De rechter bezoekt de woning en constateert dat de stankoverlast ernstig is

25 september 2019 | Rechtbank Almere | 7809467 MC EXPL 19-4838

Samenvatting

De verhuurder vraagt aan de rechter om de huurovereenkomst met zijn huurder te ontbinden. Hij geeft aan dat de huurder zich niet gedraagt zoals een goede huurder zich hoort te gedragen. Het huis is volgens de verhuurder enorm vies. Er zou sprake zijn van stankoverlast en overlast door vliegen in het huis. De verhuurder heeft de huurder hier vaak op aangesproken maar de situatie is volgens de verhuurder niet verbeterd.

Geen overlast volgens huurder
Volgens de huurder is er helemaal geen sprake van overlast. Hij geeft aan dat eerdere overlast werd veroorzaakt door zijn kat, maar deze kat is nu weg. De huurder geeft aan dat de vervuiling enorm meevalt.

Bezoek aan huis
De kantonrechter weet niet wat hij met de situatie aan moet. De ene partij geeft aan dat er sprake is van ernstige overlast, de andere partij zegt dat er niets aan de hand is. Daarom besluit de kantonrechter om met iedereen naar het huis te gaan kijken. Bij de bezichtiging stelt de kantonrechter al snel vast dat de zolder wel degelijk ernstig vervuild en verwaarloosd is. Ook constateert de rechter dat er sprake is van stankoverlast en dat er veel vliegen aanwezig zijn. Hij geeft de eiser daarom gelijk.

De rechter ontbindt de huurovereenkomst omdat de gedaagde de geconstateerde overlast al een hele tijd veroorzaakt en niet aantoont dat hij zijn woongedrag binnenkort gaat verbeteren.

Vonnis

inzake

Eiser,
wonende te,
eiser, verder ook te noemen:
gemachtigde: Incassobureau IntoCash,

tegen:

Gedaagde
gevestigd te,
gedaagde, verder ook te noemen: de bewindvoerder,
gemachtigde: mr. J. Burema.

1.         De procedure

1.1        Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding met producties
– de conclusie van antwoord
– aanvullende producties bij schrijven van 3 september 2019 ingediend door gemachtigde E.C.Y. Cheung, werkzaam bij IntoCash
– aanvullende productie bij schrijven van 5 september 2019 ingediend door mr. J. Burema.

1.2.       De comparitie heeft plaatsgevonden in Almere op 9 september 2019. Eiser is verschenen, bijgestaan door gemachtigde E.C.Y. Cheung. De bewindvoerder en Gedaagde zijn verschenen, bijgestaan door mr. J. Burema. Van wat gezegd is op de zitting, heeft de griffier aantekeningen bijgehouden.

1.3.       Ten slotte is vonnis bepaald.

2.         De feiten

2.1.       Tussen Eiser, zijnde de verhuurder, en Gedaagde, zijnde de huurder, bestaat een huurovereenkomst betreffende de zolder op de tweede etage in de woning, met gebruik van de keuken. douche/bad, wc, tuin en schuur/berging, hierna ook te noemen het gehuurde. Eiser bewoont zelf deze woning.

3.          Het geschil

3.1.       Eiser vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

– ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen;
– ontruiming van het gehuurde;
– veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van E 420,00 voor iedere maand dat met de ontruiming van het gehuurde in gebreke wordt gebleven;
– veroordeling van gedaagde in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag van volledige betaling.

3.2.       Aan zijn vordering legt Eiser ten grondslag dat Gedaagde zich niet gedraagt zoals het een goed huurder betaamt. Er is sprake van ernstige verwaarlozing en vervuiling van het gehuurde met stankoverlast en veel vliegen in de woning tot gevolg. Gedaagde is door Eiser herhaaldelijk aangesproken op zijn gedrag, maar de overlast houdt aan. Deze situatie duurt al lange tijd zonder uitzicht op verbetering. Deze schending van de zorgplicht die voor Gedaagde als huurder geldt is aan te merken als een ernstige tekortkoming in de nakoming die de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.

3.3.       Gedaagde betwist dat sprake is van de door Eiser gestelde overlast. De overlast werd met name veroorzaakt door de kat van Gedaagde, maar de kat verblijft niet meer in de woning. Van verwaarlozing en vervuiling van de zolder is geen sprake. De woning is in het algemeen slecht onderhouden en Gedaagde kan daarom niet verweten worden de veroorzaker te zijn van de beweerdelijke stank in de woning. Gedaagde gedraagt zich als een goed huurder, zo goed en zo kwaad als dat vanwege de situatie in de woning kan.

3.          De beoordeling

3.1.       Artikel 7:213 BW bepaalt dat de huurder verplicht is zich ten aanzien van het gebruik van het gehuurde als een goed huurder te gedragen.

3.2.       In verband met de betwisting van de door Eiser gestelde verwaarlozing en vervuiling van de zolder, hebben de kantonrechter en griffier de comparitie voortgezet ter plaatse van het gehuurde. De kantonrechter heeft bij die gelegenheid geconstateerd dat de zolder ernstig is verwaarloosd en vervuild en dat sprake is van stankoverlast en vliegen. Daarmee staat de door Eiser gestelde tekortkoming vast.

3.3.       Deze tekortkoming is van voldoende gewicht om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen, met name omdat het onzelfstandige woonruimte betreft en de verhuurder direct overlast van Gedaagde ondervindt. Gedaagde heeft structureel en langdurig de geconstateerde overlast veroorzaakt, terwijl niet is gesteld of gebleken dat Gedaagde in staat is om zijn woongedrag te verbeteren. Dat dit voor Gedaagde mogelijk lastig is in verband met zijn beperking, maakt dit niet anders. Naast de ontbinding zal ook de gevorderde ontruiming worden toegewezen. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op 14 dagen na betekening van dit vonnis. Er is geen aanleiding om een langere ontruimingstermijn toe te staan gelet op de ernst van de geconstateerde overlast en door de bewindvoerder niet is gesteld dat een langere termijn nodig is om de juiste hulpverlening voor Gedaagde in te schakelen.

3.4.       De bewindvoerder zal, als zijnde de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

4.         De beslissing

De kantonrechter:

– ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde;

– veroordeelt de bewindvoerder om het gehuurde met al wie en al wat zich daarin vanwege Gedaagde bevindt binnen 14 dagen na de betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten en met overgifte van de sleutels geheel ter vrije beschikking van Eiser te stellen;

– veroordeelt de bewindvoerder aan Eiser te betalen een bedrag van € 420,00 voor elke maand of gedeelte van een maand, gelegen tussen 14 dagen na betekening van dit vonnis en de daadwerkelijke ontruiming;

– veroordeelt de bewindvoerder tot betaling van de proceskosten aan de zijde van De Roo-

Been tot de uitspraak van dit vonnis begroot op 296,07, bestaande uit:

– € 103,07 aan explootkosten

– € 121,00 aan griffierecht en

– € 72,00 aan salaris gemachtigde,

te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 25 september 2019

Blijf bij met de actuele incassowetgeving?

✔ Nieuwe incasso-wetgeving. ✔ Uitspraken van de rechtbank. ✔ Praktische tips

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Start chatgesprek
Stuur een bericht