Vordering tot betaling toegewezen na verrekening door gedaagde

Gedaagde heeft bij Eiser goederen besteld en deze vervolgens ook ontvangen. Gedaagde protesteert tegen de hoogte van de factuur. Als reden geeft hij dat een van de goederen kapot is ontvangen en teruggezonden maar dat daarvoor geen creditnota is ontvangen. De rechter oordeelt dat het risico voor verzending bij de eiser ligt. Dit betekent dat Gedaagde terecht bij betaling een bedrag in mindering gebracht. Na verrekening blijkt dat gedaagde nog een bedrag van €35,46 aan eiser moet betalen. De eiser moet echter de kosten van de procedure aan de zijde van de gedaagde betalen.

Datum: 16 januari 2008
Rechtbank: Breda, Sector kanton, Locatie Bergen op Zoom
Zaaknummer: 461570 CV EXPL 07-5867

Vonnis

inzake

Eiser., statutair gevestigd te

en kantoorhoudende te,

eiseres,

gemachtigde: Drs. A. J.C. Jonker, werkzaam bij IntoCash te Rotterdam,

tegen

Gedaagde, gevestigd en kantoorhoudende te, aan het adres,

Partijen zullen hierna "Eiser" respectievelijk "Gedaagde" worden genoemd.

Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

het exploot van dagvaarding van 6 oktober 2007, met producties;

de conclusie van antwoord, met producties;

de conclusie van repliek;

de conclusie van dupliek.

De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

Het geschil

Eiser vordert betaling van Gedaagde van een bedrag van € 372,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag,vanaf de vervaldatum van de factuur tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten ad € 75,00, kosten rechtens.

Gedaagde heeft verweer gevoerd.

De beoordeling

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist, dan wel blijkens de niet betwiste inhoud van de producties, wordt van het volgende uitgegaan.

Gedaagde heeft bij Eiser goederen besteld tot een waarde van € 2.692,38. Deze goederen zijn op 20 februari 2007 bij Gedaagde geleverd, waarvoor Gedaagde een factuur heeft ontvangen d.d. 20 februari 2007.

Bij e-mail van 9 maart 2007 heeft Gedaagde geprotesteerd tegen de hoogte van de factuur.

Op 12 maart 2007 heeft Gedaagde aan Eiser een bedrag van € 1.916,84 betaald.

Op 29 maart 2007 heeft Eiser aan Gedaagde een creditnota ad € 403,41 gezonden.

Het resterende bedrag ad € 372,13 is door Gedaagde niet voldaan.

Eiser baseert haar vordering op de hiervoor vermelde feiten en op de stelling dat zij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt die Gedaagde dient te betalen en dat de vervaldatum van de factuur 12 maart 2007 is.

Gedaagde voert aan dat een monitor defect is ontvangen en direct, te weten op 22 februari 2007, is teruggezonden maar dat daarvoor geen creditnota ad € 119,90 is ontvangen. Voorts heeft zij ingehouden een bedrag van € 91,92 omdat bij de bestelling 4 DVD branders zouden worden geleverd om de prijs van de eerder bestelde en geleverde laptops te compenseren, welke branders zij niet heeft ontvangen. Tot slot heeft Gedaagde een bedrag van € 80,00 ingehouden voor de vier geleverde smartbooks omdat op de dag van de levering de prijs daarvan met € 20,00 per stuk was gedaald. Alle hier genoemde bedragen zijn exclusief BTW.

Reeds bij voormelde e-mail heeft Gedaagde gewag gemaakt van de DVD branders. Daarop is door Eiser in haar antwoord bij brief van 19 maart 2007 niet gereageerd. Ook bij repliek reageert zij daar niet op, zodat er van moet worden uitgegaan dat Eiser die branders heeft toegezegd maar niet aan Gedaagde heeft gezonden. In zoverre kan dit bedrag, waarvan de omvang door Eiser niet is betwist, door Gedaagde worden verrekend, zodat in zoverre de vordering ad € 109,38 inclusief BTW voor afwijzing gereed ligt.

Volgens Eiser zijn op de onderhavige overeenkomst haar algemene voorwaarden van toepassing omdat die voorwaarden staan op de internetsite van haar, waar de bestelling is gedaan.

Bij dupliek voert Gedaagde aan dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn omdat zij de goederen heeft gekocht naar aanleiding van een aanbieding via een e-mail van Eiser. Op de door Eiser in het geding gebrachte factuur staat vermeld dat de rekening betreft een telefonische bestelling. Gesteld noch gebleken is dat tijdens die bestelling de algemene voorwaarden zijn overeengekomen, terwijl evenmin is gebleken dat die anderszins van toepassing zijn, nu uit niets blijkt dat de bestelling is gedaan via de internetsite. Dit betekent dat er van wordt uitgegaan dat die algemene voorwaarden niet van toepassing zijn.

In de brief van Eiser van 19 maart 2007 staat onder meer dat de monitor niet wordt omgeruild omdat er een scheur in zit en Gedaagde deze monitor zelf heeft retour gestuurd. Eiser stelt in de dagvaarding dat de monitor in goede staat was op het moment van verzenden en derhalve is beschadigd tijdens het vervoer, dan wel na ontvangst, zodat het bedrag niet kan worden gecrediteerd, omdat de goederen conform de algemene voorwaarden worden vervoerd op risico van de afnemer.

Nu echter de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn en partijen kennelijk zijn overeengekomen dat wordt geleverd op het adres van Gedaagde, geldt dat het risico voor verzending bij Eiser ligt. Nu reeds op 22 februari 2007 de monitor werd teruggezonden ligt het niet voor de hand dat deze na ontvangst beschadigd is geraakt, terwijl Eiser daarvan ook geen specifiek bewijs heeft aangeboden.

Dit betekent dat Gedaagde terecht bij betaling een bedrag in mindering heeft gebracht. Conform de onbetwiste inhoud van de factuur kost een monitor € 111,00 exclusief BTW, zodat een bedrag van € 132,09 voor afwijzing gereed ligt.

Gedaagde beroept zich nog op een dag na de levering gedane toezegging van een medewerker van Eiser dat de daling van de prijs van de smartbooks ad € 20,00 per stuk, zou worden gecrediteerd.

Eiser heeft in haar brief van 19 maart 2007 aan Gedaagde meegedeeld dat die aanbieding pas een week na de bestelling was. Bij dagvaarding stelt zij, met een beroep op de algemene voorwaarden, dat een lagere prijs van haar niet kan worden verlangd. Nu die voorwaarden niet gelden en niet kan worden ingezien op grond waarvan Eiser niet zou kunnen worden gehouden aan een toezegging van haar medewerker, is dit beroep door Gedaagde terecht gedaan. Nu het gaat om 4 smartbooks zal een bedrag van € 95,20, inclusief BTW eveneens worden afgewezen.

Dit betekent dat voor toewijzing gereed ligt € 372,13 minus (109,38+132,09+95,20)= € 35,46, te vermeerderen met de onbetwiste rente vanaf 12 maart 2007.

Gelet op het hiervoor overwogene zijn de buitengerechtelijke incassokosten niet in redelijkheid gemaakt, zodat die zullen worden afgewezen.

De kosten

Als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij zal Eiser in de proceskosten worden veroordeeld, aan de zijde van Gedaagde begroot op nihil.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde tot betaling aan Eiser van een bedrag van € 35,46, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 maart 2007 tot de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Eiser in de kosten van deze procedure aan de zijde van Gedaagde gevallen en bepaalt deze op NIHIL;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde.