Verhoging huur na overeengekomen maar niet aangebrachte verbetering door huurder

Er is een huurovereenkomst afgesproken, waarin staat dat de huurprijs verlaagd is van €850,- naar €750,- per maand als de huurder een goede cv in het gehuurde plaatst door een goede installateur. Ondanks dat de huurder dit niet gedaan heeft, heeft hij toch de lage huurprijs betaald. Ook heeft de huurder het huis niet goed achtergelaten. De huurder zegt tegen de rechter dat het plaatsen van een cv zinloos was, maar dit vindt de rechter niet voldoende om ervoor te kiezen de lage huurprijs te betalen. Ook stelt de huurder dat het huis wel netjes is achtergelaten, maar dit wordt ook onvoldoende onderbouwt. De huurder wordt als ongelijkgestelde partij in de kosten van de procedure veroordeeld.

Datum: 14 februari 2012
Rechtbank: 's-Gravenhage. Sector kanton, locatie 's-Gravenhage
Zaaknummer: 1094138 RL EXPL 11-24022

Vonnis

in de zaak van:

Eiser, wonende te, eisende partij,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung,

tegen

Gedaagde, wonende, gedaagde partij, procederend in persoon.

Procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

de dagvaarding van 9 augustus 2011;

de mondelinge conclusie van antwoord;

de in het geding gebrachte producties.

Op 9 januari 2012 heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

Feiten

Gedaagde heeft tot 1 februari 2010 over een periode van 6 jaar en 2 maanden van eiser gehuurd de woning aan de (hierna: de woning). De huurprijs was maandelijks bij vooruitbetaling verschuldigd en bedroeg € 760,- per maand.

De huurovereenkomst houdt onder meer het volgende in:

"14.1 De huurprijs is verlaagd van € 850,00 naar e 725,00 per maand indien huurder een deugdelijk complete cv. in het gehuurde zal plaatsen door een erkend installateur. (...) Bij opzegging van de huur, laat huurder genoemde c.v.installatie in het gehuurde achter. Enige aanspraken of vergoedingen kunnen door huurder aan verhuurder niet worden ontleend. Indien blijkt dat huurder bij opzegging de overeengekomen c.v.installatie niet of niet naar behoren heeft geplaatst dient huurder € 125,00 per maand op terugwerkende kracht aan verhuurder te voldoen. (...) "

Vordering

Eiser vordert - zakelijk weergegeven- veroordeling van gedaagde, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van gedaagde om aan hem te voldoen:

huurachterstand ad € 13.245,00;
schade ad € 4.500,00;
de wettelijke rente over iedere huurpenning vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning tot aan 5 mei 2011 en schade een bedrag van € 731,52;
de wettelijke rente over de huurachterstand en schade vanaf 5 mei 2011;
de buitengerechtelijke incassokosten ad € 952,00 inclusief BTW;
de proceskosten.

Eiser heeft aan zijn vordering- zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

Gedaagde heeft over augustus 2009 een bedrag ad € 195,00 aan huur onbetaald gelaten, en over de maanden oktober 2009 tot en met januari 2010 geen huur betaald. Gedaagde heeft in strijd met de huurovereenkomst geen cv installatie laten plaatsen en is op grond daarvan € 9.250,00 aan eiser verschuldigd. Verder heeft gedaagde het gehuurde niet in goede staat achtergelaten. Eiser heeft afval moeten afvoeren uit het gehuurde en herstelwerkzaamheden aan het gehuurde moeten verrichten. Eiser heeft gedaagde verzocht de schade te herstellen, maar hierop heeft zij niet gereageerd. De kosten van puinafvoer en herstel worden begroot op € 4.500,00.

Eiser vordert voorts vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ad € 952,00 inclusief BTW en wettelijke rente, welke tot 5 mei 2011 € 731,52 bedraagt.

Gedaagde heeft verweer gevoerd. Hierop wordt - voor zover van belang - hierna nader ingegaan.

Beoordeling

Ter comparitie heeft gedaagde de huurachterstand tot en met januari 2010 ad € 3.995,00 erkend. De vordering zal dan ook in zoverre worden toegewezen evenals de wettelijke rente vanaf de vervaldatum van ieder huurpenning.

Het verweer van gedaagde tegen de gevorderde € 9.250,00 ter zake van de gesteld ten onrechte genoten korting voor de aanleg van een cv-installatie wordt verworpen op de navolgende gronden.

Uit de onder de feiten weergegeven tekst van artikel 14.1 van de huurovereenkomst volgt dat de huurprijs is verlaagd van € 850,00 naar € 725,00 per maand indien huurder zorgt voor een deugdelijk complete cv. in het gehuurde en dat, indien blijkt dat huurder bij opzegging de overeengekomen c.v. installatie niet heeft geplaatst, huurder € 125,00 per maand op terugwerkende kracht aan verhuurder dient te voldoen.

De enkele omstandigheid dat plaatsen van een cv zinloos was, zoals gedaagde stelt en eiser betwist, is onvoldoende om aan te kunnen nemen dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn dat gedaagde de korting moet terugbetalen. Hierbij weegt de kantonrechter mee dat gedaagde niet heeft aangetoond en ook niet heeft aangegeven te kunnen aantonen dat zij op dit punt met eiser in overleg is getreden of dat zij eiser heeft gevraagd het gehuurde in een staat te brengen waarin aanleg van een cv-installatie wel mogelijk was. Hetgeen gedaagde overigens heeft aangevoerd over de staat van het gehuurde maakt het voorgaande niet anders. Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering tot terugbetaling van € 9.250,00 zal worden toegewezen, met de wettelijke rente daarover vanaf de dagvaarding.

Ter onderbouwing van zijn vordering tot vergoeding van kosten voor puinafvoer en herstel heeft eiser ter comparitie aangevoerd dat hij is uitgegaan van een bedrag van € 3.000,00 ter zake van 120 manuren ad € 25,00 per uur. De achtergebleven meubels zijn verwijderd, de berging is leeggemaakt, de keuken is eruit gesloopt, net als de vloerbedekking en verder is de voordeur geschilderd en de tuin opgeknapt, aldus eiser. Desgevraagd heeft hij aangegeven de vordering niet nader te kunnen specificeren.

Gedaagde heeft ter comparitie dit onderdeel van de vordering betwist. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er alleen nog een tafel een bed en een dressoir in het gehuurde stonden en een paar dozen in de berging en dat zij niet aansprakelijk gehouden kan worden voor de gestelde herstelwerkzaamheden.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft eiser, gelet op de betwisting van gedaagde, zijn vordering op dit punt onvoldoende concreet onderbouwd. Daarom zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen.

De gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is betwist en zal, als onvoldoende onderbouwd, worden afgewezen.

Als de overwegend in het ongelijk gestelde partij zal gedaagde worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser, tegen behoorlijk bewijs van kwijting van een bedrag van € 3.995,00 vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de vervaldatum van iedere huurpenning tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde voorts tot betaling aan eiser, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, van een bedrag van € 9.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 augustus 2011;

veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, welke tot op heden aan de zijde van eiser zijn vastgesteld op € 1.116,81, waarvan een bedrag ad € 600,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. T.F. Hesselink en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 februari 2012.