Mijn debiteur zit in de schuldhulpverlening of schuldsanering, wat nu?

Particulieren (natuurlijke personen) die zich in een problematische schuldensituatie bevinden, worden opgevangen door het Nederlandse armoedebeleid. Dit armoedebeleid richt zich op het oplossen van problematische schulden en preventieve maatregelen om nieuwe schulden te voorkomen.

Als een natuurlijk persoon failliet gaat, blijven zijn schulden bestaan indien deze niet kunnen worden voldaan uit de vermogensbestanddelen van de debiteur. Het faillissement wordt dan opgeheven wegens gebrek aan baten. Om te voorkomen dat natuurlijke personen voor altijd aansprakelijk blijven voor gemaakte schulden, is de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp) in het leven geroepen. Hierdoor is het mogelijk na drie jaar een schone lei te krijgen.

In dit kader dient een onderscheid gemaakt te worden tussen schuldhulpverlening en schuldsanering. Voordat men kan worden toegelaten tot de Wsnp (schuldsanering), dient eerst een minnelijk traject (schuldhulpverlening) te worden doorlopen. Het eerder genoemde Nederlandse armoedebeleid is gezien de doelstelling onlosmakelijk met de schuldhulpverlening en de schuldsanering verbonden.

Schuldhulpverlening (minnelijk traject)

Mensen die in een problematische schuldensituatie verkeren kunnen zich wenden tot een schuldhulpverlener. Dat is bijvoorbeeld de Gemeentelijke Kredietbank (GKB), de Sociale Dienst of een particuliere schuldhulpverleningsorganisatie. De schuldhulpverlener richt zich dan tot de schuldeisers en poogt tot een oplossing te komen. Dit kan zijn een betaling per maand, waarbij vaak slechts uiteindelijk een bepaald percentage van de totale vordering zal worden voldaan. Voor het slagen van het minnelijke traject is het noodzakelijk dat alle schuldeisers akkoord gaan met het voorstel. De praktijk wijst meestal uit dat een of meerdere schuldeisers niet akkoord gaan, waardoor het minnelijke traject faalt. De debiteur besluit dan vaak om de wettelijke schuldsanering aan te vragen (Wsnp). Schuldhulpverlening is gezien het voorgaande helaas vaak slechts een voorportaal van de wettelijke schuldsanering.

Tijdens de schuldhulpverlening is het nog mogelijk de debiteur te dagvaarden voor openstaande bedragen of vonnissen in dit kader ten uitvoer te leggen. De vraag is echter of de debiteur verhaalsmogelijkheden biedt, immers de debiteur is niet zonder reden toegelaten tot de schuldhulpverlening.

Schuldsanering (wettelijk traject)

De rechtbank beslist via een vonnis of de debiteur tot de schuldsanering wordt toegelaten. Schuldeisers kunnen niet tegen deze beslissing in beroep gaan. De rechtbank wijst een bewindvoerder aan die de schuldenaar controleert door onder meer huisbezoek en een postblokkade. Hij controleert of er geen vermogen onaangesproken blijft, of de schuldenaar zijn inspanningsverplichting en informatieplicht nakomt en of er geen nieuwe schulden ontstaan. De schuldsanering duurt meestal drie jaar. De inkomsten van debiteur worden gedurende deze drie jaar opgespaard, op het vrij te laten bedrag na. Het vrij te laten bedrag is het bedrag waar de debiteur maandelijks van moet rondkomen, te weten 95% van de bijstandsnorm die op de debiteur van toepassing is. Na drie jaar wordt het opgespaarde bedrag naar rato verdeeld onder de schuldeisers. Ook het salaris van de bewindvoerder wordt voldaan uit de opgespaarde bedragen. Als de debiteur zich aan alle verplichtingen uit de Wsnp heeft gehouden, dan krijgt hij van de rechtbank een zogenoemde schone lei. Dit wil zeggen dat betaling van de (resterende) schulden niet meer kan worden afgedwongen.

Tijdens en na de schuldsanering is het niet mogelijk debiteur te dagvaarden voor bestaande schulden, of vonnissen in dit kader ten uitvoer te leggen. Indien een debiteur nieuwe schulden maakt tijdens de schuldsanering, dan is het mogelijk dat de schuldsanering wordt omgezet in een faillissement.