Tegenvordering onvoldoende onderbouwd, beroep verrekening afgewezen

Gedaagde heeft in 2015 in opdracht en voor rekening van Eiser werkzaamheden verricht aan de woning van Eiser te Amsterdam. Daarbij heeft Eiser Gedaagde ook verzocht een aantal producten aan te schaffen. Voor de aanschaf van deze producten heeft Eiser een aantal bedragen vooruit betaald aan Gedaagde. Gedaagde heeft deze producten echter niet geleverd. Er is e-mail contact heen en weer geweest, waarin Eiser Gedaagde in gebreke heeft gesteld en de mogelijkheid gegeven om deze gebreken binnen een bepaald termijn te herstellen. Dit heeft Gedaagde niet gedaan, waardoor Eiser hem herhaaldelijk heeft aangemaand om het bedrag voor het herstellen van deze gebreken te betalen. Gedaagde verweert zich tegen de vordering. Volgens hem is een gedeelte wel geleverd en dit werkt naar behoren. Ook zou er een bedrag van €1.600 volgens mondelinge afspraak contant betaald moeten worden aan hem. Dit heeft Eiser niet gedaan. Eiser betwist dat er een afspraak met betrekking tot een contante betaling is gemaakt. Dit bedrag staat ook niet vermeld in de offerte. De rechter oordeelt dat er voldoende is komen vast te staan dat de lichtschakelaar niet naar behoren werkte. Aangezien Gedaagde dit niet herstelt heeft, mocht Eiser zelf deze laten repareren door een derde en deze kosten bij Gedaagde in rekening brengen. Ook beoordeeld de rechter dat niet is vast komen te staan dat naast het op de in de offerte genoemde bedrag nog een bedrag van € 1.600,00 is afgesproken. De Gedaagde heeft dit onvoldoende onderbouwd waardoor de conclusie is dat de vordering van Eiser zal worden toegewezen.

Datum: 29 september 2016
Rechtbank: Rechtbank Noord-Holland
Zaaknummer: 4682636 \ CV EXPL 15-8135

Vonnis

in de zaak van:

Eiser

te Zwitserland, eiser

verder te noemen: Eiser

gemachtigde: Incassobureau IntoCash

tegen

Gedaagde

te, gedaagde

verder te noemen: Gedaagde

gemachtigde: geen, procederend in persoon

1.  Het procesverloop

1.1.  Eiser heeft bij dagvaarding van 8 december 2015 een vordering tegen Gedaagde ingesteld. Gedaagde heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.  Eiser heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Gedaagde een schriftelijke reactie heeft gegeven. Eiser heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

2.   De feiten

2.1.   Gedaagde heeft in 2015 in opdracht en voor rekening van Eiser werkzaamheden verricht aan de woning van Eiser te Amsterdam; daarbij heeft Eiser Gedaagde ook verzocht een aantal producten aan te schaffen waaronder, dimmers, een inductiekookplaat en een elektrische handdoekradiator. Voor de aanschaf van deze producten heeft Eiser een aantal bedragen vooruit betaald aan Gedaagde.

2.2.  Gedaagde heeft de inductiekookplaat en elektrische handdoekradiator alsmede een van de in totaal vijf dimmers niet geleverd.

2.3.  Bij e-mail van 17 juli 2015 bericht Eiser Gedaagde ondermeer het volgende: 'De dimmer in de badkamer functioneert niet goed. We doen hem uit, masr geheel mysterieus gaan de lichten dan later weer zachtjes aan. Kijk je dat ook even na?'.

2.4.  Bij e-mail van 28 augustus 2015 bericht Gedaagde Eiser ondermeer het volgende: 'Om kort te zijn, heb ik besloten dat ik dit weekend met Cor gaat kijken naar alle uitgevoerde werkzaamheden, en zullen een creditnota maken voor verwarming en kookplaat,daar ik niet laat gebeuren dat hij weer een terugval krijgt.'.

