan ingezet worden als communicatiemiddel naar de overheid, evt. omwonenden en gebruikers' voert Y aan dat de bijeenkomst met omwonenden niet heeft plaatsgevonden.

Aan de vordering tot (terug)betaling van een bedrag van € 1.500,- legt Y ten grondslag dat er geen deugdelijke grondslag bestaat voor de door X aan Y toegezonden factuur van 23 oktober 2008 ad € 3.570,-, zodat Ten Smitte de betaling van € 1.500,- op 31 juli 2011 ten behoeve van die factuur onverschuldigd heeft gedaan. Immers, Y hééft de opdrachtbevestiging nimmer getekend en ook anderszins is niet gebleken van een opdracht voor het uitvoeren van de door X verrichte werkzaamheden ten behoeve van de villa's 2 en 3.

De beoordeling

Het meest vergaande verweer van Y houdt in dat zij stelt dat niet zij, maar haar opdrachtgevers door het handelen van Y zijn gebonden, zodat X de verkeerde partij heeft gedagvaard. De kantonrechter overweegt dat noch uit de inhoud van de opdrachtbevestiging d.d. 16 mei 2008, noch uit enig ander schriftelijk stuk blijkt dat Y er op enig moment melding van heeft gemaakt dat zij niet namens zichzelf, maar als vertegenwoordiger van haar opdrachtgevers handelde. Y verwijst in dit kader naar haar algemene voorwaarden, maar een exemplaar daarvan is in deze procedure niet overgelegd, zodat de kantonrechter van de inhoud daarvan geen kennis heeft kunnen nemen. Ook de uitspraak van de Rechtbank Roermond van 29 november 1973, waarnaar Y verwijst, biedt geen deugdelijke onderbouwing voor de stelling van Y op dit punt. In die zaak heeft de opdrachtgever opdracht gegeven aan een aannemer en heeft de architect een omschrijving van het werk en de algemene voorwaarden opgesteld. In de onderhavige zaak is de opdracht aan X gegeven door Y. X is dan ook ontvankelijk in haar vordering jegens Y.

verschuldigdheid factuur van 23 oktober 2008

De kantonrechter maakt uit de stukken op dat Y aanvankelijk een opdracht had voor drie villa's. Op 4 maart 2011 heeft Y X in kennis gesteld dat de opdrachtgevers voor villa 2 en 3 in zee zullen gaan met een ander bedrijf.

Tussen Y en X zijn - nadat de opdracht voor het maken van rekeningen voor villa 2 en 3 bij Y is komen te vervallen - nieuwe afspraken gemaakt ter zake van villa 1. X stelt dat die afspraken zijn vastgelegd in de schriftelijke opdrachtbevestiging d.d. 16 mei 2008. In dat document zijn de reeds verrichte werkzaamheden voor villa 1 gewaardeerd op € 3.000,-- exclusief BTW.

De kantonrechter oordeelt dat vast staat dat de werkzaamheden zoals vastgelegd in de opdrachtbevestiging van 16 mei 2008 alleen zien op villa 1. Dit volgt uit het tijdsverloop zoals hiervoor geschetst, evenals uit de overweging in de bevestiging met betrekking tot de reeds uitgevoerde werkzaamheden voor de villa's 2 en 3 en de inhoud van de correspondentie tussen X en Y vanaf april 2008.

Y betwist dat de opdrachtbevestiging van 16 mei 2008 te gelden heeft als een overeenkomst tussen partijen, nu zij die opdrachtbevestiging nimmer ondertekend heeft geretourneerd. De kantonrechter overweegt dat Y wel - zowel in als buiten rechte, zowel in conventie als in reconventie - een beroep doet op de inhoud van die opdrachtbevestiging. Bovendien zijn de facturen die naar aanleiding van de opdrachtbevestiging door X aan Y zijn gestuurd zonder protest behouden en voldaan. Een en ander leidt ertoe dat de schriftelijke opdrachtbevestiging d.d. 16 mei 2008 tussen partijen heeft te gelden als een overeenkomst. Er is immers sprake van een aanbod en aanvaarding daarvan.

In de overeenkomst is de volgende bepaling opgenomen:

"Bij opdracht van de bouwvoorbereiding en ook de uitvoeringsfase zal er een korting van € 1.500,- worden gegeven op de reeds uitgevoerde werkzaamheden voor de villa 's 2 en 3, zijnde het bedrag van € 3.000,-. De activiteiten van X B. V. in de uitvoeringsfase maken wel deel uit van de aanbieding, echter zijn nog geen deel van deze opdrachtbevestiging."

Y heeft de factuur van 23 oktober 2008 ad € 3.570,-- inclusief BTW geretourneerd met de mededeling dat de uitvoeringsfase binnen afzienbare termijn zou aanvangen, waardoor de betalingsverplichting van Y zou veranderen. Immers, in dat geval zou - op grond van de overeenkomst d.d. 16 mei 2008 - een korting van € 1.500,- worden toegepast. Ook door deze reactie bevestigt Y overigens de status van de opdrachtbevestiging als zijnde een overeenkomst.

