Verzetprocedure: ontbinding huurovereenkomst bekrachtigd

X heeft erkend dat hij omstreeks eind januari 2010 aan de gemachtigde van Y een betalingsregeling heeft aangeboden. Dit schriftelijke aanbod is als productie 6 bij de conclusie van antwoord in oppositie overgelegd. Aan dat aanbod zijn geen voorwaarden gekoppeld. Terecht heeft X aangevoerd dat van berusting in het verstekvonnis geen sprake is. Echter door het onvoorwaardelijk aanbieden van een betalingsregeling heeft X jegens Y het vertrouwen gewekt dat hij geen verweer zal voeren tegen de oorspronkelijke vordering van Y. Tegen voormelde achtergrond zal de vordering van X in de verzetprocedure moeten worden afgewezen.

Datum: 12 mei 2010
Rechtbank: Assen, Sector kanton, Locatie Emmen
Zaaknummer: 279766 \ CV EXPL 10-1131

Vonnis van de kantonrechter

in de zaak van

X, hierna te noemen: X, wonende te, opposant,

gemachtigde: mr. E.D. Kruidhof-Dijk, toevoegingsnummer: 5CB5045

tegen

Y, hierna te noemen: Y, wonende te, geopposeerde

gemachtigde: IntoCash.

Het verloop van de procedure

De partijen hebben de volgende stukken in het geding gebracht c.q. proceshandelingen verricht:

de inleidende dagvaarding en het verstekvonnis;

de dagvaarding in oppositie van 19 februari 2010 met producties;

de conclusie van antwoord in oppositie met producties;

de repliek in oppositie.

De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

Bij vonnis d.d. 9 december 2009 van mijn ambtgenoot mr. A. van der Meer is een tussen partijen bestaande huurovereenkomst inzake opslagruimte te ontbonden en is X veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van een huurachterstand ter grootte van € 3.575,00 en van 6 55,00 -onder voorbehoud van huurverhoging- voor iedere maand vanaf 1 november 2009 dat X het gehuurde nog gebruikt, te vermeerderen met de wettelijke rente tot 15 oktober 2009 ad € 428,22 en vanaf 15 oktober 2009 over het bedrag van € 3.575,00 tot aan de algehele betaling. Ook is X veroordeeld tot betaling van een bedrag ad € 714,00 wegens incassokosten en tot betaling van de proceskosten van de verstekprocedure. Door Y is executoriaal derdenbeslag gelegd. X heeft daarop een betalingsregeling van € 50,00 per maand aan Y aangeboden, die daarmee niet heeft ingestemd.

De vordering en het verweer

X is bij dagvaarding d.d. 19 februari 2010 in verzet gekomen tegen genoemd verstekvonnis d.d. 9 december 2009. Hij vordert ontheffing van genoemde veroordelingen en alsnog afwijzing van de vorderingen van Y. Hij stelt tijdig in verzet te zijn gekomen. Hij voert aan dat de aanbieding van een betalingsregeling geen berusting in het verstekvonnis inhoudt. Hij betwist de beweerde huurovereenkomst. Ook betwist X de incassokosten.

Y stelt dat X te laat in verzet is gekomen. Op 11, 16 en 21 december 2009 is X schriftelijk tot betaling gesommeerd, aldus Y. Het verstekvonnis is op 15 januari 2010 aan X betekend, zo voegt Y daaraan toe. Voorts stelt Y dat X de vordering heeft erkend doordat hij een betalingsregeling heeft aangeboden. De tussen partijen gesloten huurovereenkomst ligt volgens Y vast in een schuldbekentenis van X. Het gehuurde is nog steeds niet ontruimd, aldus Y.

De beoordeling

X is tijdig in verzet gekomen. Het verstekvonnis is op 15 januari 2010 niet in persoon betekend. Er zijn geen daden zijdens X gesteld of gebleken waaruit kan worden afgeleid dat hij eerder dan 25 januari 2010 van de veroordeling d.d. 9 december 2009 op de hoogte was.

X heeft erkend dat hij omstreeks eind januari 2010 aan de gemachtigde van Y een betalingsregeling heeft aangeboden. Dit schriftelijke aanbod is als productie 6 bij de conclusie van antwoord in oppositie overgelegd. Aan dat aanbod zijn geen voorwaarden gekoppeld. Terecht heeft X aangevoerd dat van berusting in het verstekvonnis geen sprake is. Echter door het onvoorwaardelijk aanbieden van een betalingsregeling heeft X jegens Y het vertrouwen gewekt dat hij geen verweer zal voeren tegen de oorspronkelijke vordering van Y.

Tegen voormelde achtergrond zal de vordering van X in de verzetprocedure moeten worden afgewezen. X zal in de kosten van het verzet worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van X in de verzetprocedure af en bekrachtigt het vonnis d.d. 9 december 2009 gewezen tussen partijen;

veroordeelt X in de kosten van de verzetprocedure, tot deze uitspraak aan zijde van Y begroot op € 200,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.M.C. Obenhuijsen en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2010.