Re-integratietraject is inspanningsverbintenis

De gedaagde is op 22 december 2010 akkoord gegaan met de door cliënt opgestelde offerte. Het ging hier om een opdracht om begeleiding te geven in een re-integratietraject. De eiser heeft deze begeleiding gegeven, maar gedaagde weigert om de factuur te betalen. Gedaagde is het niet eens met de inhoud van een in dit traject door de eiseres opgesteld rap­port. Dit vormt echter geen reden om de gezonden factuur onbetaald te laten, want eiseres werkt als onpartijdig en onafhankelijk arbeidsdeskundige en re-integratiedeskundige. De rapportage geeft een objectieve conclusie aan een onderzoek dat eiser heeft uitgevoerd. Dit onderzoek was ook onderdeel van de opdracht. De rechter ziet verder geen redenen waarom het bedrag dan ook niet betaald zou moeten worden. De opdracht had een inspanningsverplichting en niet een resultaatsverplichting. De eiser heeft zich ingespannen bij deze opdracht, waardoor de vordering toewijsbaar is.

Datum: 27 juli 2011
Rechtbank: Helmond
Zaaknummer: 757699 2035/11

Vonnis

in de zaak van:

de besloten vennootschap Eiseres, gevestigd te, eiseres,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen:

de rechtspersoon naar buitenlands recht Gedaagde. gevestigd te, gedaagde,

gemachtigde: A.W.A. Bouw.

1. De procedure.

Eiseres heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Gedaagde is in rechte versche­nen en heeft schriftelijk verweer gevoerd. Bij rolbeslissing van de kantonrechter is vervolgens een comparitie van partijen gelast, welke heeft plaatsgevonden op 11 juli 2011. Bij die gelegenheid heeft eiseres haar eis verminderd. Na afloop van de comparitie is vonnis bepaald. Onder de ge­noemde processtukken bevonden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

Partijen zullen verder worden aangeduid als "Eiseres" en "Gedaagde".

2. Het geschil.

Eiseres vordert wegens in opdracht en voor rekening van Gedaagde verleende diensten (€ 4.748,10), rente tot 12 april 2011 (€21,86) en buitengerechtelijke incassokosten (€ 600=) beta­ling van een bedrag van € 5.369,96, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dag­vaarding. Bij gelegenheid van de comparitie heeft Eiseres haar eis onvoorwaardelijk verminderd tot een bedrag van € 5.000 = inclusief vervallen rente tot de datum der dagvaarding. Eiseres legt daaraan ten grondslag dat Gedaagde op 22 december 2010 een door haar aangeboden offerte voor akkoord heeft ondertekend. Dit betrof een opdracht om ten bate van een medewerker van Gedaagde de begeleiding in een re-integratietraject in te zetten, leidend tot hervatting van werk­zaamheden bij een andere werkgever dan Gedaagde ("Spoor II traject"). De akkoord bevonden of­ferte vermeldt dat de hiermee samenhangende kosten in rekening worden gebracht na ontvangst van de getekende offerte. Eiseres heeft dat ook gedaan, maar Gedaagde weigert de gezonden factuur te betalen. Gedaagde is het niet eens met de inhoud van een in dit traject door Eiseres opgesteld rap­port. Dat vormt echter geen reden om de gezonden factuur onbetaald te laten, want Eiseres werkt als onpartijdig en onafhankelijk arbeidsdeskundige en re-integratiedeskundige. De rapportage geeft een objectief verifieerbare verantwoording van het in het kader van het opdracht uitgevoerde on­derzoek en de daarop gebaseerde conclusies en aanbevelingen. Eiseres heeft de opdracht conform hetgeen was overeengekomen uitgevoerd.

Gedaagde voert tegen de vordering tot verweer aan dat zij in een geschil verwikkeld is met een werknemer. Deze heeft zich ziek gemeld op het moment dat Gedaagde er bij hem op ging aan­dringen dat hij zijn werkzaamheden ten bate van Gedaagde weer diende te gaan uitvoeren. Op ad­vies van de bedrijfsarts van de Arbodienst van Gedaagde (Achmea Vitale) heeft Gedaagde Eiseres ingeschakeld om een re-integratietraject op te starten. In dat verband heeft Eiseres twee offertes uitgebracht, één voor een Spoor I traject (arbeidsdeskundig onderzoek) en één voor een Spoor II traject. Het arbeidsdeskundig onderzoek is uitgevoerd, gefactureerd en betaald. Vervolgens heeft Eiseres een intake en trajectplan gedaan en gemaakt voor het Spoor II traject. Omdat Gedaagde het met de inhoud van dat rapport niet eens was, heeft zij geprobeerd om in con­tact te komen met Eiseres. Dat resulteerde in een verzoek van Eiseres aan Gedaagde om een "Plan van aanpak" op te stellen. Gedaagde ging er echter van uit dat Eiseres dat zou doen. Vervolgens is Gedaagde in de contacten met Eiseres gebleken dat zij nog twee jaar loon zou moeten doorbetalen aan haar werknemer, maar Gedaagde was in de veronderstelling dat die met de hulp van Eiseres zo snel mogelijk zou gaan zoeken naar een andere baan. Bovendien was aangekondigd dat een deel van de overeengekomen som zou worden gecrediteerd, wanneer de werknemer eerder dan gepland een andere baan zou vinden en is een deel van het traject niet uitgevoerd.

Gedaagde is het vertrouwen in Eiseres verloren, te meer nu haar uit mededelingen van haar rechts-bijstandverzekeraar is gebleken dat een goede kans bestaat dat een ontslagvergunning voor deze werknemer kan worden verkregen.

Bij gelegenheid van de gehouden comparitie is door de heer Eiseres opgemerkt dat de op­dracht is verstrekt met het oogmerk om aldus Gedaagde aan haar werkgeversverplichtingen in het kader van de "Poortwachter-verplichtingen" te laten voldoen, waardoor het UWV zou afzien van een beslissing om Gedaagde te verplichten nog een derdejaar loon door te betalen bij arbeidsonge­schiktheid en waardoor een dossier zou ontstaan op grond waarvan het UWV na twee jaar arbeids­ongeschiktheid zou kunnen beslissen tot toekenning van een WIA-uitkering. Voorts heeft de heer Eiseres verklaard dat inmiddels veel meer werk is verricht dan enkel het opstellen van de intake en het trajectplan. Het opmaken van een plan van aanpak behoort tot de acties die de werkgever dient te ondernemen en niet tot de werkzaamheden die Eiseres onder de overeengekomen opdracht dien­de uit te voeren.

De werknemer is begeleid bij een aantal sollicitaties en heeft een sollicitatietraining ontvangen. Het traject voorzag in een begeleiding gedurende zes maanden en daarvan zijn vier maanden uitge­voerd, alvorens Eiseres haar werkzaamheden heeft opgeschort in afwachting van betaling van de factuur. De desbetreffende werknemer was tevreden met de begeleiding en de band tussen hem en Eiseres is nog steeds goed. Eiseres is bereid ook de laatste twee maanden verder uit te voeren, wan­neer de openstaande nota is voldaan.

Eiseres heeft er op gewezen dat een ontslagvergunning weliswaar verkregen kan worden, maar dat dat nog niet betekent dat de arbeidsovereenkomst opgezegd kan worden, omdat het opzegverbod bij ziekte er aan in de weg staat om van zo'n vergunning gebruik te maken.

Ten slotte heeft Eiseres opgemerkt dat zij haar diensten tegen een vaste prijs aanbiedt en niet aan het eind van een traject op basis van nacalculatie eventueel meer- of minderwerk in rekening gaat brengen of gaat crediteren. Gedaagde heeft bij gelegenheid van de gehouden comparitie opgemerkt dat op korte termijn een ontslagprocedure tegen de desbetreffende werknemer zal worden gestart. Dat Eiseres verder is gegaan met het Spoor II traject komt voor zijn rekening, omdat Gedaagde al eerder heeft aangege­ven dat hij zijn werkzaamheden moest staken. De werknemer in kwestie heeft verder ook geen hulp bij het solliciteren nodig. Voorts heeft Gedaagde nog verzocht om een specificatie van de door Eiseres uitgevoerde werkzaamheden.

3. De beoordeling.

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in het geding gebrachte producties, voor zover de inhoud daarvan niet is weersproken, staat tussen partijen het navolgende vast.

Gedaagde heeft op 22 december 2010 een door Eiseres aangeboden offerte voor akkoord onderte­kend. Dit betrof een opdracht om ten bate van een medewerker van Gedaagde de begeleiding van die medewerker in een re-integratietraject in te zetten, leidend tot hervatting van werkzaamheden bij een andere werkgever dan Gedaagde ("Spoor II traject"), één en ander als omschreven in deze offerte. De akkoord bevonden offerte vermeldt dat de hiermee samenhangende kosten in rekening worden gebracht na ontvangst van de getekende offerte. Eiseres heeft na ontvangst van het akkoord een factuur gestuurd voor het in de offerte genoemde bedrag van € 3.990,= exclusief BTW, zijnde € 4.748,10 inclusief BTW. Gedaagde heeft dit bedrag niet voldaan.

Door ondertekening van de door Eiseres gezonden offerte is tussen Eiseres en Gedaagde een overeenkomst tot stand gekomen op grond waarvan Eiseres in opdracht en voor rekening van Gedaagde een begeleidingstraject zou uitvoeren in het kader van de re-integratie van een werknemer van Gedaagde voor een daarvoor aangeboden en geaccepteerde vergoeding van € 3.990,= exclusief BTW. Volgens de op dat punt in de offerte opgenomen (en door ondertekening geaccepteerde) voorwaarde diende dit bedrag na ontvangst van de getekende offerte voldaan te worden.

Redenen waarom dit bedrag niet verschuldigd is geworden, zijn de kantonrechter niet ge­bleken. Uit de door Eiseres bij gelegenheid van de comparitie gegeven en door Gedaagde niet weer­sproken toelichting volgt dat de opdracht voor een vast bedrag is aangenomen. Dat de gefactureer­de som een voorschot betreft en dat aanspraak bestaat op verrekeningen van meer- en minderwerk is daarom niet gebleken.

De gegeven opdracht behelst een inspanningsverplichting. Het aanbod omvat niet de garan­tie dat de te begeleiden werknemer binnen het te volgen traject ook in dienst zal kunnen treden bij een andere werkgever. In dat geval bestaat slechts aanleiding om van Eiseres een specificatie van werkzaamheden te verlangen, wanneer tot verweer wordt gevoerd dat Eiseres zich bij de uitvoering van de opdracht in onvoldoende mate zou hebben ingespannen. Uit hetgeen zijdens Eiseres is aan­gevoerd volgt dat zij op een redelijke wijze is begonnen om uitvoering te geven aan de opdracht. Dat Eiseres zich in onvoldoende mate heeft ingespannen is door Gedaagde niet expliciet als verweer gevoerd en feiten of omstandigheden die impliciet kunnen leiden tot het aannemen van een derge­lijk verweer zijn evenmin aangevoerd of gebleken. Dat Eiseres haar werkzaamheden heeft gestaakt vindt zijn oorzaak in het feit dat Gedaagde heeft nagelaten om de gezonden factuur te voldoen en kan daarom een rechtvaardiging vinden in hetgeen de wet bepaalt omtrent opschortingsrechten.

De omstandigheid dat de arbeidsovereenkomst met de desbetreffende werknemer wellicht tussentijds beëindigd kan worden (via opzegging of een ontbinding) doet aan het voorgaande niet af. Ingevolge het geldend recht rusten op een werkgever nu eenmaal re-integratieverplichtingen.Die staan los van de vraag of er gronden bestaan om een arbeidsovereenkomst met een arbeidson­geschikte werknemer op te zeggen of door de kantonrechter te laten ontbinden.

Voor zover Gedaagde nog aanvoert tussentijds opdracht te hebben gegeven om de ingevol­ge de opdracht uit te voeren werkzaamheden te staken merkt de kantonrechter op dat niet is geble­ken dat Eiseres tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, zodat ook niet is geble­ken dat een grond bestond om een beroep te doen op de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer Gedaagde desondanks wenst dat Eiseres haar werkzaamheden staakt, ontslaat dat haar daarom niet van haar verplichting om de voor de opdracht overeengekomen vergoeding te voldoen.

De slotsom is dat hetgeen zijdens Gedaagde tot verweer is aangevoerd niet kan leiden tot een oordeel dat de gevorderde hoofdsom niet of niet volledig verschuldigd is geworden. Deze is daarom toewijsbaar.

Tegen de meegevorderde vergoedingen voor rente en buitengerechtelijke incassokosten, voor zover na vermindering van eis gehandhaafd, is geen afzonderlijk verweer gevoerd. Deze zul­len dan ook bij gebreke aan verweer worden toegewezen, met dien verstande dat de kantonrechter zal aannemen dat Eiseres heeft afgezien van de wettelijke rente tot de datum der dagvaarding en wegens buitengerechtelijke incassokosten haar vordering heeft beperkt tot een bedrag van € 251,90.

Gedaagde heeft in deze zaak als de in het ongelijk gestelde partij te gelden en zal om die re­den worden verwezen in de kosten van dit geding.

4. De beslissing.

De kantonrechter:

Veroordeelt Gedaagde om ter zake voormeld tegen kwijting aan de besloten vennootschap Eiseres te betalen de somma van € 5.000 = (zegge: vijfduizend euro), vermeer­derd met de wettelijke rente over een bedrag van € 4.748,10 vanaf de dag der dagvaarding zijnde 26 april 2011, tot aan de dag der voldoening;

Veroordeelt Gedaagde in de kosten van het geding, aan de zijde van de besloten vennoot­schap Eiseres tot aan deze uitspraak begroot op € 860,31, waarvan € 500 = als tegemoetkoming in het salaris van de gemachtigde (niet met B.T.W. belast);

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen te Helmond door mr. R.J.M. Cremers, kantonrechter, en aldaar uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2011.