Vennoten verplicht tot betaling gezien de hoofdelijke aansprakelijkheid

Eiseres heeft in opdracht van de drie Gedaagden verschillende administratieve werkzaamheden verricht. De facturen die zij hiervoor heeft gestuurd zijn echter onbetaald gebleven. Gedaagden waren vennoot van een inmiddels ontbonden vennootschap onder firma. Hierdoor zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de vordering van eiseres. Gedaagden 2 en 3 zijn bij de zitting verschenen en hebben de vordering niet langer betwist. Wel willen ze het verrekend zien met Gedaagde 1. De rechter oordeelt dat alle vennoten hoofdelijk aansprakelijk zijn, waardoor de onderlinge verdeling een zaak van de vennoten zelf is. De hoofdsom plus alle kosten zal dan ook worden toegewezen.

Datum: 24 december 2010
Rechtbank: Rechtbank Rotterdam
Zaaknummer: 1138733 I CV EXPL 10-44727

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Eiser ,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Capelle aan den IJssel,

eiseres bij exploten van dagvaarding van 15 en 24 juni 2010,

gemachtigde: lntoCash te Rotterdam,

tegen

l. Gedaagde 1,

die niet heeft gereageerd,

2. Gedaagde 2,

die heeft gereageerd,

3. Gedaagde 3,

die heeft gereageerd.

Het verloop van het proces

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- de dagvaardingen met producties;

- de conclusie van antwoord van gedaagden sub 2 en 3;

- het tussenvonnis d.d. 4 augustus 20 I 0, waarin een comparitie van partijen is gelast in de zaak tegen gedaagden sub 2 en 3;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen d.d. 18 november 2010.
 

Het vonnis is bepaald op heden.

De vordering en de standpunten van eiseres

De vordering bij dagvaarding strekt tot hoofdelijke veroordeling tot betaling van een aantal facturen voor een totaalbedrag van € 2. 739,97, te vermeerderen met buitengerechtelijke kosten van € 600,00 en wettelijke rente van € 1.244,24, met veroordeling van gedaagden in de kosten van de procedure.

Aan de eis heeft eiseres- zakelijk en verkort weergegeven- het volgende ten grondslag gelegd.

Eiseres heeft in opdracht van gedaagden diverse administratieve en boekhoudkundige werkzaamheden verricht. Zij heeft uit dien hoofde op 24 maart 2006, 30 juni 2006 en 18 september 2006 facturen gestuurd. Gedaagden waren vennoot van de inmiddels ontbonden/opgeheven vennootschap onder firma, gevestigd te Amsterdam. De vennootschap is per 20 oktober 2006 ontbonden, derhalve zijn gedaagden hoofdelijk aansprakelijk voor de vordering van eiseres. Gedaagden hebben de facturen ontvangen en zonder protest behouden. Zij hebben de facturen onbetaald gelaten.

Eiseres was genoodzaakt geworden de vordering uit handen te geven aan haar gemachtigde, waardoor eiseres buitengerechtelijke kosten verschuldigd is geworden aan haar gemachtigde.

Ter comparitie van partijen heeft eiseres aangegeven bereid te zijn de rentevordering tegen gedaagden sub 2 en 3 te laten vallen.

Het standpunt van gedaagden sub 2 en 3

Gedaagden sub 2 en 3 hebben de vordering bij antwoord betwist. Ter comparitie van partijen hebben gedaagden sub 2 en 3 aangegeven dat zij bereid zijn de facturen te gaan betalen, maar dan het nodige met gedaagde sub 1 te verrekenen te hebben.

De beoordeling van de vordering

Gedaagde sub 1 heeft, in tegenstelling tot gedaagden sub 2 en 3, niet op de eerstdienende dag gereageerd, waarna de kantonrechter tegen hem verstek heeft verleend. Gedaagde sub 1 heeft geen gebruik gemaakt van het recht van zuivering van het verstek. Op grond van artikel 140 lid 2 Rv wordt thans één vonnis gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

De vordering komt jegens gedaagde sub I niet ongegrond of onrechtmatig voor, zodat de vordering tegen hem zal worden toegewezen.

Gedaagden sub 2 en 3 hebben de vordering ter comparitie van partijen niet langer betwist. Op grond van de tussen partijen gemaakte afspraken, zal de vorelering worden toegewezen, behoudens de rentevordering. Alle vennoten zijn jegens eiseres hoofdelijk aansprakelijk. Hun onderlinge verdeling is een zaak van de vennoten zelf. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen tot het bedrag van € 450,00, dat jegens gedaagden redelijk is, gelet op de tarieven volgens welke zodanige kosten aan de opdrachtgevers gewoonlijk in rekening worden gebracht. Gedaagden worden als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagden hoofdelijk, des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 3.189,97 aan hoofdsom en buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 2.739,97 vanaf 8 juni 2010 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde sub 1 om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 1.244,24 aan rente;

veroordeelt gedaagden, eveneens hoofdelijk, in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 355,78 aan verschotten en € 350,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.L. van Zetten en uitgesproken ter openbare terechtzitting.