Persoonlijke omstandigheden niet relevant voor betalingsverplichting

De eiser wilt dat de huurovereenkomst tussen hem en de gedaagde ontbonden wordt. Deze verhuurder legt daaraan ten grondslag dat de gedaagde een huurachterstand heeft en zijn energie niet betaald. Deze huurder zegt dat de sociale dienst van de gemeente het gedeelte van de huur dat niet door de huurtoeslag gedekt wordt, rechtstreeks aan de verhuurder betaalt. Dit zou ook gelden voor de energie rekening. De huurder vraagt om vanwege zijn medische toestand de vordering af te wijzen. De eiser vertelt gemotiveerd dat de gemeente en de gedaagde niet de juiste bedragen hebben overgemaakt, waardoor er een achterstand is ontstaan. Bovendien houdt de gedaagde zich niet aan de gemaakte afspraken waardoor de vordering inmiddels verder is opgelopen.  De rechter vindt dat de gedaagde zelf als huurder verantwoordelijk is voor de tijdige en volledige betaling van de huur en energierekening. De persoonlijke omstandigheden, hoe vervelend deze ook voor hem mogen zijn, zorgen er niet voor dat hij zijn huur niet op tijd hoeft te betalen. 

Datum: 1 december 2011
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie Delft
Zaaknummer: 1061183 \ CV EXPL 11-4402

Vonnis

in de zaak van

de stichting EISER, wonende dan wel gevestigd te, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y Cheung.

tegen

GEDAAGDE, wonende dan wel gevestigd te, gedaagde partij, procederend in persoon.

Partijen worden aangeduid als Eiser en Gedaagde.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken: de dagvaarding van 19 april 2011, met producties; de conclusie van antwoord, met producties; de conclusie van repliek, met producties; de conclusie van dupliek, met productie; de akte uitlaten productie aan de zijde van Eiser.

Beoordeling

Eiser heeft gevorderd de tussen haar en Gedaagde bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan te  te ontbinden en Gedaagde te veroordelen die woning, met inlevering van de sleutels, te ontruimen en ontruimd te houden. Eiser legt aan haar vordering ten grondslag dat Gedaagde berekend tot 11 maart 2011, een achterstand in de huurbetalingen/afrekening energie heeft laten ontstaan ad € 5.113,95. Eiser heeft dan ook, gelet op de hoogte van die achterstand, belang bij de door haar gevorderde ontbinding en ontruiming. Eiser maakt daarnaast aanspraak op vergoeding van de wettelijke rente. Berekend tot 11 maart 2011 bedraagt die rente € 203,79. Eiser heeft, toen tijdige en volledige betaling door Gedaagde achterwege bleef, haar vordering ter incasso uit handen gegeven aan haar incassogemachtigde. Die heeft incassowerkzaamheden verricht die meer hebben ingehouden dan die ter voorbereiding en instructie van de zaak. De aan de incasso verbonden kosten ad 6 833,- komen op grond van de wet voor rekening van Gedaagde. Aldus heeft Eiser een bedrag ad € 6.150,76 van Gedaagde te vorderen.

Gedaagde heeft tegen de vordering bij conclusie van antwoord verweer gevoerd. Gedaagde voert daartoe aan dat de sociale dienst van de gemeente het gedeelte van de huur dat niet door de huurtoeslag wordt gedekt, rechtstreeks aan Eiser betaalt. Ook de kosten voor het energieverbruik worden door de sociale dienst regelmatig aan Eiser betaald. Omdat de energierekening over 2009, vanwege de medische toestand van Gedaagde, hoger is uitgevallen dan verwacht heeft Gedaagde bijzondere bijstand aangevraagd. Die aanvraag is echter afgewezen. Gedaagde verzoekt vanwege zijn bijzondere omstandigheden de vordering af te wijzen.

