Vordering toegewezen, slechte financiële situatie van gedaagde komt voor eigen rekening en risico

Eiser heeft in opdracht van Gedaagde administratieve en boekhoudkundige werkzaamheden verricht. De twee facturen voor deze werkzaamheden zijn door Gedaagde niet voldaan. Omdat dit bedrag zelfs na meerdere aanmaningen onbetaald bleef vordert eiser naast betaling van de facturen ook de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. De Gedaagde voert als verweer dat hij geen opdrachten meer heeft en daarmee geen inkomen. Hierdoor is Gedaagde doorverwezen naar de schuldhulpverlening en heeft Gedaagde met al zijn schuldeisers geprobeerd regelingen te treffen. Verder geeft Gedaagde aan dat hij zeer ontevreden was met de administratieve werkzaamheden van Eiser en is zijn situatie door de slechte advisering van Eiser nog meer verslechterd. De rechter oordeelt dat Gedaagde niet betwist dat Eiser in zijn opdracht werkzaamheden heeft verricht. Zijn slechte financiële situatie, hoe vervelend dan ook, komt voor zijn eigen rekening en risico en kan niet aan Eiser worden tegengeworpen. De overige punten in het verweer van Gedaagde worden niet nader geconcretiseerd of onderbouwd. De conclusie is dan ook dat de kantonrechter de vordering van Eiser zal toewijzen inclusief de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke handelsrente.

Datum: 9 juli 2015
Rechtbank: Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummer: 3778366 \ CV EXPL 15-306

Vonnis

in de zaak van:

Eiser

verder te noemen: Eiser

gemachtigde: Incassobureau IntoCash

tegen

Gedaagde

verder te noemen: Gedaagde

gemachtigde: D. Barou.

1.    Het procesverloop

1.1.    Eiser heeft bij dagvaarding van 6 januari 2015 een vordering tegen Gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.    Op 10 juni 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2.  De feiten

2.1.  Eiser heeft in opdracht en voor rekening van Gedaagde administratieve en boekhoudkundige werkzaamheden verricht.

2.2.  Gedaagde heeft een aantal van de door Eiser voor zijn werkzaamheden verzonden facturen niet voldaan.

3.  De vordering

3.1. Eiser vordert dat de kantonrechter Gedaagde veroordeelt tot betaling van € 1600,81. Eiser legt aan de vordering ten grondslag - kort weergegeven - dat hij in verband met door hem verrichte werkzaamheden een tweetal facturen ad € 654,01 en € 667,92 aan Gedaagde heeft verzonden. Ondanks herhaalde aanmaningen heeft Gedaagde deze facturen onbetaald gelaten. Eiser vordert een bedrag van € 198,29 aan buitengerechtelijke incassokosten. Omdat er sprake is van een handelsovereenkomst en Gedaagde niet binnen de wettelijke betaaltermijn heeft betaald, is Gedaagde wettelijke handelsrente verschuldigd, welke tot en met 17 december 2014 € 80,59 bedraagt.

4. Het verweer

4.1. Gedaagde betwist de vordering. Hij voert aan - samengevat - dat hij sinds 1 januari 2014 geen opdrachten meer heeft en daarmee geen inkomen. Gedaagde heeft met alle schuldeisers geprobeerd regelingen te treffen en is daar tot op zekere hoogte in geslaagd. Gedaagde is doorverwezen naar schuldhulpverlening. Met terugwerkende kracht is de onderneming per 1 januari 2014 uitgeschreven. Gedaagde is bijzonder teleurgesteld in de administratieve begeleiding door Eiser en zijn financiële problemen zijn mede door slechte advisering door Eiser verslechterd. Gedaagde verkeerde in de veronderstelling dat hij de openstaande facturen had betaald; de nagestuurde facturen verbazen Gedaagde. De kosten liggen geheel niet in de lijn met de kosten in de voorgaande jaren. Gedaagde heeft de facturen betwist maar heeft nooit een goede uitleg gehad. Er is geprobeerd een betalingsregeling te treffen, hiervan maakt Eiser in de dagvaarding geen melding. Eiser is volledig op de hoogte van de financiële positie van Gedaagde. Desondanks toont hij geen bereidheid tot het vinden van een oplossing.

5. De beoordeling

5.1.  Gedaagde heeft niet betwist dat Eiser in zijn opdracht en voor zijn rekening administratieve en boekhoudkundige werkzaamheden heeft verricht en dat hij kosten voor deze werkzaamheden dient te voldoen.

5.2.  Ter zitting heeft Eiser zijn vordering toegelicht en heeft de verweren van Gedaagde gemotiveerd weerlegd. Gedaagde heeft daarop met name inzicht gegeven in zijn persoonlijke omstandigheden. De slechte (financiële) situatie van Gedaagde, hoe vervelend voor hem ook, komt voor zijn rekening en risico en kan niet aan Eiser worden tegengeworpen.
Gedaagde heeft bij zijn conclusie van antwoord nog gesteld dat hij teleurgesteld is in de door Eiser geboden begeleiding en dat hij dacht dat hij de openstaande facturen had betaald. Gedaagde heeft, hoewel dit wel op zijn weg had gelegen, zijn verweren (ook) op deze punten niet nader geconcretiseerd en onder overlegging van enige stukken onderbouwd.

5.3. Gedaagde verwijt Eiser voorts dat hij geen betalingsregeling heeft willen treffen. Eiser is echter niet verplicht een betalingsregeling met Gedaagde te treffen, zodat het niet willen treffen van een betalingsregeling niet aan toewijsbaarheid van de vordering in de weg staat. De wet geeft de kantonrechter ook niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen. Gedaagde zal contact op moeten nemen met de gemachtigde van Eiser om te proberen een betalingsregeling te treffen.

5.4.   Gelet op het voorgaande heeft Gedaagde zijn verweer kortom onvoldoende onderbouwd en heeft onvoldoende gesteld om tot het leveren van bewijs te worden toegelaten, daargelaten dat hij geen bewijs heeft aangeboden. De conclusie is dan ook dat de kantonrechter de vordering van Eiser als onvoldoende gemotiveerd weersproken zal toewijzen. De gevorderde wettelijke handelsrente waartegen geen zelfstandig inhoudelijk verweer is gevoerd zal worden toegewezen, zoals hierna vermeld.

5.5.  Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten stelt de kantonrechter vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.
Of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn door Dé Boer dient daarbij echter te worden getoetst aan de hand van de criteria van Rapport Voorwerk II. Gebleken is dat de door Eiser verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een (eventueel herhaalde) aanmaning, het doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier, zodat dit onderdeel van de vordering voor toewijzing gereedligt. De toetsing van de omvang van de buitengerechtelijke incassokosten zal plaatsvinden aan de hand van de wettelijke tarieven van het Besluit in plaats van de tarieven van Rapport Voorwerk II. Het gevorderde bedrag ad € 198,29 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal daarom worden toegewezen.

5.6. De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de Gedaagde ook veroordeeld tot betaling van € 75,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser worden gemaakt.

6. De beslissing

De kantonrechter:

6.1.   veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van € 1.600,81 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 1.321,93 vanaf 18 december 2014 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.  veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Eiser tot en met vandaag vaststelt op € 598,84, te weten:

dagvaarding               €              77,84

griffierecht                 €              221,00

salaris gemachtigde €              300,00

en veroordeelt Gedaagde tot betaling van € 75,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser worden gemaakt;

6.3.  verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.  wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 9 juli 2015 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.