Verweer onvoldoende toegelicht door niet te verschijnen op de zitting

Eiseres heeft in opdracht van gedaagde werkzaamheden verricht aan de auto van gedaagde. Hiervoor heeft eiseres een factuur gestuurd en deze heeft gedaagde onbetaald gelaten. Eiser vordert nu dat deze betaald word, samen met de extra kosten die er bij zijn gekomen. Gedaagde geeft aan dat hij van eiseres gewend was dat reparaties binnen twee dagen afgerond zijn. Dit keer zou de reparatie niet op de correcte manier zijn verlopen. De auto heeft drie weken bij gedaagde gestaan en in deze tijd heeft gedaagde de auto niet in kunnen zetten om geld mee te verdienen. Dit heeft gedaagde inkomsten gekost. Eiseres geeft tijdens de comparitie een duidelijke toelichting op de vordering. Uit deze toelichting blijkt dat er aanzienlijk meer moest gebeuren aan de auto dan verwacht was. Nu de advocaat van gedaagde zich heeft teruggetrokken, gedaagde niet op de comparitie is verschenen en verder geen toelichting op zijn stellingen heeft gegeven, wordt zijn verweer als onvoldoende gemotiveerd verworpen. Gedaagde moet als de in het ongelijk gestelde partij de vordering en de kosten voldoen.

Datum: 10 oktober 2014
Rechtbank: Rotterdam
Zaaknummer: 2785695 CV EXPL 14-6870

vonnis

in de zaak van

Eiseres, gevestigd te, eiseres bij exploot van dagvaarding van 3 februari 2014,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung van incassobureau IntoCash te Rotterdam,

tegen

Gedaagde, gevestigd te,

aanvankelijk verschenen bij de gemachtigde mr. H.K. Folkerts te Breda, die zich bij schrijven d.d. 4 juli 2014 als zodanig aan de zaak heeft onttrokken.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennis genomen:

• het exploot van dagvaarding van 3 februari 2014;

• de conclusie van antwoord van gedaagde;

• het tussenvonnis d.d. 17 april 2014 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

• het proces-verbaal van de op 8 juli 2014 gehouden comparitie van partijen.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet weersproken inhoud van de producties, staat tussen partijen het volgende vast.

2.1 Eiseres heeft in opdracht van gedaagde werkzaamheden verricht aan een aan gedaagde toebehorende auto, te weten: een Fiat Punto met het kenteken 63-NSR-2.

2.2 Uit hoofde van bedoelde opdracht heeft eiseres aan gedaagde een factuur nr. 1381 d.d. 11 juli 2013 ad € 1.868,24 gezonden, met als vervaldag 25 juli 2013. Gedaagde heeft deze factuur onbetaald gelaten.

3. De vordering

Eiseres heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen aan haar te betalen € 1.868,24 aan hoofdsom, € 280,24 aan buitengerechtelijke kosten en € 26,97 aan verschenen rente, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten en in de nakosten, ten bedrage van 50% van het geldende salaris gemachtigde, indien en voor zover gedaagde niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen, althans

binnen een in goede justitie redelijk geachte termijn, na betekening van het vonnis, heeft voldaan.

Aan de vordering heeft eiseres - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag gelegd dat gedaagde, ondanks herhaalde aanmaningen van eiseres zelf, de factuur onbetaald heeft gelaten. Eiseres werd hierdoor genoodzaakt de vordering in handen van haar gemachtigde te stellen, die eveneens heeft getracht de vordering buitengerechtelijk te incasseren, echter zonder resultaat.

Eiseres vordert thans naast de hoofdsom tevens vergoeding van de door haar gemaakte buitengerechtelijke kosten, primair op grond van de overeenkomst, subsidiair op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, meer subsidiair op grond van het rapport Voorwerk II alsmede op grond van de redelijkheid en billijkheid. Aan gedaagde is, nadat het verzuim is ingetreden, een kosteloze aanmaning gestuurd waarin een betalingstermijn van 14 dagen is gegund en de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten conform het genoemde Besluit is aangezegd. Door de gemachtigde zijn vervolgens buitengerechtelijke werkzaamheden verricht. Meer subsidiair voert eiseres aan dat het redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte betreft, waarbij werkzaamheden zijn verricht die aanmerkelijk verder gaan dan de verrichtingen waarvoor de artikelen 237 tot en met 240 Rv. een vergoeding plegen in te sluiten.

4. Het verweer

Gedaagde heeft de vordering betwist en heeft daartoe het volgende - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd.

Gedaagde huurde eiseres regelmatig in voor het repareren van haar leasevoertuigen. Zolang een leaseauto in reparatie is, kan deze niet worden ingezet en kost dit de onderneming per saldo geld. Gedaagde was van eiseres gewend dat reparaties doorgaans binnen twee dagen afgerond waren.

De reparatie van de onderhavige Fiat Punto is echter niet op correcte manier verlopen. De distributieriem en de koppakking waren kapot en eiseres heeft tot tweemaal toe het voertuig onder zich gehad om deze zaken te repareren. De auto is in totaal vierentwintig dagen bij eiseres geweest, gedurende welke periode gedaagde de auto niet heeft kunnen inzetten om geld mee te verdienen. Dit heeft gedaagde € 750,00 aan inkomsten gekost.

Volgens eiseres hebben de werkzaamheden in twee afzonderlijke sessies (eenmaal 8 uur en eenmaal 32 uur) in totaal 40 uur gevergd. Gedaagde acht dit volstrekt ongeloofwaardig voor reparaties van de distributieriem en de koppakking. Zij meent dat hiermee hooguit 8 uur gemoeid kan zijn geweest, om welke reden zij met het oog op de relatie tussen partijen om haar goede wil te tonen de factuur 1395 ad € 319,44 heeft voldaan, waarbij 8 uur reparatiewerk in rekening was gebracht. Ook hierna bleek eiseres niet bereid om te praten over een aanvaardbare oplossing en heeft zij gedaagde in rechte betrokken.

