Samenvoegen appartementen leidt niet tot lagere VVE bijdrage

Gedaagde is eigenaar van twee appartementen. Hierdoor is Gedaagde aan Eisers twee keer de vve bijdrage verschuldigd. Gedaagde stelt dat aangezien de twee appartementen zijn samengevoegd hij maar een keer die contributie hoeft te betalen. De rechter oordeelt dat hij verplicht is om bij te dragen voor beide appartementen, aangezien dit ook in de splitsingsakte staat. De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente.

Datum: 14 februari 2011
Rechtbank: Alkmaar, Sector Kanton, Locatie Hoorn
Zaaknummer: 343434 \ CV EXPL 10-4397

Vonnis

in de zaak van:

de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid VVE gevestigd te, eisende partij. verder ook te noemen: eiseres

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam

tegen

Gedaagde, wonende gedaagde partij, verder ook te noemen: gedaagde, verschenen in persoon

Het procesverloop

Eiseres heeft een vordering ingesteld, zoals omschreven in de dagvaarding d.d. 7 september 2010 met producties.

Gedaagde heeft bij mondeling antwoord verweer gevoerd.

Vervolgens is onder overlegging van producties gediend van repliek en dupliek.

De inhoud van de processtukken geldt als hier ingelast.

Ten slotte is heden uitspraak bepaald.

Het geschil

Eiseres vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten.

De vordering van eiseres bestaat uit een hoofdsom van € 4.770,94, de wettelijke rente daarover (tot 30 augustus 2010 berekend op € 27,45) en een bedrag van € 714,00 voor buitengerechtelijke kosten, waarbij eiseres haar vordering beperkt tot € 5.000,00.

Eiseres stelt hiertoe, zakelijk samengevat, het volgende. Gedaagde is eigenaar van twee appartementen aan de, nummers 65 en 67. Uit dien hoofde is gedaagde een maandelijkse bijdrage aan eiseres verschuldigd. Ondanks herhaalde aanmaning en sommatie daartoe is gedaagde in gebreke gebleven deze bijdragen volledig te voldoen. Tot 1 juni 2010 bedraagt de achterstand € 2.950,00 voor nummer 65 en € 1.820,94 voor nummer 67.

Gedaagde concludeert tot afwijzing van de vordering. Daartoe stelt gedaagde, kort en zakelijk weergegeven, het volgende.

Ten onrechte wordt dubbele contributie gevorderd. Nummer 67 bestaat niet meer sinds dit appartement is samengevoegd met nummer 65.

Verder heeft eiseres toegezegd een bedrag van € 2.300,00 aan gedaagde te vergoeden voor op kosten van gedaagde zelf verricht onderhoud, welk bedrag in mindering dient te strekken op de vordering van eiseres.

De beoordeling

Gedaagde is van rechtswege lid van eiseres en is verplicht overeenkomstig de bij repliek overgelegde splitsingsakte naar rato bij te dragen voor de nummers 65 en 67. Daaraan doet niet af de omstandigheid dat deze appartementen, waarvan gedaagde onweersproken eigenaar is, wellicht inmiddels feitelijk door hem zijn samengevoegd tot één appartement, dat in de praktijk met huisnummer 65 wordt aangeduid.

Gedaagde heeft niet, althans onvoldoende gemotiveerd weersproken dat van de voor nummers 65 en 67 vastgestelde bijdragen tot 1 juni 2010 in totaal € 4.770,94 onbetaald is gebleven, zodat de kantonrechter als uitgangspunt neemt dat gedaagde verplicht is deze bijdragen aan eiseres te betalen. Een mogelijk voorgenomen kascontrole van eiseres schort deze betalingsverplichting van gedaagde niet op. Ook eventuele door eiseres aan gedaagde toegezegde vergoedingen doen aan zijn betalingsverplichting niet af.

Voor zover gedaagde zich beroept op verrekening van dergelijke vergoedingen met de onderhavige vordering slaagt dit beroep niet. Gedaagde stelt in dit verband dat de nieuwe voorzitter van eiseres hem op 13 december 2010 een onvoorwaardelijke toezegging heeft gedaan. Uit de door gedaagde bij dupliek overgelegde stukken (waaronder een e-mail d.d. 15 december 2010 van deze voorzitter aan gedaagde) is weliswaar af te leiden dat aan gedaagde vergoedingen zijn toegezegd, echter onder specifieke voorwaarden, waaronder dat de onderhavige contributieachterstand door gedaagde is ingelopen. Daarmee is onvoldoende gebleken van een liquide tegenvordering van gedaagde op eiseres.

Gelet op het vorenstaande wordt de gevorderde hoofdsom toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente.

Ook de medegevorderde buitengerechtelijke kosten komen voor toewijzing in aanmerking, nu gedaagde daartegen geen zelfstandig verweer heeft gevoerd, met dien verstande dat eiseres haar vordering in totaal heeft beperkt tot € 5.000,00.

Gedaagde dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

Veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen een bedrag van € 5.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover 7 september 2010 tot de dag van betaling.

Veroordeelt gedaagde in de proceskosten, die tot heden voor eiseres worden vastgesteld op een bedrag van € 695,93 [inclusief btw indien en voorzover door gedaagde verschuldigd], waaronder begrepen een bedrag van € 400,00 voor salaris van de gemachtigde van eiseres [waarover gedaagde geen btw verschuldigd is].

Verklaart deze veroordeling(en) uitvoerbaar bij voorraad.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. van de Sande, kantonrechter, bijgestaan door de griffier en op 14 februari 2011 in het openbaar uitgesproken.