Proceskostenveroordeling na betaling hoofdsom

De eiser heeft de opdracht gekregen om het vocht uit een muur te halen. De factuur die hij hiervoor heeft opgemaakt werd niet in zijn geheel door de gedaagden betaald. Dit hebben zij volgehouden totdat er een procedure is gestart. Op dat moment hebben de gedaagden de rest van de hoofdsom + buitengerechtelijke kosten en rente betaald. Het enige wat de eiser nu nog vordert zijn de proceskosten. Hij baseert dit op het feit dat hij als gevolg van het uitblijven van de volledige betaling genoodzaakt is geworden zijn vordering voor de rechter te brengen. Bovendien heeft hij zijn werkzaamheden tegen een redelijke prijs verricht en wilt daarom ook het volledige bedrag zien. De gedaagden vinden dat de werkzaamheden te simpel waren en dat zij daarom een lager (in hun ogen redelijk) bedrag aan de eiser hebben betaald. De rechter oordeelt hierover als volgt. Tussen partijen is geen prijs afgesproken. Gedaagden kunnen dan ook niet zomaar minder betalen dan Eiser heeft gefactureerd. Dit is wel anders als de factuurbedragen heel overdreven hoog zijn, maar dat is hier niet het geval. De gedaagden worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten betalen.

Datum: 11 december 2009
Rechtbank: Arnhem, Sector kanton, Locatie Nijmegen
Zaaknummer: 629971 \ CV EXPL 09-5989 \ 23

Vonnis

in de zaak van

Eiser, tevens handelend onder de naam Eiser wonende te

eisende partij

gemachtigde mr. E.C.Y. Cheung tegen

de vennootschap onder firma Gedaagde sub 1, tevens handelend onder de naam Gedaagde

Gedaagde sub 2, vennoot van gedaagde sub 1

Gedaagde sub 3, vennoot van gedaagde sub 1

Gedaagde sub 4, vennoot van gedaagde sub 1

Gedaagde sub 5, vennoot van gedaagde sub 1

allen gevestigd, respectievelijk wonende, te

gedaagde partijen procederend in persoon

Partijen worden verder Eiser en de vennootschap c.s. genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

de dagvaarding van 23 juli 2009 met producties de conclusie van antwoord

de conclusie van repliek, tevens houdende vermindering van eis de conclusie van dupliek.

De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

Eiser heeft in opdracht en voor rekening van de vennootschap c.s. een muur aan de tegen optrekkend vocht behandeld. De vennootschap c.s. hebben in mindering op de door Eiser in verband met voornoemde werkzaamheden verzonden factuur van 15 december 2008 met nummer 081935 ten bedrage van € 1.130,50, welke factuur hij op verzoek van de vennootschap c.s. nog nader heeft gespecificeerd, op 12 januari 2009 een bedrag van € 937.65 betaald. De restant hoofdsom van € 192,85 hebben de vennootschap c.s., ondanks aanmaningen, onbetaald gelaten.

Op of omstreeks 18 augustus 2009 hebben de vennootschap c.s. het in deze procedure gevorderde bedrag van € 234,11 (bestaande uit voornoemde hoofdsom van € 192,85, een bedrag van € 37,00 aan buitengerechtelijke kosten en een bedrag van € 4,26 ter zake van tot 10 juli 2009 verschenen rente) in mindering aan Eiser betaald.

De vordering, het verweer en de beoordeling daarvan

Eiser vordert - na vermindering van zijn eis - de (hoofdelijke) veroordeling van de vennootschap c.s. in de proceskosten.

Hij baseert deze vordering op de stelling dat hij als gevolg van het uitblijven van volledige betaling door de vennootschap c.s. genoodzaakt is geworden zijn vordering in rechte aanhangig te maken. Omdat hij de werkzaamheden ten behoeve van de vennootschap c.s. correct en tegen een alleszins redelijk tarief heeft verricht en hij dit ook vanaf het begin aan de vennootschap c.s. heeft kenbaar gemaakt, heeft hij terecht aanspraak gemaakt op volledige betaling.

De vennootschap c.s. hebben - kort weergegeven - aangevoerd dat de uitgevoerde werkzaamheden heel simpel waren, dat daarmee minder uren waren gemoeid dan Eiser heeft opgevoerd en dat zij van mening zijn dat Eiser een te hoge prijs voor het gebruikte injectiemiddel heeft berekend. Daarom hebben zij in eerste instantie de volgens hen redelijke prijs voor de verrichte werkzaamheden betaald. Om van de zaak af te zijn hebben zij uiteindelijk besloten de in deze procedure gevorderde hoofdsom, vermeerderd met rente en incassokosten, te voldoen.

De kantonrechter oordeelt hierover als volgt.

Vaststaat dat Eiser en de vennootschap c.s. hebben gecontracteerd zonder vooraf een prijs af te spreken. Het is dan niet aan de vennootschap c.s. om - achteraf - zelfstandig een lagere prijs vast te stellen en te betalen. Dit zou wellicht anders zijn geweest indien de factuur van Eiser aantoonbaar exorbitant hoog zou zijn uitgevallen, maar daarvan is in dit geval geen sprake. De vennootschap c.s. hebben de onderbouwing van Eiser die tot het uiteindelijke factuurbedrag heeft geleid bovendien onvoldoende gemotiveerd weersproken. Eiser heeft terecht aanspraak gemaakt op betaling van het volledige bedrag en - na uitblijven daarvan -eveneens terecht zijn vordering ter incasso uit handen gegeven. Toen vervolgens volledige betaling nog steeds uitbleef heeft hij op juiste gronden besloten zijn vordering in rechte aanhangig gemaakt. De vennootschap c.s. zijn eerst tijdens de procedure tot volledige betaling overgegaan, zodat Eiser thans nog terecht de veroordeling van de vennootschap c.s. in de - nodeloos gemaakte - proceskosten, vordert. Deze vordering ligt dan ook voor toewijzing gereed.

De vennootschap c.s. worden in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt de vennootschap c.s. in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Eiser begroot op € 72,25 aan dagvaardingskosten, € 90,-- aan vastrecht en € 60,- aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. H.C.A. Walda en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2009.