Tot op heden is de uitvoeringsovereenkomst nimmer aangevangen, zodat van een korting op de overeengekomen kosten voor de reeds voor de villa's 2 en 3 uitgevoerde werkzaamheden geen sprake kan zijn. Gelet op de termijn die is verstreken sinds 2008 oordeelt de kantonrechter dat het niet redelijk is nog van X te verlangen te wachten op een eventuele aanvang daarvan.

X stelt dat het overeengekomen bedrag van € 3.000,- exclusief BTW is, zodat het factuurbedrag inclusief BTW € 3.570,- bedraagt. Uit het verweer van Y, inhoudende dat de algemene voorwaarden van X niet van toepassing zijn, begrijpt de kantonrechter dat Y de verschuldigdheid van de BTW (naast de betwisting van de verschuldigdheid van de factuur op zich) betwist. De kantonrechter overweegt dat alle bedragen die zijn opgenomen in de overeenkomst exclusief BT W zijn. Bovendien blijkt uit de brief van Y van 1 juli 2011 (door Y abusievelijk gedateerd op 1 juli 2010) dat de bedragen waarover tussen partijen in het kader van de werkzaamheden voor de villa's 2 en 3 wordt gecorrespondeerd exclusief BTW zijn.

Y voert aan dat zij de betaling van € 1.500,- op 31 juli 2011 in het kader van een schikking heeft gedaan. Nu in deze procedure is gebleken dat X van mening is dat er geen schikking is overeengekomen, vordert Y terugbetaling van dit reeds door haar betaalde bedrag op grond van onverschuldigde betaling. De kantonrechter overweegt dat uit de correspondentie tussen partijen weliswaar blijkt dat Y (bij brief van 1 juli 2011) een voorstel tot een dergelijke schikking heeft gedaan, maar dat X (bij brief van 7 juli 2011) daar niet mee akkoord is gegaan. Daarop is door X een nieuw voorstel gedaan, inhoudende dat Y direct € 1.500,-- exclusief BTW zou betalen en het resterende deel van de vordering zou vervallen indien de werkzaamheden van X in het project Z vóór 31 december 2012 zouden zijn hervat. Indien die werkzaamheden niet voor die tijd zouden zijn hervat diende het resterende deel van € 1.500,- exclusief BTW uiterlijk op 31 december 2011 aan X te zijn betaald, of diende aan X uiterlijk op die datum een vervangende opdracht gelijkwaardig aan het niet uitgevoerde werk in project Duinzoom te Rockanje te zijn verstrekt. Y heeft reeds aan het eerste vereiste niet voldaan (betaling van € 1.500,- exclusief BTW). Zij heeft immers slechts € 1.500,— betaald. Bovendien is evenmin - hoewel niet meer relevant nu reeds aan het eerste vereiste niet is voldaan - aan de overige twee voorwaarden voldaan (alsnog hervatten werkzaamheden project of nieuwe opdracht).

Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is Y, na betaling van € 1.500,— op 31 juli 2011, nog een bedrag van € 2.070,- aan hoofdsom aan X verschuldigd, welk bedrag in conventie zal worden toegewezen. Een en ander leidt ertoe dat de vordering in reconventie tot terugbetaling van de reeds betaalde € 1.500,- wordt afgewezen.

Op de factuur van 23 oktober 2008 staat weliswaar vermeld dat betaling binnen veertien dagen dient te geschieden, uit de aanmaning van 12 augustus 2010 blijkt dat er contact is geweest over de verschuldigdheid van het factuurbedrag in verband met de aanvang van de uitvoeringsfase en daarmee samenhangende korting. Derhalve is Y eerst vanaf veertien dagen na 12 augustus 2010, te weten 27 augustus 2010, de wettelijke rente over de toegewezen hoofdsom aan X verschuldigd. X heeft niet met zoveel woorden aanspraak gemaakt op de wettelijke handelsrente. De kantonrechter overweegt dat nu uit de stukken blijkt dat sprake is van twee professionele partijen de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW wordt toegewezen, een en ander zoals hierna bepaald.

Genoegzaam is gebleken dat de gemachtigde van X werkzaamheden heeft verricht die zijn aan te merken als verrichtingen anders dan die "ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak". De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten worden toegewezen tot het bedrag van € 400,00 dat jegens Y redelijk is, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht.

Y wordt als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie. Het salaris van de gemachtigde wordt vastgesteld op € 150,-- per punt. Er worden twee punten toegekend.

in reconventie

Y stelt zich in de onderhavige procedure op het standpunt dat een deel van de werkzaamheden zoals omschreven in de overeenkomst slechts gedeeltelijk, dan wel in het geheel niet, door X zijn uitgevoerd, als gevolg waarvan zij van het totaalbedrag van € 15.000,- (factuur naar aanleiding van de overeenkomst d.d. 16 mei 2008) een deel van € 5.000,- onverschuldigd aan X heeft voldaan.

