Tijdige opzegging niet bewezen

De gedaagden huren van de eiser een woning. Nou is er sprake van twee maanden huurachterstand en de schoonmaakkosten zijn nog niet betaald. Gedaagden hebben verweer gevoerd tegen de vordering en gesteld dat zij de huur van 1 maand al voldaan hebben en dat zij de huur over die andere maand niet verschuldigd zijn, omdat de huurovereenkomst op dat moment al door opgezegd. Ook de schoonmaakkosten kloppen volgens de gedaagden niet, nu de achtergebleven meubels niet van gedaagden waren, omdat zij de woning gemeubileerd hebben gehuurd. In de procedure laat de eiser weten dat het aan de huurders had gelegen om te bewijzen dat zij de huurovereenkomst hebben opgezegd en een van de twee maanden betaald. Dit hebben ze niet gedaan. Op het punt van de schoonmaakkosten laat de eiser foto's zien waaruit blijkt dat de woning niet geheel opgeruimd was na het vertrek van de gedaagden. Gedaagden zijn hier niet verder op ingegaan. De gedaagden worden veroordeelt in alle kosten.

Datum: 16 december 2008
Rechtbank: Rotterdam, sector Kanton, locatie Rotterdam
Zaaknummer: 885297 \ CV EXPL 08-15288

Vonnis

in de zaak van

Eiser, woonplaats, eiser bij exploot van dagvaarding van 2 april 2008,

gemachtigde: drs. A.J.C. Jonker te Rotterdam,

tegen

Gedaagde sub 1.,

woonplaats: en

Gedaagde sub 2.,

woonplaats:

gedaagden,

procederend in persoon.

Het verloop van de procedure

Eiser heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden te veroordelen tot betaling aan eiser van de door eiser genoemde bedragen, waarin begrepen € 1.682,64 aa achterstallige huur met betrekking tot het gehuurde te, berekend tot en met de maand december 2007, inclusief nota herstelkosten.

Gedaagden hebben zowel schriftelijk als mondeling op de eis geantwoord.

Hierop heeft de kantonrechter een comparitie van partijen bepaald.

Voorafgaand aan de comparitie van partijen heeft de kantonrechter een brief van de gemachtigde van eiser ontvangen.

Bij de comparitie van partijen is eiser vergezeld door zijn gemachtigde en de heer verschenen. Gedaagden zijn niet verschenen. Van hetgeen ter zitting is verhandeld heeft de griffier aantekening gehouden. Deze bevinden zich bij de stukken.

Eiser heeft vervolgens een conclusie van repliek genomen.

Gedaagden hebben, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet gereageerd.

Vervolgens is een datum voor de uitspraak van dit vonnis bepaald.

De vordering en de grondslag daarvan

Gedaagden huren van eiser de woning aan de, tegen een bedrag van € 570,00 per maand. Deze huur zijn gedaagden bij vooruitbetaling verschuldigd. Gedaagden zijn met de betaling van de huur over de maanden november 2007 en december 2007 en de door eiser gemaakte schoonmaakkosten in gebreke gebleven. Eiser vordert betaling van deze huurtermijnen en de schoonmaakkosten, te weten een bedrag van € 1.682,64 en de wettelijke rente over dit bedrag tot 26 maart 2008, te weten € 12,78.

Gezien het feit dat gedaagden de voornoemde verschuldigde huurtermijnen en schoonmaakkosten niet hebben voldaan, zijn zij ter zake in verzuim geraakt. Eiser heeft gedaagden aan de betalingsachterstand herinnerd en hen tot betaling aangemaand. Nadat eiser de vordering uit handen heeft gegeven, heeft zijn gemachtigde gedaagden wederom aangemaand. Op grond hiervan maakt eiser aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten ter hoogte van € 300,00.

In reactie op het verweer van gedaagde heeft eiser bij repliek gesteld dat bij het verstrekken van de verhuurderverklaring aan gedaagde de achterstand over de maand november 2007 niet was meegenomen. Voorts hebben gedaagden volgens eiser de huurovereenkomst nooit opgezegd, zodat zij de huur over de gevorderde maanden verschuldigd zijn. Uit coulance vordert eiser niet de huur over de maanden vanaf december 2007, met uitzondering van de door gedaagden betaalde borg welke eiser met de na december 2007 vervallen huurtermijnen heeft verrekend.

Het verweer

Gedaagden hebben verweer gevoerd tegen de vordering en gesteld dat zij de huur over november 2007 reeds voldaan hebben en dat zij de huur over december 2007 niet verschuldigd zijn, omdat de huurovereenkomst op dat moment al door opzegging was beëindigd. De vordering ten aanzien van de schoonmaakkosten klopt niet, nu de achtergebleven meubels niet van gedaagden waren, omdat zij de woning gemeubileerd hebben gehuurd.

Ten slotte hebben gedaagden gesteld dat zij de borgsom van € 570,00 nog niet van eiser teruggekregen hebben.

De beoordeling van de vordering

Eiser heeft het verweer van gedaagde ten aanzien van de huurachterstand bij conclusie van repliek deugdelijk gemotiveerd weersproken. Het had op de weg van gedaagden gelegen om aannemelijk te maken dat zij de huurovereenkomst hebben opgezegd en dat zij de maand november 2007 reeds hebben betaald. Gedaagden hebben evenwel niet meer gereageerd, hoewel daartoe behoorlijk door de griffier opgeroepen. De vordering van eiser ten aanzien van de huurachterstand is dan ook, na de weerlegging van het door gedaagde gevoerde verweer, als onvoldoende weersproken toewijsbaar.
De vordering ten aanzien van de schoonmaakkosten heeft eiser onderbouwd met foto's, waaruit blijkt dat de woning, nadat gedaagden de woning hadden verlaten, niet geheel opgeruimd was. Gedaagden zijn hierop niet ingegaan, zodat op dit punt van de juistheid van de lezing van eiser wordt uitgegaan. Op grond van de huurovereenkomst dient de woning in goede staat te worden opgeleverd. Nu niet is gebleken dat gedaagden dit hebben gedaan, was eiser gerechtigd schoonmaakkosten in rekening te brengen. Dat de woning gemeubileerd werd verhuurd doet hier niet aan af. De vordering ten aanzien van de schoonmaakkosten wordt derhalve toegewezen.

Eiser heeft niet weersproken dat gedaagden van hem een bedrag van € 570,00 aan borgsom tegoed hebben. Het verweer dat gedaagden op dit punt voeren vat de kantonrechter op als een beroep op verrekening. Dit beroep slaagt zodat de vordering met dit bedrag wordt verminderd.

In de vordering van eiser is verder € 12,78 aan wettelijke rente, gerekend tot 26 maart 2008, en € 300,00 aan buitengerechtelijke kosten begrepen. Ook deze posten, ten aanzien waarvan gedaagde geen verweer heeft gevoerd, worden toegewezen. Omdat gedaagde grotendeels in het ongelijk is gesteld, wordt deze verder in de proceskosten veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiser te betalen € 1.425,42 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand december 2007, rente, herstelkosten en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over de huurachterstand vanaf 26 maart 2008 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagden, eveneens hoofdelijk, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 293,25 aan verschotten en € 450,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.