Vordering tot schadevergoeding toegewezen, gedaagde heeft genoeg gelegenheid gekregen tot herstel

Eiser heeft met Gedaagde een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren van werkzaamheden aan onder andere het dak van zijn huis. Op grond van deze overeenkomst diende Gedaagde het gehele dak te voorzien van een nieuwe bitumen laag en kitwerken. Deze werkzaamheden zijn gedaan in april. In juni merkte eiser op dat het dak nog steeds lekte. In november heeft eiser een andere partij ingehuurd om herstelwerkzaamheden te verrichten. Eiser is van mening dat gedaagde zijn werkzaamheden niet goed heeft uitgevoerd en is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Hierdoor heeft eiser schade van €3.510,- die eiser nu vordert.

Gedaagde verweert zich door te stellen dat hij niet de gelegenheid heeft gekregen tot herstel. Wel erkent hij dat het dak gebreken vertoonde.

Uit de door Eiser overgelegde stukken blijkt dat hij Gedaagde diverse malen schriftelijk heeft verzocht de gebreken aan het dak te herstellen. Tevens heeft hij aangekondigd bij gebreke van een reactie een derde in te schakelen om de werkzaamheden af te ronden waarbij hij de kosten op hem zal verhalen. Nu Gedaagde Jansen compleet in de kou heeft laten staan en niet op de talloze verzoeken te komen heeft gereageerd, mocht Eiser de gebreken voor eigen rekening laten wegnemen en de kosten daarvan als schade op Gedaagde verhalen. De rechter oordeelt dat de gevorderde schadevergoeding van € 3.510,00 zal worden toegewezen. Gedaagde dient als in het ongelijk gestelde partij de kosten van het proces te betalen.

Datum: 26 januari 2018
Rechtbank: Rechtbank Rotterdam
Zaaknummer: 6306720 CV EXPL 17-32014

vonnis

in de zaak van

Eiser,

wonende te Rotterdam, ,

gemachtigde: mr. E.C.Y. Cheung, tegen

Gedaagde,

h.o.d.n. … Timmerbedrijf, wonende te, gedaagde,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als 'Eiser' en 'Gedaagde'.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen:

•     het exploot van dagvaarding van 28 augustus 2017 met producties;

•     de conclusie van antwoord;

•     het tussenvonnis van 25 september 2017 waarin een comparitie van partijen is bepaald;

•     het proces-verbaal van de op 11 december 2017 gehouden comparitie van partijen.

1.2 De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1 Eiser heeft met Gedaagde een overeenkomst gesloten voor het uitvoeren van werkzaamheden aan onder andere het dak van zijn huis. Op grond van deze overeenkomst diende Gedaagde het gehele dak te voorzien van een nieuwe bitumen laag en kitwerken.

2.2 Gedaagde heeft deze werkzaamheden in april 2016 uitgevoerd. Eiser heeft in juni 2016 geconstateerd dat het dak nog steeds lekte.

2.3 Eiser heeft in november 2016 herstel- en afrondingswerkzaamheden aan het dak door een andere aannemer laten verrichten voor een bedrag van € 3.450,00.

3. De vordering

3.1 Eiser heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Gedaagde te veroordelen aan haar te betalen:

a.   de hoofdsom, een bedrag groot €3.510,00;

b.   de wettelijke rente ex artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), over de hoofdsom vanaf de vervaldatum tot aan 15 augustus 2017 een bedrag groot € 28,66;

c.   de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over de hoofdsom vanaf 15 augustus 2017 ' tot aan de dag der algehele voldoening;

d.   de buitengerechtelijke incassokosten van € 476,00 plus de btw van € 99,96 vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over deze kosten vanaf veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

e.   de kosten van deze procedure vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over deze kosten vanaf veertien dagen na het ten deze te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

f.    de nakosten ten bedrage van 50% van het geldende salaris gemachtigde, indien en voor zover Gedaagde niet binnen de wettelijk vereiste termijn van twee dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis heeft voldaan;

g.   de kosten van de dagvaarding.

3.2 Aan zijn vordering legt Eiser het volgende ten grondslag. Gedaagde heeft de uit de tussen partijen bestaande aannemingsovereenkomst voortvloeiende werkzaamheden niet deugdelijk uitgevoerd. Gedaagde is daarom tekortgeschoten in de nakoming van zijn uit de overeenkomst voortvloeiende verplichting. Eiser heeft hierdoor schade geleden bestaande uit de kosten voor de door een derde verrichte herstelwerkzaamheden en voor een door de lekkage beschadigde lamp en Gedaagde is gehouden die te vergoeden.

4. Het verweer

Gedaagde heeft aangevoerd dat hij een dakdekker heeft ingehuurd en niet de gelegenheid heeft gekregen om te controleren of deze dakdekker zijn werk naar behoren heeft uitgevoerd.

5. De beoordeling

5.1 Gedaagde heeft niet betwist dat het dak gebreken vertoont. Eiser heeft daarom op grond van artikel 6:74 BW recht op schadevergoeding. Dat Gedaagde verlies heeft gedraaid bij deze klus doet daaraan niet af. Dat Gedaagde het werk door iemand anders heeft laten uitvoeren is evenmin van belang nu hij ingevolge artikel 7:751 BW ook in dat geval aansprakelijkheid blijft voor de deugdelijke nakoming van de overeenkomst. Eiser diende Gedaagde wel eerst in de gelegenheid te stellen de gebreken binnen redelijke tijd weg te nemen.

5.2  Uit de door Eiser overgelegde stukken blijkt dat hij Gedaagde diverse malen schriftelijk heeft verzocht de gebreken aan het dak te herstellen, Tevens heeft hij aangekondigd bij gebreke van een reactie een derde in te schakelen om de werkzaamheden af te ronden waarbij hij de kosten op hem zal verhalen. Nu Gedaagde Jansen compleet in de kou heeft laten staan en niet op de talloze verzoeken te komen heeft gereageerd, mocht Eiser de gebreken voor eigen rekening laten wegnemen en de kosten daarvan als schade op Gedaagde verhalen. Nu Gedaagde de hoogte van de herstelkosten verder niet heeft weersproken, zal de gevorderde schadevergoeding van € 3.510,00 worden toegewezen.

5.3 De gevorderde rente van € 28,66 en de toekomstige rente zijn als onweersproken en op grond van de wet toewijsbaar, met dien verstande dat de gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat Eiser

deze kosten reeds aan haar incassogemachtigde betaald heeft.

5.4 De vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten van € 575,96 zal worden toegewezen nu daartegen geen verweer is gevoerd.

5.5 Gedaagde zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt Gedaagde om aan Eiser tegen kwijting te betalen € 4.114,62, te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over € 3.510,00 vanaf 15 augustus 2017 tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt Gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eiser vastgesteld op € 320,31 aan verschotten en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde, genoemde bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na de uitspraak van het vonnis tot aan de dag van algehele voldoening en indien Gedaagde niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis vrijwillig aan het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met € 75,00 aan nasalaris en een bedrag van € 68,00 aan betekeningskosten onder de voorwaarde dat betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.