Rechter gelooft niet dat sommaties niet zijn ontvangen, “katvanger” veroordeeld

Na twee maanden machines gehuurd te hebben om aan een parkeerplaats te werken, laat deze huurder vervolgens zijn facturen onbetaald. Deze huurder zegt in zijn verdediging dat hij al zijn handelingen heeft overgelaten aan een derde (de heer S). Na een tijdje heeft S de huurder niet meer op de hoogte gehouden van de activiteiten en maakte misbruik van haar vertrouwen. De huurder zegt geen sommatiebrieven te hebben ontvangen, en slecht één aanmaning. De rechter is van oordeel dat het duidelijk is dat er een overeenkomst tussen partijen is, zoals de verhuurder dit heeft gesteld. Vervolgens is het feit dat de huurder zegt 'ik liet alles over aan S' een versterking van het feit dat hij handelde volgens de huurder. Dat hij hierdoor slachtoffer is geworden van onrechtmatige praktijken van S is een zaak tussen huurder en S. De verhuurder van de machines staat daarbuiten. Gezien het aantal sommaties en de vergeefse pogingen van verhuurder om in contact te komen met huurder, maakt het ongeloofwaardig dat de huurder maar één aanmaning ontvangen heeft.

Datum: 9 juli 2014
Rechtbank: Den Haag, Team kanton Leiden/Gouda, Locatie Leiden
Zaaknummer: 2953648 \ CV EXPL 14-2190

Vonnis

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eiser, statutair gevestigd en kantoorhoudende te, eisende partij,

gemachtigde: incassobureau IntoCash, mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

Gedaagde, voorheen h.o.d.n. Gedaagde, wonende te Leiden, gedaagde partij,

gemachtigde: mr. K.D. Smeele.

Partijen worden aangeduid als "eisende partij" en "gedaagde partij".

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

de dagvaarding van 31 maart 2014 met producties, de conclusie van antwoord met producties.

Na conclusie van antwoord is een inlichtingen- en schikkingscomparitie gelast. De comparitie is gehouden op 10 juni 2014; van het verhandelde is aantekening gehouden. Voorafgaande aan en ter voorbereiding van de comparitie heeft eisende partij nog producties overgelegd.

Vordering

Eisende partij vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde partij veroordeelt tot betaling van € 5.419,59 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vervaldata van de facturen en vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten ad € 645,98 exclusief btw en met veroordeling van gedaagde partij in de kosten van het geding, de nakosten daarbij begrepen.

Aan haar vordering heeft eisende partij ten grondslag gelegd dat in opdracht en voor rekening van gedaagde partij machines zijn verhuurd in de periode juli en augustus 2013 voor een totaalbedrag ad € 5.419,59 ten behoeve van een door gedaagde partij aangenomen werk aan een parkeerplaats te Gouda. Ondanks herhaalde sommaties van eisende partij en haar incassogemachtigde zijn de facturen onbetaald gebleven. Voor de incasso van het openstaande bedrag zijn buitengerechtelijke activiteiten ontwikkeld.

Verweer

Gedaagde partij heeft betwist dat met eisende partij een overeenkomst tot stand is gekomen, althans gedaagde partij is daarvan niet op de hoogte.

Gedaagde partij heeft na overleg met een derde (de heer S) vanuit haar woning haar bedrijf opgericht en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Zij heeft bij diverse bedrijven offertes gevraagd - waaronder eisende partij - maar vervolgens de afhandeling in goed vertrouwen overgelaten aan S, die onder meer beschikte over de bankpassen en de e-mail van haar bedrijf. Gedaagde partij vertrouwde - naar later bleek: ten onrechte - voor wat betreft de bedrijfsvoering volledig op S. Ondanks afspraken daarover heeft S gedaagde partij echter niet meer op de hoogte gehouden van de activiteiten van het bedrijf en misbruik gemaakt van haar vertrouwen. Gedaagde partij wordt thans geconfronteerd met zeer hoge schulden en zit financieel volledig aan de grond. Aangifte tegen S wordt overwogen. Gedaagde partij betwist de sommatiebrieven van eisende partij te hebben ontvangen, behoudens één aanmaning. Geconcludeerd wordt tot afwijzing van de vordering.

Beoordeling

De kantonrechter is van oordeel dat op grond van de door eisende partij in het geding gebrachte afschriften van de e-mailberichten tussen eisende partij en gedaagde partij waaronder de door gedaagde partij verzochte offerte voor het werk aan de parkeerplaats te Gouda en de door gedaagde partij op basis daarvan verstrekte opdracht, almede de niet bestreden gespecificeerde facturen van het werk, vaststaat dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen, zoals door eisende partij in de dagvaarding gesteld.

Voor zover S bij de totstandkoming en de uitvoering van de overeenkomst een rol heeft gespeeld, geldt dat hij daarbij handelde krachtens door gedaagde partij verleende volmacht "ik liet alles over aan S". Voor zover S daarbij de hem gegeven volmacht heeft overschreden mocht eisende partij in de onderhavige omstandigheden gerechtvaardigd vertrouwen op de door gedaagde partij gewekte schijn van bevoegdheid. Dat gedaagde partij mogelijk het slachtoffer is geworden van onrechtmatige praktijken van S is een zaak tussen gedaagde partij en S. Eisende partij staat daarbuiten.

De facturen en sommatiebrieven zijn toegezonden aan het door gedaagde partij opgegeven zaakadres en vervolgens, na de verhuizing van gedaagde partij, toegezonden aan het huidige woonadres van gedaagde partij. Dat van al die aanmaningen slechts één sommatie gedaagde partij zou hebben bereikt verdient in de onderhavige omstandigheden in rechte geen geloof. Gezien het aantal sommaties en de vergeefse pogingen van eisende partij om in contact te treden met gedaagde partij worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar geacht, zoals gevorderd.

De kantonrechter zal gedaagde partij als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordelen. Tevens wordt gedaagde partij veroordeeld in de nakosten, die de kantonrechter begroot op € 100,00.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt gedaagde partij om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisende partij te betalen € 6.243,10 vermeerderd met de wettelijke rente over € 5.419,59 vanaf 26 maart 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt gedaagde partij in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eisende partij tot op deze uitspraak vastgesteld op € 1.039,52, waarvan € 500,00 aan salaris voor de gemachtigde van eisende partij, een en ander onverminderd de eventueel over de proceskosten verschuldigde BTW, alsmede in de nakosten, die door de kantonrechter worden begroot op € 100,00, en bepaalt dat de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. J.P. Mulder en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2014.