Gedaagde betwist de verschuldigdheid van de gevorderde hoofdsom en de buitengerechtelijke kosten.

5. De beoordeling van de vordering

5.1 Om de zaak en hetgeen hen verdeeld houdt met partijen te bespreken is een comparitie van partijen bevolen, die op 8 juli 2014 heeft plaatsgevonden. Gedaagde, aan wier

gemachtigde het tussenvonnis is gezonden, is zonder enig bericht niet ter comparitie verschenen.

5.2  Namens eiseres is ter comparitie onder meer verklaard dat zij heeft geconstateerd dat de distributieriem moest worden vervangen en dat de koppakking kapot was en dat de gehele kop moest worden gereviseerd, alsmede dat gedaagde vervolgens zelf de vervangende nokkenassen en klepstoters heeft aangeleverd, met behulp waarvan eiseres de kop van de motor heeft gereviseerd, hetgeen 32 uur heeft gevergd. Namens eiseres is voorts verklaard dat zij voorafgaand aan de revisie aan gedaagde heeft opgegeven dat de reparatie om en nabij € 2.000,00 zou gaan kosten en dat gedaagde hiermee akkoord is gegaan. Tenslotte heeft eiseres ter comparitie nog verklaard dat de auto na de reparatie nog eens is teruggeweest voor een reparatie aan de turbo en de katalysator, waarvoor eiseres aan gedaagde op 24 juli 2013 een factuur van € 396,00 heeft verzonden, waarin 8 uur arbeidsloon was opgenomen, welke factuur door gedaagde is betaald.

5.3  Met deze verklaring heeft eiseres haar vordering deugdelijk nader toegelicht. Zij heeft voorts aangevoerd dat er beduidend meer moest gebeuren dan alleen het vervangen van de distributieriem en de kapotte koppakking, namelijk een revisie van de gehele kop, waarbij de nokkenassen en de klepstoters moesten worden vervangen. Eiseres heeft aldus voldoende aannemelijk gemaakt dat de reparatie van het onderhavige voertuig in totaal ongeveer 40 uren arbeidsloon heeft kunnen vergen. Bovendien heeft eiseres nader aangevoerd dat zij tevoren de kosten van deze werkzaamheden van ongeveer € 2.000,00 aan gedaagde heeft opgegeven en dat gedaagde hiermee akkoord is gegaan.

5.4  Nu gedaagde niet ter comparitie is verschenen en deze nadere toelichting aldus onweersproken heeft gelaten, wordt van de juistheid daarvan uitgegaan en wordt het verweer van gedaagde als onvoldoende gemotiveerd verworpen.

5.5  Dit leidt tot het oordeel dat de gevorderde hoofdsom als gegrond toewijsbaar is, evenals de tot 30 januari 2014 vervallen rente ad € 26,97.

5. 6 Eiseres maakt aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde heeft de verschuldigdheid van buitengerechtelijke kosten echter betwist en heeft daartoe aangevoerd dat de stelling van eiseres dat de door haar gemachtigde verrichte werkzaamheden meer zouden omvatten dan de verrichtingen waarvoor de artikelen 237 tot en met 241 Rv. een vergoeding plegen in te houden, niet opgaat, aangezien de gemachtigde (slechts) een paar sommatiebrieven heeft verstuurd. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

5.7 Uitgangspunt hierbij moet zijn dat de buitengerechtelijke verrichtingen de "dubbele redelijkheidstoets", die dient te worden toegepast bij artikel 6:96 lid 2 onder c BW, moeten kunnen doorstaan. Naar het oordeel van de kantonrechter stond het eiseres vrij, nadat zij enkele betalingsverzoeken aan gedaagde had verzonden, om de vordering ter incasso in handen van haar gemachtigde te stellen. Daarmee was het mitsdien redelijk dat eiseres buitengerechtelijke kosten zou gaan maken. Aan gedaagde kan worden toegegeven dat de werkzaamheden van de incassogemachtigde voor een aanzienlijk deel hebben bestaan aan het verzenden van sommatiebrieven. Daarnaast heeft er blijkens de overgelegde stukken tussen de gemachtigde en gedaagde ook, zij het in beperkte mate, een debat plaatsgevonden over al dan niet door gedaagde verrichte betalingen, waarbij gedaagde al in een vroeg stadium heeft aangegeven dat zij alle facturen binnen de betalingstermijn van 30 dagen pleegt te voldoen, maar bezwaar heeft gemaakt tegen de onderhavige factuur 1381. Een en

ander is voldoende voor het oordeel dat de werkzaamheden van de gemachtigde van eiseres meer hebben omvat dan alleen verrichtingen ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, zodat het redelijk is daarvoor een vergoeding toe te kennen.

Voor de hoogte van de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten zoekt de kantonrechter aansluiting bij het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Derhalve is aan buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 280,24 toewijsbaar.

5.8  Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5.9  De door eiseres (voorwaardelijk) gevorderde afwikkelingskosten (nakosten) worden afgewezen, nu voldoende gegevens ontbreken om die kosten reeds thans te kunnen begroten. Mocht tussen partijen een geschil ontstaan omtrent de omvang van die kosten, staat het eiseres vrij de kantonrechter te verzoeken deze te begroten op de voet van artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiseres tegen kwijting te betalen € 2.175,45, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119a BW over € 1.868,24 vanaf 30 januari 2014 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres vastgesteld op € 539,52 aan verschotten en € 300,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M. van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.