Eiser heeft bij conclusie van repliek het door Gedaagde bij antwoord gevoerde verweer deugdelijk gemotiveerd weerlegd. Daartoe heeft Eiser aangevoerd dat de gemeente en Gedaagde, ondanks diverse verzoeken daartoe, niet de juiste bedragen hebben, overgemaakt waardoor, een achterstand is ontstaan. Gedaagde houdt zich niet aan de gemaakte afspraken waardoor de vordering inmiddels verder is opgelopen. Eiser wijzigt haar vordering dan ook zodanig dat Gedaagde thans (t/m augustus 2011) een bedrag ad € 5.438,21 terzake van huurachterstand/eindafrekening energie verschuldigd is, te vermeerderen met een bedrag ad € 455,64 voor iedere maand vanaf 1 september 2011, zolang Gedaagde met de ontruiming van het gehuurde in gebreke blijft, de tot 8 augustus 2011 verschenen rente ad € 277,41 en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 833,-. In totaal heeft Eiser een bedrag ad € 6.548,62 van Gedaagde te vorderen. Eiser handhaaft dan ook de door haar gevorderde ontbinding en ontruiming.

Gedaagde heeft bij conclusie van dupliek te kennen gegeven dat er kennelijk iets mis is gegaan bij de belastingdienst met betrekking tot de uitbetaling van de huurtoeslag, dat hij waarschijnlijk meer heeft betaald dan Eiser verantwoordt en dat een ontruiming voor hem rampzalige gevolgen heeft. Gedaagde verzoekt om een betalingsregeling.

De door Eiser gestelde betalingsachterstand terzake van huur/afrekening energie ad € 5.438,21, is door Gedaagde niet, althans onvoldoende weersproken. Indien Gedaagde meer betalingen had verricht dan Eiser in haar overzicht aangeeft, had van Gedaagde mogen worden verwacht dat hij van die betalingen betalingsbewijzen had overgelegd. Nu Gedaagde dat niet heeft gedaan zal aan dit verweer voorbij worden gegaan. De omstandigheid dat betalingen niet of niet volledig zijn verricht door de sociale dienst van de gemeente en/of de belastingdienst dienen voor rekening van Gedaagde te komen nu Gedaagde zelf als huurder verantwoordelijk is voor de tijdige en volledige betaling van de huur en/of energierekening.

De aldus vaststaande achterstand rechtvaardigt de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

De door Gedaagde aangevoerde persoonlijke omstandigheden, hoe vervelend deze ook voor hem mogen zijn, ontslaan hem niet van zijn betalingsverplichting.

Tegen de gevorderde vergoedingen voor rente en buitengerechtelijke kosten heeft Gedaagde geen zelfstandig verweer gevoerd. Deze vorderingen zijn daarom als op de wet gegrond toewijsbaar.

Dit leidt ertoe dat de vordering van Eiser toewijsbaar is op na te melden wijze.

Als in het ongelijk gestelde partij dient Gedaagde te worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Eiser. Voor het eventueel treffen van een betalingsregeling dient Gedaagde zich te wenden tot de (gemachtigde van) Eiser nu de kantonrechter niet bevoegd is zonder instemming van Eiser een dergelijke regeling in het vonnis op te nemen.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak staande en gelegen aan te;

veroordeelt Gedaagde voormeld gehuurde met al wie en al wat zich daarin van de zijde van Gedaagde mocht bevinden te ontruimen en te verlaten en, -indien van toepassing- met overgifte der sleutels- ter vrije en algehele beschikking van Eiser te stellen;

veroordeelt Gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eiser te betalen een bedrag ad € 6.548,62 en voorts voor elke ingegane maand vanaf 1 september 2011 tot de ontruiming een bedrag van € 455,64, met de wettelijke rente over € 5.438,21 vanaf 8 augustus 2011 tot de dag van de voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure tot hiertoe aan de zijde van Eiser vastgesteld op € 874,81, waaronder begrepen een bedrag ad € 500,- als het aan de gemachtigde van Eiser toekomende salaris, onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Windt, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2011, in tegenwoordigheid van de griffier.