2.5.    Bij e-mail van 1 september 2015 bericht Eiser Gedaagde ondermeer het volgende: 'Helaas constateer ik dat je ook vanmiddag niet bent gekomen om de afgesproken werkzaamheden te verrichten noch een bericht hebt achtergelaten. In alle redelijkheid geef ik je nu nog een week, tot volgende week maandag 7 september om de afgesproken twee installaties plus de onder garantie volgende gebreken te herstellen:

1.   De inductiekookplaat zoals geoffreerd op 30 juni j. I a€ 1 '484,44 door mij geaccepteerd op dezelfde datum. Waarop in conform jouw offerte op 1.7.2015 €899,—heb aanbetaald.

2.   De elektrische handdoekradiator voor de badkamer, geoffreerd op 4 juni j.l a €594,42, geaccepteerd door mij op dezelfde datum en € 294,21 door mij is aanbetaald op 8 juni 2015.

Beide werkzaamheden zouden conform emailwisseling reeds op 2 juli klaar zijn.

3.   Onder garantie, zoals door mij reeds eerder gemeld werkt de lichtknop variator in de badkamer niet naar behoren/ hel licht kan niet meer uitgeschakeld worden!

4.   Eveneens onder garantie: de vier plankjes in de keuken zijn qua dikte nog steeds niet. op maat.'.

2.6.   In reactie op voornoemde e-mail bericht Gedaagde Eiser 1 september ondermeer het volgende: 'Wij gaan het geld terugstorten wat u tegoed heb na invetarisalie van alle werkzaamheden,en wij zullen de sleutel in de brievenbus doen.'

2.7.            Bij e-mail van 9 september 2015 bericht Eiser Gedaagde ondermeer het volgende: 'In vervolg op mijn email van 1 september bericht ik u, dat ik een erkende elektricien heb ingeschakeld om de door u gemonteerde defecte lichtschakelaar, dimmer in de badkamer te repareren. (...). Deze € 114,95 bent u mij nu verschuldigd evenals cle reeds eerder bij ingebrekestelling vermeldde € 1193,21, totaal €1308,16. Bij onderzoek op internet zie ik, dat de door u gemonteerde dimmers € 14,39 kosten, terwijl ik conform uw factuur van 7 maart j.l. voor het leveren en plaatsen van 5 van zulke dimmers € 725,— of € 145,- per dimmer, heb betaald! Overigens zijn er op mijn verzoek slechts 4 dimmers door u geplaatst. U bent mij derhalve ook nog 145,- verschuldigd.'.

2.8.   Eiser heeft Gedaagde vervolgens herhaaldelijk aangemaand een bedrag van € 1.453,16 terug te betalen.

3. De vordering

3.1. Eiser vordert dat de kantonrechter Gedaagde veroordeelt tot betaling van

€ 1.722,63, vermeerderd met verdere rente en kosten. De vordering bestaat uit € 1.453,16 aan hoofdsom, € 5,73 aan rente en € 263,74 aan buitengerechtelijke incassokosten.

3.2. Eiser grondt zijn vordering op het volgende. Eiser heeft Gedaagde opdracht gegeven werkzaamheden te verrichten aan de woning van Eiser waarbij Gedaagde ook materialen en apparatuur zou leveren. Eiser heeft Gedaagde gelden doen toekomen teneinde deze materialen aan te schaffen. Gedaagde is tekort geschoten in zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. Zo werkte de door Gedaagde gemonteerde lichtschakelaar niet deugdelijk. Ook heeft Gedaagde de overeengekomen apparatuur niet aangeschaft en geleverd. Eiser heeft Gedaagde herhaaldelijk verzocht de overeenkomst na te komen, maar Gedaagde is hiertoe niet overgegaan. Gedaagde dient dan ook de betaalde bedragen voor de inductiekookplaat, de elektrische handdoekradiator en een dimmer aan Eiser terug te betalen, alsmede dient hij de kosten voor het herstel van de lichtschakelaar aan Eiser te betalen. Aangezien Gedaagde in verzuim is komen te verkeren is hij rente en kosten verschuldigd.