Nu hiervoor reeds is vastgesteld dat de overeenkomst alleen ziet op villa 1, kunnen de punten waarvan Y stelt dat die slechts voor villa 1 uitgevoerd zijn, geen tekortkomingen opleveren.

Ten aanzien van de overige punten is niet gebleken dat Y eerder dan in de onderhavige procedure een beroep heeft gedaan op enige vorm van tekortkoming aan de zijde van X met betrekking tot de uitvoering van de overeenkomst d.d. 16 mei 2008. Ook uit de correspondentie van 2010 blijkt dat Y toen op geen enkele wijze heeft aangegeven dat de werkzaamheden voor de facturen niet of ondeugdelijk zijn uitgevoerd. Evenmin heeft Y in het buitengerechtelijk traject in 2011 een beroep gedaan op een gebrek in de prestatie van X.

Voorop staat dat de bestemmingsplanwijziging geen onderdeel uitmaakt van de tussen partijen bestaande overeenkomst. Y heeft ook overigens onvoldoende gemotiveerd gesteld op welke wijze het al dan niet verkrijgen van de gewenste wijziging in het bestemmingsplan een tekortkoming aan de zijde van X zou opleveren. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan een inhoudelijk beoordeling op dit punt.

Met betrekking tot het verwijt dat X heeft nagelaten de deelontwerpen van de overige adviseurs te integreren heeft X als verweer aangevoerd dat Y in 2008 geen aanvullende ontwerpen van riolering of constructie heeft aangeleverd, zodat X die ook niet heeft kunnen verwerken. Hierop heeft Y - hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld - niet meer gereageerd, zodat wordt uitgegaan van de juistheid van het verweer van X.

Bepaald is dat het model kan worden ingezet als communicatiemiddel naar de overheid, evt. omwonenden en gebruikers. Y stelt dat X is tekort geschoten nu er nummer een bijeenkomst met omwonenden heeft plaatsgevonden. De kantonrechter oordeelt dat het al dan niet plaatsvinden van een dergelijke bijeenkomst niet voor rekening en risico van X komt. X dient slechts haar ontwerp daarvoor geschikt te maken en ter beschikking te stellen. Niet is gesteld of gebleken dat X aan die verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst niet heeft voldaan.

Met betrekking tot de volgens Y nimmer geleverde staat van hoeveelheden overweegt de kantonrechter als volgt. X voert aan dat zij deze staat conform opdracht reeds toentertijd heeft geleverd aan Y. Hoe het ook zij, de gemachtigde van Y heeft er eerst nadat X haar vordering uit handen heeft gegeven aan haar incassogemachtigde schriftelijk melding van gemaakt dat de staat van hoeveelheden niet zou zijn geleverd, waarop die door de gemachtigde van X direct aan Y is doen toekomen. Dat betekent dat X de staat van hoeveelheden binnen redelijke termijn na ingebrekestelling (alsnog) heeft geleverd. X heeft in deze procedure nogmaals de staat van hoeveelheden ingebracht. Een en ander leidt ertoe dat op dit punt geen sprake is van een tekortkoming aan de zijde van X.

X heeft - onder verwijzing naar het rapport  - gemotiveerd en onbetwist aangevoerd dat zij het punt 'inzichtelijk maken van realisatierisico's in het model (risico/non risico)' heeft uitgevoerd.

Ten aanzien van het laatste punt, 'het vastleggen van het compleet gemaatvoerde bouwproject in het virtuele model', heeft X eveneens gemotiveerd verweer gevoerd. Zij stelt dat het virtuele model alle maatvoeringen bevat, hetgeen het kenmerk is van een model dat is gemaakt met 3D CADSoftware. De kenmerkende maatvoering is opgenomen op de plattegronden, gevelaanzichten, doorsneden en details. De kantonrechter overweegt dat dat ook is te zien in de door X ingebrachte producties. Ook op dit punt is derhalve geen sprake van een tekortkoming aan de zijde van X.

Nu reeds door bovenstaande is vast komen te staan dat er geen sprake is van enige tekortkoming aan de zijde van X, behoeft geen bespreking meer of Y al dan niet tijdig heeft geklaagd.

Gelet op het voorgaande wordt ook de vordering in reconventie met betrekking tot de onverschuldigde betaling van een gedeelte van € 5.000,- van het totale factuurbedrag van € 15.000,- voor de overeenkomst van 16 mei 2008 afgewezen.

Y wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie, een en ander zoals hierna bepaald.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

veroordeelt Y om aan X tegen kwijting te betalen € 2.470,-, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex. artikel 6:119a BW over € 2.070,- vanaf 27 augustus 2010 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Y in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van X vastgesteld op € 502,13 aan verschotten en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie

wijst de vorderingen af;

veroordeelt Y in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van X vastgesteld op € 250,00 aan salaris voor de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door mr. L. J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.