4.  Het verweer en de tegenvordering

4.1.   Gedaagde betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan - samengevat - dat hij niet tekort is geschoten in zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst. De geleverde dimmers werkten naar behoren. Verder is Eiser nog een bedrag van € 1.600,00 verschuldigd aan Gedaagde. Met Eiser is een prijs van € 4.184,85 overeengekomen voor de werkzaamheden aan de badkamer. Daarvan is € 2.584,85 gefactureerd en € 1.600,00 diende Eiser conform zijn verzoek contant te betalen. Dit bedrag heeft Eiser tot op heden niet betaald. Daarbij komt dat Gedaagde in opdracht van Eiser nog vier planken voor een bedrag van € 355,00 heeft aangeschaft. Ook dit bedrag dient Eiser nog te betalen. Eiser is in totaal dan ook nog een bedrag van € 1.955,00 verschuldigd aan Gedaagde. Dit bedrag dien aan Eiser te worden betaald danwel te worden verrekend met de vordering van Eiser.

4.2.  Eiser betwist de tegenvordering. Volgens Eiser is nimmer gesproken over een bedrag van € 1.600,00 contant te betalen. Er is een offerte voor een bedrag van € 2.580,64 en niet van € 4.184,85 zoals Gedaagde stelt. Aanvankelijk heeft Gedaagde vier verkeerde planken geleverd. Deze heeft hij vervangen en deze kosten dienen voor zijn rekening te blijven. Daarbij komt dat hij deze kosten niet met stukken heeft onderbouwd.

5.  De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

5.1.  De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

de vordering

5.2.  Gedaagde heeft geen verweer gevoerd tegen de vordering van Eiser voor wat betreft de inductiekookplaat, een dimmer en de elektrische handdoekradiator, zodat de vordering op deze punten in beginsel toewijsbaar is. Voor de kantonrechter is verder als niet danwel onvoldoende weersproken, vast komen te staan dat de geplaatste lichtschakelaar niet naar behoren werkte. Nu Gedaagde, hoewel hiertoe in de gelegenheid gesteld, niet tot herstel is overgegaan, mocht Eiser zelf deze lichtschakelaar laten repareren door een derde en deze kosten bij Gedaagde in rekening brengen. De vordering op dit punt is eveneens in beginsel toewijsbaar.

5.3.  Gedaagde beroept zich op verrekening van de vordering met bedragen die Eiser nog verschuldigd is aan Gedaagde. De kantonrechter zal aan dit verweer voorbij gaan. Het had, gelet op de gemotiveerde betwisting van Eiser, op de weg van Gedaagde gelegen zijn vordering op dit punt nader te onderbouwen, hetgeen hij heeft nagelaten. Niet is vast komen te staan dat naast het op de in de offerte genoemde bedrag nog een bedrag van € 1.600,00 is overeengekomen voor de te verrichten werkzaamheden. Hetzelfde geldt voor de in rekening gebrachte planken ad € 355,00. Ook hier heeft Gedaagde zijn vordering niet danwel onvoldoende onderbouwd en is hij niet ingegaan op het verweer van Eiser.

5.4.  De conclusie is dat de vordering van Eiser zal worden toegewezen. De gevorderde rente en kosten zijn eveneens toewijsbaar nu Gedaagde in verzuim is komen te verkeren, met dien verstande dat de gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. Niet gesteld of gebleken is dat deze kosten zijn betaald.

5.5.  De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde, omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Gedaagde ook veroordeeld tot betaling van € 75,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten, zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

de tegenvordering

5.5.  Gelet op het vorenoverwogene zal de tegenvordering, voor zover deze is ingesteld, worden afgewezen.

5.6.  De proceskosten komen voor rekening van Gedaagde, omdat hij ongelijk krijgt, met dien verstande dat de kantonrechter deze kosten zal begroten op nihil, gelet op de samenhang met de vordering.

6. De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.  veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van € 1.722,63 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.453,16 vanaf 11 november 2015 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.  veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Eiser tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding              €              94,19

griffierecht                €            221,00

salaris gemachtigde €             300,00

en veroordeelt Gedaagde tot betaling van € 75,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door Eiser worden gemaakt;

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6.3.  verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.  wijst de vordering voor het overige af.

de tegenvordering

6.5. wijst de vordering af;

6.6. veroordeelt Gedaagde tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Eiser worden vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.